Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 10/073505-22 Datum uitspraak: 17 juni 2025 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP adres] hierna: verdachte 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juni 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Sondermeijer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T.P.A.M. Wouters, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat verdachte - samen met anderen in Finland heeft geprobeerd met geweld een partij cocaïne te stelen. De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Vrijspraak Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen bewezen kan worden verklaard dat verdachte een van de personen is geweest die zich samen en vereniging met anderen op 16 december 2019 te [plaats] (Finland) schuldig hebben gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld. De verdediging heeft weliswaar het ondervragingsrecht niet kunnen uitoefenen met betrekking tot de belastende getuige [getuige] , die verdachte van een enkelvoudige fotoconfrontatie heeft herkend, maar dat maakt niet dat deze verklaring moet worden uitgesloten van het bewijs aangezien het niet het enige en doorslaggevende bewijsmiddel is. De enkelvoudige fotoherkenning kan als voldoende betrouwbaar worden aangemerkt omdat [getuige] op andere foto’s die aan hem zijn voorgehouden personen niet heeft herkend. Standpunt van raadsman De raadsman voert aan dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Er bevindt zich in het dossier voornamelijk indirect bewijs dat verdachte betrokken zou zijn bij het ten laste gelegde feit. Het enige directe bewijs is de verklaring van medeverdachte [getuige] en dan met name de herkenning door [getuige] van verdachte aan de hand van een enkelvoudige fotoconfrontatie. Deze verklaring dient te worden uitgesloten van het bewijs omdat zich een zogenaamde Vidgen-situatie voordoet. De verdediging heeft namelijk de getuige [getuige] ondanks een verzoek daartoe niet als getuige kunnen horen, terwijl [getuige] verklaring het enige en doorslaggevende bewijsmiddel is en er geen compenserende factoren aanwezig zijn om de betrouwbaarheid van de verklaring van deze getuige toetsen. Oordeel van de rechtbank Inleiding De rechtbank leidt de volgende feiten en omstandigheden uit het dossier af. Op 16 december 2019 gaan vier of meer personen het terrein op van [slachtoffer] in [plaats] (Finland) op zoek naar een container waarin zich na later bleek een hoeveelheid van 176,1 kilo cocaïne bevond. De chauffeur, [chauffeur] , rijdt de vrachtwagen op 16 december 2019 op het terrein van [slachtoffer] te [plaats] (Finland) naar het laadperron en opent de verzegelde container. [chauffeur] en een magazijnmedewerker, [magazijnmedewerker] , beginnen samen de vracht uit te laden en te verplaatsten naar de hal. Op het moment dat [chauffeur] een schep wil pakken en met zijn rug richting de container staat verschijnen er twee gemaskerde mannen. Een van hen richt een pistool op [chauffeur] en hij slaat [chauffeur] daarmee hard tegen zijn hoofd. Een andere man schopt hem eenmaal tegen zijn zij. Een derde man wil tie-wraps om zijn polsen doen. Een vierde man roept iets en de drie mannen die [chauffeur] belagen rennen weg. De magazijnmedewerker [magazijnmedewerker] ziet dat de mannen [chauffeur] vasthouden en hem slaan. [magazijnmedewerker] krijgt van een man het bevel: ‘get down, face down’. Als hij op de grond ligt drukt een man de loop van een pistool tegen zijn nek en hij vraagt [magazijnmedewerker] , kennelijk dreigend, of hij zijn kinderen nog wil zien. Een ander probeert zijn polsen met tie-wraps op zijn rug vast te maken. Uit de medische verklaring valt af te leiden dat [chauffeur] als gevolg van het uitgeoefende geweld onder meer een flinke bult op zijn hoofd, een kneuzing bij het rechteroog, een klaplong en een gebroken rib heeft opgelopen. Gebruik van de verklaring van medeverdachte [getuige] De rechtbank overweegt dat als de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om een belastende getuige te ondervragen, het gebruik van een door die getuige afgelegde verklaring in strijd kan komen met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Uit rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de Hoge Raad volgt onderstaand toetsingskader, dat bestaat uit drie beoordelingsaspecten, die met elkaar verbonden zijn en samen bepalen of een procedure als geheel eerlijk is geweest.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.