RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/186477-25 Datum uitspraak: 9 september 2025 UITSPRAAK op de vordering van 9 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juni 2025 door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] (Polen), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , gedetineerd uit anderen hoofde in de [Penitentiaire Inrichting] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door een kantoorgenoot, mr. D. Kops, advocaat in Breukelen. Mr. Kops is gemachtigd. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een bevel tot aanhouding van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen afdeling Turnhout van 11 juni
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW: Belgische detentieomstandigheden 5.1 Inleiding Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. Het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken – Centrale autoriteit, heeft bij brief van 8 augustus 2025 de volgende detentiegarantie verstrekt voor de opgeëiste persoon: “
- In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden? [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Turnhout indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
- Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling? België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering: -De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. - De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm. Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau. -De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. -Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder gevalregelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. 3Sanitaire en hygiëne omstandighedenAls algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.” 5.2 Standpunt van de raadsman De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd. Er kan in het algemeen niet meer worden vertrouwd op de detentiegaranties die worden verstrekt door de Belgische autoriteiten. Voor de opgeëiste persoon is dus sprake van een reëel individueel risico dat hij blootgesteld zal worden aan een onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden. De raadsman verwijst naar een bundeling van zaken zoals naar voren gebracht door een collega, waarbij België zich in de praktijk niet zou hebben gehouden aan de afgegeven individuele detentiegaranties. 5.3 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer moet worden verworpen. De gegeven garantie neemt het reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden weg voor de opgeëiste persoon. In enkele gevallen komt het voor dat een garantie niet wordt nageleefd, maar de ervaring leert dat de Belgische autoriteiten de situatie onmiddellijk rechtzetten. De officier van justitie verwijst in dit kader naar dezelfde eerdere uitspraak van de rechtbank. 5.4 Oordeel van de rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op deze individuele garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze individuele garantie namelijk ten aanzien van de opgeëiste persoon weggenomen, nu hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder met relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden). De omstandigheid dat in meerdere zaken een melding van niet-naleving van de individuele detentiegarantie is gedaan, betekent nog niet dat de Belgische autoriteiten in al die zaken de garantie daadwerkelijk niet hebben nageleefd. Ook indien in deze zaken daadwerkelijk sprake zou zijn geweest van niet-naleving van de garantie, brengen deze meldingen nog niet mee dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt van niet-naleving van de in zijn zaak gegeven garantie, nu het om een beperkt aantal (vijf) zaken over een periode van vier jaren gaat.. Tot slot en ten overvloede wijst de rechtbank erop dat het mechanisme inzake meldingen over niet-naleving van garanties in de praktijk in staat blijkt om, in die gevallen waarin de garantie kennelijk niet is nageleefd, alsnog op korte termijn naleving van de garantie te bewerkstelligen. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Parket van de procureur des Konings te Antwerpen, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter, mrs. M. Scheeper en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 september
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Zie ECLI:NL:RBAMS:2022:
- Rb. Amsterdam 30 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5629, ro.
- Idem. HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.