RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/4916 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2025 in de zaak tussen [eiseres] uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer), en het Ministerie van Financiën, Team Private schulden, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van 16 juli 2024 (het bestreden besluit) waarin verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 8 februari 2023 (het primaire besluit) niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- In de wet staat kort gezegd dat iemand binnen zes weken na verzending van het primaire besluit bezwaar moet maken. Als iemand te laat bezwaar maakt, wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit is alleen anders als geen verwijt kan worden gemaakt voor het te laat indienen van het bezwaarschrift.
- Op zitting is vastgesteld dat het primaire besluit dateert van 8 februari
- Eiseres heeft pas op 23 mei 2024 bezwaar gemaakt. Daarmee heeft eiseres haar bezwaarschrift meer dan één jaar te laat ingediend.
- Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres de afgelopen jaren onder moeilijke omstandigheden heeft geleefd – wat eiseres ook als reden voor de termijnoverschrijding heeft benoemd – is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar heeft geacht. De door eiseres gegeven reden en de namens haar aangehaalde uitspraken leggen daarvoor onvoldoende gewicht in de schaal. Verweerder heeft in dit geval terecht de rechtszekerheid van de wettelijke termijnen en de ruime termijnoverschrijding zwaarder laten wegen dan het belang van eiseres. Haar beroep op het beleid van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen maken dit oordeel ook niet anders. Dit beleid is namelijk niet van toepassing op de situatie van eiseres. Daarbij had de toepassing van dit beleid ook niet tot een andere uitkomst geleid, gelet op de lange duur van de termijnoverschrijding. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.A. Olsen, griffier, op 21 januari
- griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de artikelen 6:7, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.