RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11873249 \ CV EXPL 25-12360 Vonnis van 26 september 2025 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. N.M. Don, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 30 augustus 2025, met producties, - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiseres] vordert uit hoofde van twee kredietovereenkomsten, waarvan één schriftelijk is vastgelegd en de andere mondeling is gesloten, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.500,00 vermeerderd met contractuele rente van 50% van het kredietbedrag, een contractuele boete van 10% per maand, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 2.
- Uit de stellingen en de stukken kan de kantonrechter niet opmaken of [eiseres] de geldleningen al dan niet beroeps- of bedrijfsmatig aan [gedaagde] heeft verstrekt. Klaarblijkelijk is [eiseres] in staat om meerdere leningen met een totaal beloop van € 12.500,00 te verstrekken. Dat is geen gering bedrag. Daarnaast oogt de schriftelijke geldleningsovereenkomst professioneel, ook door het opnemen van bepaalde voorwaarden. Eén en ander zou de conclusie kunnen rechtvaardigen dat [eiseres] beroeps- of bedrijfsmatig leningen verstrekt en in dat geval gelden bepaalde wettelijke verplichtingen, waaronder precontractuele informatieplichten (artikel 7:60 van het Burgerlijk Wetboek). Ook moet dan een kredietwaardigheidstoets zijn uitgevoerd. Naleving van deze verplichtingen moet de kantonrechter ambtshalve toetsen. 2.
- [eiseres] wordt daarom in de gelegenheid gesteld om de kantonrechter te informeren over het bovenstaande. [eiseres] wordt opgedragen toe te lichten of zij naast de twee kredieten aan [gedaagde] ook nog andere kredieten heeft verstrekt aan anderen. Als moet worden aangenomen dat [eiseres] een beroeps- of bedrijfsmatige kredietverstrekker is, dan dient [eiseres] de kantonrechter ook te informeren over de wijze waarop zij heeft voldaan aan de wettelijke informatieplichten en dient zij de door [gedaagde] verstrekte financiële bescheiden aan de hand waarvan de kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd in het geding te brengen. 2.
- De zaak wordt voor een akte aan de zijde van [eiseres] verwezen naar de rolzitting. 2.
- [eiseres] dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan [gedaagde] te sturen, met de mededeling dat [gedaagde] op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer [gedaagde] uiterlijk moet reageren. [eiseres] wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan [gedaagde] in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan [gedaagde] is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 24 oktober 2025 om 10.00 uur voor het nemen van een akte door [eiseres] over het bepaalde in overweging 2.3, 3.
- bepaalt dat [eiseres] de akte aan [gedaagde] moet sturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.5, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 26 september
- 991