← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:6244

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/2050 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2025 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] (Marokko), eiseres en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. S. Pinar). Inleiding 1.1 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (Anw). 1.2 Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift. 1.4 De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Totstandkoming van het besluit

  1. Eiseres is getrouwd geweest met de heer [naam] . De heer [naam] is op [datum] 2023 overleden. Hij woonde toen in Marokko. Eiseres heeft vervolgens een Anw-uitkering aangevraagd.
  2. Met het bestreden besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, omdat de heer [naam] op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Anw. Hij woonde of werkte namelijk niet in Nederland toen hij overleed en was ook niet vrijwillig verzekerd voor de Anw. Eiseres heeft ook geen recht op een Anw-uitkering vanwege afspraken die Nederland met Marokko heeft, aldus verweerder. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een Anw-uitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
  4. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van de Anw-uitkering in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
  5. Eiseres voert aan dat zij zich in een moeilijke financiële situatie bevindt. Zij verzoekt om een Anw-uitkering, zodat zij in haar persoonlijke behoeften en de behoeften van het gezin kan voorzien. Bovendien ontving haar echtgenoot een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
  6. De rechtbank overweegt als volgt. Een nabestaande heeft recht op een Anw-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden (verplicht of vrijwillig) verzekerd was op grond van de Anw. Iemand is verplicht verzekerd als hij in Nederland woont of in Nederland werkt. Vaststaat dat de overleden echtgenoot van eiseres op het moment van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte, waardoor hij niet verzekerd was op grond van de Anw. Eiseres heeft geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat deze informatie onjuist zou zijn. Dit betekent dat eiseres geen recht heeft op een Anw-uitkering. De Anw is een risicoverzekering en dat betekent dat sprake moet zijn van een verzekering op de dag dat het risico intreedt, dus op de dag van overlijden.
  7. Ook is niet gebleken dat er sprake is van een vrijwillige verzekering of verzekering op basis van verdragsbepalingen tussen Nederland en Marokko, nu de echtgenoot van eiseres niet verzekerd was voor Marokkaanse wettelijke regelingen ten tijde van zijn overlijden in Marokko. Nu eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor toewijzing van een Anw-uitkering, heeft verweerder de aanvraag terecht afgewezen. Dat de echtgenoot van eiseres een AOW-pensioen ontving, maakt dit niet anders.
  8. Dat eiseres moet kunnen voorzien in de behoeften van haar gezin is begrijpelijk, maar maakt in het licht van bovenstaande niet uit. Om in aanmerking te komen voor een Anw-uitkering moet eiseres voldoen aan alle wettelijke voorwaarden, dat is hier niet het geval. Conclusie en gevolgen
  9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk heeft. De afwijzing van de Anw-uitkering blijft in stand. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid vanmr. H.M. Dost, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Artikel 14 in combinatie met artikel 1, aanhef en onder sub d, van de Anw. Artikel 13, eerste lid, van de Anw.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.