RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/370872-24 RK nummers: 25/006675 en 25/006673 BESCHIKKING op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw, mr. P.M. Breukink, [adres] . hierna te noemen: verzoeker. 1Procesgang Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 13 maart 2025, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming, en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure. Deze procedure is geëindigd met de beslissing van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van 5 februari 2025 tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering tot het in behandeling nemen van het Europees Aanhoudingsbevel (hierna: EAB). De rechtbank heeft op 16 juli 2025 de gemachtigd raadsvrouw mr. P.M. Breukink, advocaat te Arnhem, en de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, in openbare raadkamer gehoord. Met toestemming van de raadsvrouw en de officier van justitie heeft de rechtbank de raadsvrouw telefonisch laten deelnemen aan de behandeling, omdat zij door omstandigheden niet in staat was om in persoon aanwezig te zijn. De verzoeken zijn tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk. 2Voorgeschiedenis De rechtbank gaat uit van de volgende feiten: - Op 13 november 2024 heeft het Amtsgericht Hannover, Duitsland, een EAB uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Nederland, in verband met een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek; - Op 13 november 2024 is verzoeker voorlopig aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB; - Op 15 november 2024 heeft de rechter-commissaris de overleveringsdetentie van verzoeker, onder voorwaarden, geschorst; - Op vordering van de officier van justitie van 21 november 2024 is het EAB behandeld op de zitting van 22 januari 2025; - Bij uitspraak van 5 februari 2025 heeft de IRK de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering ex artikel 23, tweede lid, OLW, omdat het EAB is ingetrokken. Daarbij is de geschorste overleveringsdetentie opgeheven; - Bij e-mail van 15 juli 2025 heeft een medewerker van de Staatanwaltschaft Hannover het volgende meegedeeld over de intrekking van het EAB: “The European arrest warrant was cancelled because the national arrest warrant had been suspended subject to conditions (regular reporting to a police station). After these conditions were duly complied with, the national arrest warrant has now also been cancelled at the request of the public prosecutor's office because the accused was able to credibly demonstrate that he has a permanent residence in the Netherlands and is employed regularly. Furthermore, he can be contacted by the court through his German lawyer. Therefore, there is no longer any risk of absconding or other grounds for detention. The court has not yet set a date for the hearing on the charges brought in connection with the allegations”. 3Verzoeken De verzoeken strekken tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van - € 390,- € 390,- voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd: 3 dagen politiebureau: 3 x € 130,- = € 390,- - € 380,- € 380,- dan wel € 680,- voor de kosten die in verband met het (opstellen, indienen en behandelen) van de verzoeken zijn gemaakt. De raadsvrouw heeft ter zitting de verzoeken nader toegelicht. Zij heeft onder verwijzing naar rechtspraak aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding ex artikel 67 OLW toekomt, omdat de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich in eerste instantie verzet tegen toewijzing van de verzoeken, omdat de vervolging in Duitsland nog gaande is en verzoeker mogelijk op een andere wijze wordt gecompenseerd dan door schadevergoeding. Op 14 juli 2025 heeft de officier van justitie per e-mail meegedeeld dat het Openbaar Ministerie zijn standpunt heeft herzien als gevolg van recente rechtspraak van de rechtbank. Het Openbaar Ministerie verzet zich niet langer tegen toewijzing van de verzoeken. In raadkamer heeft de officier van justitie opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak er doorgaans een recht is op schadevergoeding als de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Wellicht zou het anders zijn, indien het EAB zou zijn ingetrokken nadat de betrokkene zich zelf in de uitvaardigende lidstaat had gemeld, maar deze situatie doet zich hier niet voor. Er moet altijd worden onderzocht of de geleden schade al in de uitvaardigende lidstaat is gecompenseerd, maar in dit geval is sprake van een nog lopende vervolging, zodat compensatie hypothetisch is. 5Toetsingskader Artikel 67 OLW correspondeert met artikel 59 Uitleveringswet (UW). Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Daarvoor is vereist dat zijn overlevering is geweigerd. Artikel 533, derde, vierde en zesde lid, Sv en de artikelen 534, 535 en 536 Sv zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. In de gevallen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, OLW zijn de artikelen 529 en 530 Sv van overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, zo bepaalt artikel 67, tweede lid, OLW. Op grond van artikel 534, eerste lid, Sv kent de rechtbank een vergoeding toe voor schade, geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen. 6Oordeel van de rechtbank De rechtbank slaat bij de beoordeling van de verzoeken niet alleen acht op bovengenoemd toetsingskader, maar ook op haar beschikkingen van 26 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.