RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/200056-25 Datum uitspraak: 4 september 2025 UITSPRAAK op de vordering van 3 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 juni 2024 door the District Court of Law in Świdnica, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] , Polen op [geboortedag] 1984, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [penitentiaire inrichting] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. De raadsman heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van the Circuit Court of Law in Świdnica van 5 oktober 2022 (referentie: III K 138/21). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog acht maanden en 29 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De facultatieve weigeringsgrond van artikel 12 OLW ziet op de toetsing van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure of procedures die ten grondslag ligt/liggen aan een EAB. In dit artikel is bepaald dat overlevering kan worden geweigerd wanneer de opgeëiste persoon niet is verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij zich één van de in dat artikel onder a tot en met d genoemde omstandigheden voordoet. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 18 augustus 2025 blijkt dat the Court of Appeal in Wroclaw bij arrest van 22 november 2023 het vonnis van 5 oktober 2022 heeft bevestigd. Bovendien heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in deze informatie bevestigd dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was op het proces bij the Court of Appeal. Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. Uit de hiervoor weergegeven aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon aanwezig was op de zitting die heeft geleid tot het arrest van 22 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.