RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10618049 \ CV EXPL 23-9995 Vonnis van 29 juli 2025 in de zaak van ADERANS BENELUX B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, eisende partij, hierna te noemen: Aderans, gemachtigde: Smaal Finance Incasso BV, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 juli 2023, met producties, - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Aderans stelt dat [gedaagde] in de verkoopruimte van Aderans bij het ziekenhuis Amsterdam UMC als consument producten heeft gekocht voor een bedrag van € 3.065,
- De zorgverzekeraar van [gedaagde] heeft € 457,50 betaald, zodat € 2.607,50 resteert om te voldoen. Voor dat bedrag heeft Aderans een factuur gestuurd, die [gedaagde] in vier termijnen mocht betalen. Daarvoor is een SEPA-machtiging verstrekt. Op de overeenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Nu sprake is van een overeenkomst binnen de verkoopruimte, zijn de bepalingen van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing, aldus steeds Aderans. 2.
- De overeenkomst is gesloten tussen Aderans als handelaar en [gedaagde] als consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. Getoetst moet onder meer worden of Aderans de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.
- Over de informatieplichten stelt Aderans slechts dat de artikelen over overeenkomsten op afstand niet van toepassing zijn. Zij stelt niet op welke wijze zij heeft voldaan aan de informatieplichten die volgens haar wel van toepassing zijn. Daar zal Aderans zich bij akte nog gemotiveerd over moeten uitlaten. 2.
- Daarbij dient Aderans in te gaan op het volgende. Zij stelt dat zij verkoopruimtes heeft in meerdere ziekenhuizen. Vraag is echter of die verkoopruimtes ook kunnen worden beschouwd als ruimtes waar Aderans op permanente basis haar handelsactiviteiten verricht. De gemiddelde consument die een ziekenhuis binnenloopt verwacht hooguit dat daar een klein winkeltje zit voor (de bezoekers van) patiënten, maar niet direct een groothandel in haarproducten. Niet uitgesloten kan worden dat het hier een overeenkomst buiten de verkoopruimte betreft. In dit verband wordt verwezen naar ECLI:NL:RBAMS:2017:
- 2.
- Aderans stelt in de dagvaarding dat op de overeenkomst geen algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Aderans hanteert echter wel algemene voorwaarden. In artikel 2 van de algemene voorwaarden staat dat deze van toepassing zijn op álle overeenkomsten, hoe dan ook genaamd en op welke wijze dan ook gesloten. 2.
- Aderans dient zich uit te laten hoe dit zich verhoudt met haar stelling dat op de overeenkomst geen algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. De omstandigheid dat Aderans algemene voorwaarden hanteert, impliceert dat zij daar in of buiten rechte een beroep op doet of kan doen, temeer gezien de brede toepasselijkheid, zoals hiervoor overwogen. Dat geeft aanleiding de bedingen die aan de vordering ten grondslag kunnen worden gelegd te toetsen op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn. 2.
- Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter ook als de eisende partij zich in de procedure niet beroept op het toepasselijke beding, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Als een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen. 2.
- In dit geval zijn van belang de bedingen in artikel 5.3 van de algemene voorwaarden, waarin staat: “Over een betaling die niet tijdig is verricht, kan Aderans Benelux B.V. rente in rekening brengen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn (als bedoeld in artikel 5.1). Deze rente bedraagt 1,5% per maand of gedeelte van een maand, tenzij de wettelijke handelsrente hoger is, in welk geval deze wettelijke handelsrente geldt. Alle te maken kosten van Aderans Benelux B.V. ter verkrijging van voldoening in of buiten rechte komen voor rekening van opdrachtgever. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van het opeisbare bedrag/hoofdsom, met een minimum van € 40,00.” 2.
- Het artikel bestaat uit een bepaling over buitengerechtelijke incassokosten, gerechtelijke kosten (“kosten in rechte”) en rente. Nu deze bepalingen geen zodanig verband met elkaar hebben dat zij niet van elkaar kunnen worden gescheiden zonder de inhoud van het gehele beding te herzien, worden ze afzonderlijk getoetst. 2.
- Nu de overeengekomen aanzienlijk hoger is dan het destijds geldende wettelijke rentepercentage voor consumententransacties, zonder dat hiervoor een geldige reden in het beding wordt genoemd, wordt de rente als een onevenredig hoge schadevergoeding aangemerkt. Het rentebeding is daarom oneerlijk. 2.
- Het beding over de buitengerechtelijke incassokosten wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling, die van dwingend recht is. Niet vereist wordt een vruchteloze aanmaning van veertien dagen, als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Bovendien bedragen de buitengerechtelijke incassokosten altijd 15% van de hoofdsom, terwijl op grond van de wettelijke regeling dat percentage daalt naarmate de hoofdsom stijgt. Ook dat wijkt dus ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling. Het beding over de buitengerechtelijke incassokosten is daarom oneerlijk (ECLI:NL:HR:2023:198). 2.
- Het beding over de kosten in rechte, dus de proceskosten, bepaalt dat alle te maken kosten ter verkrijging van voldoening in rechte voor rekening komen van de opdrachtgever, in dit geval een consument. Zo’n beding is als oneerlijk aan te merken. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bevestigd (ECLI:NL:HR:2025:820). 2.
- De kantonrechter is voornemens de hiervoor besproken bedingen die als oneerlijk zijn aangemerkt ambtshalve te vernietigen. Het gevolg daarvan staat beschreven in overweging 2.
- Voordat tot vernietiging wordt overgegaan, krijgt Aderans de gelegenheid zich hierover uit te laten. 2.
- De zaak wordt voor akte uitlating aan de zijde van Aderans naar de rol verwezen. 2.
- Aderans dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan [gedaagde] te sturen, met de mededeling dat [gedaagde] op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer [gedaagde] uiterlijk moet reageren. Aderans wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan [gedaagde] in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan [gedaagde] is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 26 augustus 2025 om 10.00 uur voor akte uitlating door Aderans over het bepaalde in overwegingen 2.3, 2.4, 2.6 en 2.13, 3.
- bepaalt dat Aderans de akte aan [gedaagde] moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.15, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 29 juli
- 991