← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:6461

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/225380-25 Datum uitspraak: 4 september 2025 UITSPRAAK op de vordering van 20 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2025 door the Tribunal Central de lnstrução Criminal te Lissabon, Portugal (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [naam PI] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling op zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. I.R. Rigter, advocaat in Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel buiten heterdaad voor het voorleiden voor gerechtelijk verhoor van 15 juli 2025, uitgevaardigd door de rechter van het Centraal Kabinet van de Rechter-Commissaris van the Tribunal Central de lnstrução Criminal (referentie: 9467462). De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Portugees recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: lijstfeit 1: deelneming aan een criminele organisatie; lijstfeit 5: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen; lijstfeit 9: witwassen van opbrengsten van misdrijven; lijstfeit 23: vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Portugal een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Weliswaar woont de opgeëiste persoon sinds 2021 in Portugal maar zijn ouders en verdere familie wonen in Nederland. De opgeëiste persoon heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Openbaar Aanklager in Lissabon heeft bij e-mail van 31 juli 2025 desgevraagd door het Openbaar Ministerie of de opgeëiste persoon in geval van een veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten de volgende garantie gegeven: “The Portuguese Authorities do not oppose that, by application of Frame Work Decision 2008/909/JHA; [opgeëiste persoon] will serve his prison term in a Dutch prison.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Bij uitspraak van 6 april 2021 heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Bij brief van 31 juli 2025 heeft the Deputy Director-General of the Directorate-General for Reintegration and Prison Services de volgende garantie gegeven: “ (…), 1 declare and give the guarantee that [opgeëiste persoon] born on [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , the Netherlands. will not be assigned to or transferred to prisons in Lisbon, [naam] .” Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de hiervoor vermelde garantie. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat door de hiervoor vermelde garantie het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen. 7Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8. Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] , aan the Tribunal Central de lnstrução Criminal te Lissabon, Portugal voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter, mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 september 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64. Rechtbank Amsterdam 6 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1627. Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.