RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/770237 / HA ZA 25-1115 Vonnis in incident van 24 september 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser in de hoofdzaak, verweerder in incident, advocaat: mr. R.R. Beuker, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BELLEROPHON B.V., gevestigd te Haarlem, niet verschenen,
- [gedaagde], wonende te [woonplaats] , gedaagde in de hoofdzaak, eiser in incident, advocaat: mr. M. Heijsteeg. Partijen worden hierna respectievelijk [eiser] , Bellerophon en [gedaagde] genoemd. 1De procedure in de hoofdzaak en in het incident 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 mei 2025 van [eiser] met producties,- de incidentele conclusie met exceptie van onbevoegdheid van [gedaagde] ,- de conclusie van antwoord in incident. 1.
- Ten slotte wijst de rechter vonnis in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
- In dit bevoegdheidsincident verzoekt [gedaagde] de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd te verklaren ten aanzien van de geldvordering van [eiser] tegen hem in de hoofdzaak. In de hoofdzaak vordert [eiser] hoofdelijke veroordeling van Bellerophon en [gedaagde] tot terugbetaling van een lening ten bedrage van € 100.000,- (te vermeerderen met rente en kosten) op grond van respectievelijk de leningsovereenkomst tussen [eiser] en Bellerophon en de bijbehorende borgstellingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] . 2.
- Omdat zowel [gedaagde] als [eiser] in [woonplaats] wonen, is volgens [gedaagde] de rechtbank Noord-Holland bevoegd. Volgens [eiser] gaat [gedaagde] hiermee echter voorbij aan de forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam die is opgenomen in de overeenkomst waarin [gedaagde] zich borg heeft gesteld voor de geldlening van [eiser] aan Bellerophon. 2.
- Artikel 11 van deze overeenkomst luidt: “Geschillen voortvloeiend uit deze overeenkomst zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Amsterdam.” 2.
- De rechtbank stelt [eiser] in het gelijk: hoewel beide gedaagden gevestigd zijn in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, is vanwege de forumkeuze in de borgstellingsovereenkomst de rechtbank Amsterdam bevoegd om kennis te nemen van de vordering tegen [gedaagde] in de hoofdzaak. In het verlengde hiervan is de rechtbank Amsterdam op grond van het bepaalde in artikel 107 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vordering tegen Bellerophon omdat deze voldoende samenhang heeft met de vordering tegen [gedaagde] . De vordering van [gedaagde] zal dus worden afgewezen. 2.
- [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. Deze worden begroot op € 614,- (1 punt × tarief € 614,-) aan salaris advocaat en € 178,- aan nakosten, te verhogen zoals in de beslissing vermeld. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
- wijst de vordering af, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van dit incident aan de zijde van [eiser] begroot op € 614,-, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis aan de zijde van [eiser] ontstane nakosten, vastgesteld op € 178,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 92,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis. in de hoofdzaak 3.
- verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 oktober 2025 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.