RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-167648-25 (EAB V) Datum uitspraak: 14 augustus 2025 UITSPRAAK op de vordering van 10 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 mei 2025 door Regional Court of Pécs, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Hongarije), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in [detentieplaats], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft, gezamenlijk (maar niet gevoegd) met acht andere EAB’s, plaatsgevonden op de zitting van 7 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. W.M.L. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Hongaarse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van 12 september 2023 van the District Court of Siklós met referentie 23047/2022/72, 2 .B.47/2022, , alsook een arrest in hoger beroep van 9 april 2024 van the Regional Court of Pécs met referentie 3.Bf.3/2024/13, 3.Bf.3/2024. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd, omdat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zijn geschonden. In de van de van de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie van 24 juli 2025 staat dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg bij de behandeling van haar zaak door de rechtbank te Siklós aanwezig was. De opgeëiste persoon ontkent dit. Op grond van een voorwaarde in een andere zaak mocht zij een bepaald gebied niet verlaten en zij kon om die reden niet bij de behandeling aanwezig zijn. De opgeëiste persoon heeft geen hoger beroep ingesteld. Zij was er ook niet van op de hoogte dat er hoger beroep was ingesteld. Zij heeft steeds in de gaten gehouden of er post voor haar was, maar zij heeft geen oproep voor de zitting in hoger beroep ontvangen. Nu er door de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit ook geen verzetsgarantie is verstrekt, dient de overlevering te worden geweigerd, aldus de raadsman. Subsidiair verzoekt de raadsman de rechtbank de behandeling van de zaak aan te houden om aan de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld uit de van de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie niet voldoende blijkt dat de opgeëiste persoon haar verdedigingsrechten naar behoren heeft kunnen uitoefenen. Ze is op enig moment op een “preparatory session” geweest, maar dat was vóór het vonnis in eerste aanleg. Ook heeft zij op enig moment een adres opgegeven en heeft ze instructies gekregen over haar rechten en plichten. Uit het EAB en/of uit de aanvullende informatie van 24 juli 2025 blijkt echter niet dat de opgeëiste persoon wist dat de haar verstrekte adresinstructie zich ook uitstrekte over het hoger beroep. Daarnaast is niet gebleken dat is getracht haar op te roepen voor de zitting in hoger beroep. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de behandeling van de zaak aan te houden om de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit hier nadere vragen over te stellen. Oordeel van de rechtbank Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de procedure in hoger beroep, die geleid heeft tot het arrest van 9 april 2024 van The Regional Court of Pecs aan artikel 12 OLW toetsen. Uit punt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.