RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/159566-25 Datum uitspraak: 24 september 2025 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 30 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 april 2025 door le tribunal judiciaire de Marseille (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] (Nigeria), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De zitting van 15 juli 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 15 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, advocaat in Amsterdam. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting. Daarnaast was er nog geen antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen op de gestelde vragen over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de beslistermijn nogmaals met dertig dagen — ingaand op het moment waarop de termijn van negentig dagen verstrijkt — verlengd onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. ÁG413122915950iÈ G413122915950 De zitting van 26 augustus 2025 De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 26 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, advocaat in Amsterdam. De behandeling van het EAB is voor bepaalde tijd aangehouden omdat het wederom niet was gelukt om een tolk op te roepen voor de zitting. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW met 30 dagen verlengd. De zitting van 10 september 2025 De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 10 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, van de OLW onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 21 april 2025, uitgevaardigd door Audrey Tranouez, Vice-President belast met het gerechtelijk onderzoek. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Frans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW Inleiding De rechtbank heeft eerder een algemeen gevaar op schending van grondrechten in detentie in Frankrijk aangenomen voor de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy, Metz, Lille-Loos-Sequedin, Montauban en Toulouse. In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank vervolgens een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. De rechtbank dient in deze zaak de detentieomstandigheden te beoordelen voor wat betreft de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid gedetineerd zal raken. In deze zaak heeft het Openbaar Ministerie ook navraag gedaan in welke instelling de opgeëiste persoon terecht zal komen. Daarbij speelt een rol dat de opgeëiste persoon als vrouw geregistreerd staat, maar zich als man identificeert en in Nederland in een mannenafdeling van het Huis van Bewaring verblijft. In deze zaak heeft The Head of the Office for International mutual assistance in criminal matters onder meer de volgende informatie gegeven: “The request for assurances from the Dutch authorities aims to answer the following questions, particularly regarding the conditions of detention at the Gap prison. However, following further discussions with the competent court (Marseille Judicial Court) and analysis of the specific situation of the person concerned, who is undergoing gender transition, it was decided that she would initially be incarcerated in the women's wing of the Nice prison. However, this situation will be subject to special treatment, which could allow for incarceration in a men's prison, following a procedure detailed below (point 2). (…) French prison law stipulates that women and men must be held in separate facilities. As a result, the prison administration assigns each individual to a facility based on the gender listed on their civil status. However, in order to place a transgender person in the wing most suited to their situation, it is possible to assign them to a wing that differs from the gender recorded on their civil status, with the consent of the person concerned and following a special procedure. This procedure is an example of the commitment of English public services to improving the care of LGBT+ people, particularly within the prison administration. In this regard, awareness of the need to change professional practices has led to the development of new practices that better guarantee the rights of LGBT+ people. First and foremost, transgender people can be referred to a prison that accommodates both men and women, so that they can more easily change sectors after their arrival. Then, at the end of their sentence, the person (or the receiving prison) can request to be reassigned to another section. The request will then be reviewed by a single multidisciplinary commission, using an official note on the assignment of transgender individuals. This allows the necessary elements to be taken into account to respect the rights of the transgender person, so that they can be fully integrated into their detention facility. The questionnaire collects, in particular, the person's assignment preferences relating to their gender identity and any insecurities relating to a risk of self-harm or their vulnerability among other inmates. At the end of the Commission's proceedings, if a difference is found between the person's gender identity At the end of the Commission's proceedings, if a difference is found between the person's gender identity and that of the population housed in their current accommodation sector, the person must be transferred to another sector as soon as possible. In addition, if a risk of violence is detected, assignment to a sector that can accommodate vulnerable persons is to be preferred. The commission may not reject the request on the grounds that the person is not undergoing hormone treatment or has not undergone anatomical changes. It must justify its refusal on the basis of insufficient or absent evidence to justify a difference between the person's gender identity and that of the population accommodated. In the event of refusal, the person concerned has three administrative remedies available to challenge the decision. It follows from these elements that, although [de opgeëiste persoon] will initially be incarcerated in a women's facility, given her civil status, she may subsequently be transferred to a men's facility if she wishes so and if the multidisciplinary commission decides so. (…) At the Nice prison, as in all French prisons, cell capacity is determined by the circular dated 16 March 1988, based on the floor area of the premises. The surface area of the sanitary area is therefore included in the surface area of the premises. It depends on technical constraints and varies between 1.4 and 1.8m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.