← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:7233

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11873249 \ CV EXPL 25-12360 Vonnis van 26 september 2025 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. N.M. Don, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 30 augustus 2025, met producties, - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. [eiseres] vordert uit hoofde van twee kredietovereenkomsten, waarvan één schriftelijk is vastgelegd en de andere mondeling is gesloten, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.500,00 vermeerderd met contractuele rente van 50% van het kredietbedrag, een contractuele boete van 10% per maand, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 2.
  4. Uit de stellingen en de stukken kan de kantonrechter niet opmaken of [eiseres] de geldleningen al dan niet beroeps- of bedrijfsmatig aan [gedaagde] heeft verstrekt. Klaarblijkelijk is [eiseres] in staat om meerdere leningen met een totaal beloop van € 12.500,00 te verstrekken. Dat is geen gering bedrag. Daarnaast oogt de schriftelijke geldleningsovereenkomst professioneel, ook door het opnemen van bepaalde voorwaarden. Eén en ander zou de conclusie kunnen rechtvaardigen dat [eiseres] beroeps- of bedrijfsmatig leningen verstrekt en in dat geval gelden bepaalde wettelijke verplichtingen, waaronder precontractuele informatieplichten (artikel 7:60 van het Burgerlijk Wetboek). Ook moet dan een kredietwaardigheidstoets zijn uitgevoerd. Naleving van deze verplichtingen moet de kantonrechter ambtshalve toetsen. 2.
  5. [eiseres] wordt daarom in de gelegenheid gesteld om de kantonrechter te informeren over het bovenstaande. [eiseres] wordt opgedragen toe te lichten of zij naast de twee kredieten aan [gedaagde] ook nog andere kredieten heeft verstrekt aan anderen. Als moet worden aangenomen dat [eiseres] een beroeps- of bedrijfsmatige kredietverstrekker is, dan dient [eiseres] de kantonrechter ook te informeren over de wijze waarop zij heeft voldaan aan de wettelijke informatieplichten en dient zij de door [gedaagde] verstrekte financiële bescheiden aan de hand waarvan de kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd in het geding te brengen. 2.
  6. De zaak wordt voor een akte aan de zijde van [eiseres] verwezen naar de rolzitting. 2.
  7. [eiseres] dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan [gedaagde] te sturen, met de mededeling dat [gedaagde] op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer [gedaagde] uiterlijk moet reageren. [eiseres] wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan [gedaagde] in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan [gedaagde] is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.
  8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  9. verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 24 oktober 2025 om 10.00 uur voor het nemen van een akte door [eiseres] over het bepaalde in overweging 2.3, 3.
  10. bepaalt dat [eiseres] de akte aan [gedaagde] moet sturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.5, 3.
  11. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 26 september
  12. 991

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.