← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:6129

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/154428-25 Datum uitspraak: 29 juli 2025 UITSPRAAK op de vordering van 6 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 april 2025 door de onderzoeksrechter van de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen (België) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres 1] , verblijvende op het adres [adres 2] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 juli 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen, maar is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. C.W.J. Faber, advocaat in Eindhoven. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 29 juli 2025 gesloten en direct uitspraak gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid officier van justitie Bij e-mail van 29 juli 2025 heeft de raadsman een Belgisch nationaal aanhoudingsbevel overhandigd, waarin staat vermeld dat de opgeëiste persoon op 25 juli 2025 om 09.44 uur in België is aangehouden. Zowel de raadsman als de officier van justitie hebben zich daarom op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. De rechtbank is met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Inmiddels staat vast dat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt, waarmee de grondslag aan de vordering van de officier van justitie is ontvallen. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB; STELT VAST dat de overleveringsdetentie van rechtswege is vervallen. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Biçer, voorzitter, mr. R.A. Sipkens en mr. D.L.S. Ceulen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 juli 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.