RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/99 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar. Procesverloop De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Met de uitspraak op bezwaar van 11 december 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli
- Eiser is niet verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam] . Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- De heffingsambtenaar heeft in het verweerschrift van 3 juli 2025 aangegeven dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht is opgelegd en dat deze wordt vernietigd. Nader onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat het voertuig van eiser niet geparkeerd stond op een fiscale parkeerplek. De heffingsambtenaar heeft ook laten weten dat het eventueel betaalde bedrag voor deze naheffingsaanslag zal worden terugbetaald en dat de heffingsambtenaar het griffierecht zal vergoeden. Met de vernietiging van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is de heffingsambtenaar volledig tegemoet gekomen aan het beroep van eiser.
- De rechtbank stelt vast dat er met de vernietiging van de naheffingsaanslag parkeerbelasting geen procesbelang meer bestaat bij een oordeel over het beroep. Eiser kan namelijk niet meer bereiken dan wat hij heeft bereikt. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
- Overigens heeft eiser op 16 juli 2025 een ingevulde intrekkingsverklaring ingediend. Dit is echter te laat, nu het onderzoek op 15 juli 2025 reeds was gesloten en mondeling uitspraak is gedaan. De intrekkingsverklaring laat de rechtbank dus buiten beschouwing.
- De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht is het door eiser betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Eiser zal zich hiervoor tot de heffingsambtenaar moeten wenden. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.