the schedule. If the clubroom is free and an inmate declares that he/she wants to use it, the clubroom will be made available to such a person outside the schedule. The penitentiary unit also houses a library and a radio broadcasting system. (…) In the central clubroom of the A Pavilion, special interest groups are organised
a weekly cultural, educational, and sport activities plan. Moreover, general development activities are organised in the central clubroom, if possible, and certain sport equipment is made available, e.g. gym mattresses, table tennis, table football, crosstrainer, and exercycle. Further,
$ 1 point 5 of the Executive Penal Code, a temporarily detained person may receive a prescribed award in the form of a more frequent participation in the educational and cultural activities in the field of physical culture and sport. --- Further,
$ 1 of the Executive Penal Code, enjoys a rest necessary for his/her good health, in particular the right to a walk for at least one hour and 8 hours of sleep in a day. In de begeleidende e-mail van 2 juli 2025 van de Prosecutor’s Assistant bij the National Prosecutor’s Office in Warsaw staat het volgende vermeld: [de opgeëiste persoon] has,
There are also other various daily activities offered to detainees, that take place outside of the cells, mentioned in previous e-mails (also in attached files). In Warszawa Stuzewiec Detention Center detainees are able to use the clubroom for an hour at least twice a week
the schedule, which time can be extended, if the clubroom is free, outside the schedule. What more, detainees may also participate in interest groups
weekly cultural, educational and sport activities plan, which also take place outside the cells. After receiving an statutory reward, more frequent participation in these activities is possible. What more, [de opgeëiste persoon] will have the opportunity to participate in other activities taking place outside the cell, such as: visits (each visit lasts 60 minutes), access to a prepaid phone, meetings with a counselor and psychologist, medical assistance, religious services - all of this depending on his choice. Het e-mailbericht sluit af met: To summarize above, amount of time spent outside a cell can take two hours per day, on condition that [de opgeëiste persoon] chooses to participate in all activities offered in the detention center. 4.2 Het standpunt van de verdediging Volgens de raadsman heeft zich met de hierboven weergegeven aanvullende informatie geen wijziging van omstandigheden voorgedaan, waarmee het algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten ten aanzien van de opgeëiste persoon alsnog kan worden weggenomen. De rechtbank dient de overlevering daarom te weigeren (de rechtbank begrijpt: geen gevolg geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren). 4.3 Het standpunt van de officier van justitie Volgens de officier van justitie staat artikel 11 OLW niet langer aan de overlevering in de weg. Op basis van de hiervoor weergegeven aanvullende informatie is immers gegarandeerd dat de opgeëiste persoon ten minste twee uur per dag buiten zijn cel mag verblijven, mits hij gebruik maakt van de verschillende activiteiten die in de detentie-instelling worden aangeboden. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of zich binnen de in de tussenuitspraak gestelde redelijke termijn een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie alsnog ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven door de Poolse autoriteiten verstrekte informatie daartoe onvoldoende aanknopingspunten biedt en overweegt daartoe als volgt. In de e-mail van 2 juli 2025 leest de rechtbank de inschatting van de Prosecutor’s Assistant dat de tijd die de opgeëiste persoon na overlevering buiten zijn cel zou kunnen doorbrengen twee uur per dag kan bedragen, indien hij deel zou nemen aan alle aangeboden activiteiten. In deze passage leest de rechtbank echter geen garantie dat de opgeëiste persoon in alle gevallen twee uur per dag buiten zijn cel zou mogen doorbrengen, zolang hij deelneemt aan de aangeboden activiteiten. Daarbij betrekt de rechtbank dat zij op grond van de omschrijving van de activiteiten en de frequentie waarmee die worden aangeboden, zoals weergegeven in de aanvullende informatie ook niet zelf tot de conclusie kan komen dat deze activiteiten zonder meer ten minste een uur per dag in beslag nemen in combinatie met het gegarandeerde recht om te minste een uur per dag buiten de cel te wandelen. De rechtbank concludeert dan ook dat zich binnen de in de tussenuitspraak gestelde redelijke termijn geen wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan waardoor het voornoemde algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten voor de opgeëiste persoon alsnog kan worden uitgesloten. Nog altijd is niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Polen ten minste twee uur per dag buiten zijn cel mag doorbrengen. De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Hierdoor wordt de overleveringsprocedure beëindigd. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat de opgeëiste persoon bij overlevering het risico loopt op schending van zijn grondrechten en de in de tussenuitspraak van 18 juni 2025 ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW vastgestelde redelijke termijn is verstreken, wordt op grond van artikel 11, vierde lid OLW in samenhang met artikel 28, derde lid, OLW geen gevolg gegeven aan het EAB. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 7 en 11 OLW 7Beslissing GEEFT GEEN GEVOLG aan het EAB. VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de – geschorste – overleveringsdetentie. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Glerum, voorzitter, mrs. A.R.P.J. Davids en E.M. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. J.M. Esschendal en M.C. Hooibrink, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 augustus 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, derde lid, onder b, OLW. Zie bijvoorbeeld: Rb. Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3256. Zie artikel 28, derde lid, OLW.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.