RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/165505-25 Datum uitspraak: 26 augustus 2025 UITSPRAAK op de vordering van 3 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 maart 2025 door de Regional Court Konin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd uit andere hoofde in de [Penitentiaire Inrichting] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 16 juli 2025 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 juli 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is telefonisch bijgestaan door zijn raadsman, mr. B. Çiҫek, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst voor onbepaalde tijd. De Poolse autoriteiten hebben verzocht om nog geen beslissing over de overlevering te nemen, zodat zij kunnen onderzoeken of de opgeëiste persoon in een detentie-instelling in Polen kan worden geplaatst die aan de door de rechtbank gestelde vereisten voldoet. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Zitting 26 augustus 2025 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 26 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. B. Çiҫek, advocaat in Breda. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van de District Court in Slupca (Polen) van 28 september 2022 met kenmerk II KP 109/22. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: verkrachting Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Weigeringsgrond van artikel 11 OLW 5.1. Poolse rechtsstaat De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaken, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. 5.2. Detentieomstandigheden in Poolse remand prisons Inleiding De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen een (extra) bijkomende verzwarende omstandigheid. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar tussenuitspraken in soortgelijke zaken van 5 juni 2024 en 6 juni 2024. De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Ten aanzien van de vraag of het vastgestelde algemeen reëel gevaar ook betekent dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat dat zijn grondrechten bij overlevering worden geschonden, heeft de rechtbank kennisgenomen van de aanvullende informatie die op verzoek van het Openbaar Ministerie door de Poolse autoriteiten is verstrekt. Op 7 juli 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit, op verzoek van het Openbaar Ministerie van 4 juli 2025, de volgende informatie verstrekt: “The temporarily arrested [opgeëiste persoon] will be held in prison in Gębarzewo. (…) It can be assured that the temporarily arrested [opgeëiste persoon] will have personal space, i.e. at least 3 square metres of surface in the cell. If [opgeëiste persoon] decides to participate in the activities provided by the prison, he could spend 1 hour daily out of the cell. Moreover, he can participate in a religious service and cultural and educational activities, depending on the prison officer’s motion.” Op 11 juli 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende informatie verstrekt als reactie op aanvullende vragen van het Openbaar Ministerie: “(…) it cannot be guaranteed that the convict serving sentence there will spend 2 hours out of cell every day, however, it is not impossible.” Na opnieuw aanvullende vragen vanuit het Openbaar Ministerie heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 14 juli 2025 verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak: “I request to postpone the decision concerning the transfer of [opgeëiste persoon] until the Polish party establishes whether he can be put into custody in the territory of the Republic of Poland which meets the requirements of the guarantee that he can spend at least 2 hours a day out of cell.” Ten slotte heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 19 augustus 2025 het volgende meegedeeld: "The amount of time spent outside the residential cell is not fixed or uniform for all pre-trial detainees (…) it is not possible to specify the exact number of hours a detainee will spend outside their cell each day (…) However, it should be assumed that this time will range from one hour per day (for the daily walk, unless the detainee waives this right) to several hours per day, depending on the day of the week, the internal regulations of the detention centre, the individual needs of particular detainees, their legal situation or state of health, as well as the level of engagement and activity of the pre-trial detainee.” Standpunt van de raadsman Primair heeft de raadsman de rechtbank verzocht geen gevolg te geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, omdat met de aanvullende informatie het algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de detentie-instellingen voor voorlopig gedetineerden voor de opgeëiste persoon niet is weggenomen. Met name voor wat betreft de detentie-instelling in Gębarzewo is de verstrekte informatie onvoldoende duidelijk. Zo is niet concreet aangegeven hoeveel uur de opgeëiste persoon per dag buiten zijn cel kan verblijven. De raadsman verwijst in dit kader naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er geen reden is om geen gevolg te geven aan het EAB. De Poolse autoriteiten moeten niet worden afgerekend op hun eerlijkheid. Het is immers altijd het geval dat wanneer een gedetineerde incidenteel geen goed gedrag vertoont, de tijd buiten de cel kan worden ingeperkt. Een concrete garantie dat de opgeëiste persoon op structurele basis twee uur buiten de cel kan doorbrengen, kan dan ook niet van de Poolse autoriteiten worden verlangd. Dit zou in alle eerlijkheid in Nederland ook niet kunnen worden gegeven. De officier van justitie stelt dat hiermee minder stellig moet worden omgegaan. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.