← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:7383

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11804566 \ KK EXPL 25-479 Vonnis in kort geding van 19 september 2025 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] eiseres, hierna te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. J. Sliepen tegen de besloten vennootschap GLOBAL COLLECT SERVICES B.V., gevestigd te Hoofddorp gedaagde, hierna te noemen: Wordline gemachtigde: mr. G.M. Gerdes 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 juli 2025 met producties, - de nagezonden productie van [eiseres] ,- de mondelinge behandeling van 25 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eiseres] ,- de pleitnota van Wordline, Ter zitting is de zaak op verzoek van partijen aangehouden om te bezien of zij tot een vergelijk konden komen. Bij e-mail van 29 augustus 2025 heeft [eiseres] bericht dat een regeling niet was bereikt en om vonnis gevraagd. Vonnis is daarop bepaald op heden. 2De feiten 2.
  2. Wordline is een bedrijf dat online betaalfaciliteiten ontwikkelt voor e-commerce en retailers. [eiseres] is met ingang van 1 februari 2020 voor onbepaalde tijd bij Wordline in dienst getreden, laatstelijk in de functie van Global Head of Customer Delivery Management. [eiseres] is verantwoordelijk voor het managen van een team van vijf Customer Succes Managers. Het salaris van [eiseres] bedraagt € 8.060, - bruto, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. 2.
  3. Op 17 juni 2024 heeft [eiseres] zich ziekgemeld. Zij had last van extreme vermoeidheid, fysieke pijn, verminderde concentratie en emotionele instabiliteit. Volgens de huisarts en de psycholoog had [eiseres] een burn-out. 2.
  4. Na een organisatiewijziging per 1 augustus 2024 diende [eiseres] (via [naam 1] ) te rapporteren aan [naam 2] (verder [naam 2] ), als haar leidinggevende. De inhoud van haar werkzaamheden werd niet gewijzigd. [eiseres] heeft aangegeven [naam 1] niet als leidinggevende te erkennen, reden waarom zij rechtstreeks met [naam 2] zou communiceren. 2.
  5. Op 18 november 2024 is [eiseres] bij de bedrijfsarts op spreekuur geweest. De rappor-tage van de bedrijfsarts vermeldt dat sprake is van een medisch objectiveerbaar ziekte of gebrek en dat het einddoel werkhervatting in de eigen functie is. Daarnaast stelt de bedrijfsarts: “Er is nog steeds sprake van een kwestie in de samenwerking. Het is mijn advies dat [naam 3] spoedig in gesprek gaat met medewerker om de situatie te bespreken. Deze situatie leidt momenteel tot beperkingen. In een later stadium kunnen haar leidinggevenden hierbij betrokken worden. Behandeling is gaande en duurt voort. Ik zie medewerker graag terug op het spreekuur over 2 weken.” 2.
  6. Op 4 en 18 november 2024 heeft [naam 2] [eiseres] per e-mail verzocht contact op te nemen in verband met de volgende stappen in de re-integratie. [eiseres] heeft geen contact met [naam 2] opgenomen. 2.
  7. Op 10 februari 2025 heeft [eiseres] opnieuw de bedrijfsarts bezocht. De spreekuur-rapportage van de bedrijfsarts vermeldt: “Antwoord specifieke vraagstelling. Vragen van de werkgever
  8. Ondanks de gesprekken die zijn gevoerd, zien wij een stagnatie in de communicatie/samenwerking met medewerker. Wordt mediation door de arts aanbevolen? Jazeker, een erkende onafhankelijke mediator.
  9. Tot nu toe is het medewerker niet gelukt om wekelijks contact te houden met haar manager. Is hier een medische reden voor of zouden we hier een start mee kunnen maken? Er is geen medische reden waarom medewerker geen wekelijks contact kan onderhouden met werkgever. Ik heb haar hierop gewezen.” 2.
  10. Op 11 februari 2025 heeft [eiseres] in reactie op de rapportage van de bedrijfsarts per e-mail gesteld: “(…) I appreciate your guidance, but I want to express my concern that I am currently not mentally fit for mediation. As I previously mentioned, I am experiencing burn-out, and pushing forward with mediation at this stage could negatively impact my well-being. I kindly request that my condition be acknowledged and that any mediation be postponed until I am in a better state to participate effectively. (…)’ 2.
  11. Op 13 februari 2025 heeft [eiseres] van de mediator een e-mail ontvangen, waarin hij voorstelt om op 17 februari 2025 een meeting te hebben. Op 14 februari 2025 heeft [eiseres] gereageerd: “I’m a little confused to receive your mail. (..) I will be seeking second opinion from the UWV. Can we please postpone this meeting until I receive an outcome from the UWV. (..). 2.
  12. Op 17 februari 2025 heeft [eiseres] Wordline verzocht om de re-integratieactiviteiten op te schorten in afwachting van het deskundigenoordeel van het UWV. 2.
  13. Op 27 februari 2025 heeft [eiseres] van Wordline een waarschuwingsbrief ontvangen, waarin Worldline aankondigt haar salarisbetaling te stoppen als [eiseres] voor 5 maart 2025 geen contact opneemt met de mediator, niet meewerkt aan mediation en geen contact opneemt met [naam 2] . 2.
  14. [eiseres] heeft bij brief van 28 februari 2025 bezwaar gemaakt tegen de loonstop. 2.
  15. Op 13 maart 2025 heeft [eiseres] van Wordline een e-mail ontvangen met de bevestiging dat de loonbetaling is gestopt per 5 maart
  16. 2.
  17. Partijen hebben een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd op respectie-velijk 14 en 18 maart
  18. Op 24 april 2025 heeft het UWV een deskundigenoordeel opgemaakt naar aanleiding van de aanvraag van Wordline, dat luidt: “
  19. Beoordeling re-integratie inspanningen Werknemer heeft gedurende de periode van eerste ziektedag tot aan datum aanvraag deskundigenoordeel geen benutbare mogelijkheden gehad. De bedrijfsarts stelt mediation voor vanwege de verslechte arbeidsrelatie. Werknemer is verplicht mee te weken aan mediation, om ook op deze manier de re-integratie vlot te trekken. Na uitleg over wat mediation inhoud en wat het doel ervan is geeft werknemer aan mee te willen werken aan mediation. (…) 5Conclusie De re-integratie-inspanningen van de werknemer zijn voldoende, omdat zij mee wil werken aan mediation.” 2.
  20. Op 6 mei 2025 heeft Worldline een afschrift van het deskundigenoordeel ontvangen. daarop heeft Wordline de mediator opnieuw benaderd. Per e-mail van 15 mei 2025 heeft [eiseres] aangegeven dat zij wenste mee te werken aan mediation. Daarbij heeft zij Wordline verzocht de loonstop op te heffen. 2.
  21. Op 3 juni 2025 heeft [eiseres] met de mediator een gesprek gehad. Diezelfde dag heeft Wordline de loonbetaling met terugwerkende kracht met ingang van 13 mei 2025 hervat. In april 2025 heeft [eiseres] een bonus (over eerdere periodes) ontvangen. 2.
  22. Bij brief van 27 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eiseres] Wordline gesommeerd om het achterstallig loon tot 13 mei 2025 inclusief de wettelijke verhoging te betalen. Wordline is niet tot betaling overgegaan. 3Het geschil 3.
  23. [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening Wordline veroordeelt tot betaling van € 15.757,76 bruto aan achterstallig loon over de periode 5 maart 2025 tot en met 12 mei 2025, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente. 3.
  24. [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat de loonstop tussen 5 maart en 12 mei 2025 ten onrechte is doorgevoerd. Volgens [eiseres] is het verzoek van Wordline om contact op te nemen met is [naam 2] geen redelijk voorschrift, omdat [eiseres] met [naam 2] een slechte verstandhouding had. [eiseres] stond open voor mediation, alleen niet met [naam 2] . De onterechte stopzetting van het loon heeft tot gevolg dat Wordline de wettelijke verhoging verschuldigd is en de wettelijke rente. 3.
  25. Wordline voert verweer. Zij voert aan – samengevat – dat [eiseres] gedurende haar arbeidsongeschiktheid moet meewerken aan redelijke maatregelen en voorschriften in het kader van haar re-integratie. Het meewerken aan mediation en onderhouden van contact met haar leidinggevende valt daar onder. [eiseres] heeft echter geweigerd contact te hebben met [naam 2] of mee te werken met mediation. Pas op 13 mei 2025 heeft [eiseres] aangegeven dat zij open staat voor mediation. Daarom heeft Wordline de betaling van het loon met terugwerkende kracht vanaf die datum hervat. Over de periode van weigering heeft [eiseres] geen recht op loonbetaling; de loonstop is terecht doorgevoerd. 3.
  26. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Inleiding 4.
  27. In een kortgedingprocedure moet worden beoordeeld of [eiseres] spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. Wordline heeft het spoedeisend belang van [eiseres] expliciet betwist. Geoordeeld wordt dat – in beginsel en ook in deze zaak – een loonvordering naar zijn aard spoedeisend is, aangezien [eiseres] met het loon voorziet in haar levensonderhoud. De omstandigheid dat [eiseres] pas vier maanden na de loonstop een kortgedingprocedure is gestart en mogelijk inkomsten uit andere werkzaamheden heeft ontvangen, maakt dit niet anders. 4.
  28. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het volgende is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen. 4.
  29. Het gaat in deze zaak om de vraag of Wordline de loonbetaling heeft mogen staken over de periode 5 maart tot en met 12 mei
  30. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is dit het geval. Dit wordt als volgt toegelicht. Juridisch kader 4.
  31. Artikel 7:629 lid 1 BW bepaalt dat een werknemer in geval van arbeidsonge-schiktheid wegens ziekte haar recht op loon behoudt, tenzij de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten (lid 3 sub d). Redelijk voorschrift 4.
  32. De vraag is dus of het verzoek van Wordline aan [eiseres] om contact op te nemen met de mediator, mee te werken aan (het opstarten van) mediation en contact te onderhouden met [naam 2] is aan te merken als een redelijk voorschrift, of het voorschrift gegeven de aard van de arbeidsongeschiktheid en de stand van zaken in de re-integratie gepast is en aannemelijk is dat (het resultaat van) het voorschrift de re-integratie zal bevorderen. 4.
  33. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een redelijk voorschrift, omdat [eiseres] een slechte verstandhouding met [naam 2] had als gevolg van pestgedrag op de werkvloer. Daarom is het volgens [eiseres] niet redelijk om haar op te dragen contact te hebben met [naam 2] in het kader van haar re-integratie. Dit heeft [eiseres] ook aan Wordline kenbaar gemaakt, waarbij zij Wordline heeft gevraagd om een ander contactpersoon in het kader van de re-integratie aan te wijzen. Wordline heeft hieraan geen gehoor gegeven, terwijl zij dit als goed werkgever wel had moeten doen, aldus [eiseres] . [eiseres] stelt verder dat zij het voorschrift om mee te werken aan mediation niet heeft geweigerd, maar dat zij enkel om uitstel heeft gevraagd omdat zij medisch gezien niet in staat was om mee te werken aan mediation. 4.
  34. De kantonrechter volgt [eiseres] hierin niet. Mediation is erop gericht conflicten uit te praten onder leiding van een onpartijdige en onafhankelijke derde. In het geval van [eiseres] is [naam 2] de persoon met wie zij (kennelijk) een conflict voelde en dat moet uitpraten. De oplossing van het conflict – zo blijkt uit de adviezen van de bedrijfsartsen het deskundigenoordeel – was nodig voor de re-integratie van [eiseres] in eigen werk. Van [eiseres] mocht verwacht worden dat zij hieraan zou meewerken. Het verzoek van Wordline was daarom redelijk. 4.
  35. Het is echter niet eens tot een intake gekomen. Direct na het advies van de bedrijfsarts van 11 februari 2025 om een mediator in te schakelen, heeft [eiseres] gevraagd of het opstarten van mediation vanwege medische redenen kon worden uitgesteld. Toen de mediator [eiseres] benaderde voor een afspraak, heeft [eiseres] opnieuw uitstel gevraagd. De bedrijfsarts heeft evenwel geconcludeerd dat [eiseres] in staat was om mee te werken aan mediation, zodat hiervan moet worden uitgegaan. [eiseres] heeft vervolgens aan de waarschuwingsbrief van Wordline, waarin wordt verzocht om voor 5 maart 2025 contact op te nemen met de mediator, geen gevolg gegeven. 4.
  36. [eiseres] beroept zich voorts op het deskundigenoordeel van het UWV, waaruit zou blijken dat de re-integratie inspanningen van [eiseres] voldoende zijn. Dat oordeel ging er echter van uit dat [eiseres] wel zou gaan meewerken aan re-integratie. Eerder had [eiseres] die bereidheid niet. Zij heeft na ontvangst van het deskundigenoordeel niet zelf contact opgenomen met de mediator of met Wordline. Wordline is pas op 6 mei 2025 bekend geworden met de inhoud van het deskundigenoordeel, waarna [eiseres] niet eerder dan 13 mei 2025 kenbaar heeft gemaakt dat zij bereid was mee te werken. Wordline heeft daarna ook nog de nodige inspan-ningen moeten verrichten om [eiseres] uiteindelijk op 3 juni 2025 deel te laten nemen aan een gesprek met de mediator. Van [eiseres] had een actievere houding kunnen worden verwacht. 4.
  37. [eiseres] heeft nog gesteld dat Wordline onduidelijk en niet consistent is geweest in haar communicatie over de loonsanctie die werd toegepast, omdat Wordline eerst heeft gesteld het loon te zullen staken en daarna kenbaar heeft gemaakt dat de loonbetaling hervat zou worden met ingang van 5 maart 2025 als het UWV [eiseres] ‘gelijk’ zou geven. Volgens [eiseres] doelt Wordline met dit laatste op een loonopschorting in plaats van de eerder aangekondigde loonstop. De kantonrechter volgt [eiseres] hierin echter niet. Wordline heeft in dit kader bedoeld de loonstop ongedaan te maken. Dit is anders dan een loonopschorting. Conclusie 4.
  38. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Wordline ten onrechte de loondoorbetaling gestaakt heeft. De vordering zal daarom worden afgewezen. Voor de nevenvorderingen geldt hetzelfde. 4.
  39. Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom buiten bespreking. Proceskosten 4.
  40. Hoewel [eiseres] in het ongelijk is gesteld, kan zij, nu het gaat om een loonvordering tijdens ziekte, alleen in de kosten van de procedure worden veroordeeld als sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (artikel 7:629a lid 6 Burgerlijk Wetboek). Nu gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is, zal de kantonrechter bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5BESLISSING De kantonrechter, recht doende in kort geding, 5.
  41. wijst de vorderingen van [eiseres] af, 5.
  42. bepaalt dat ieder partij de eigen proceskosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. 66531.MVU

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.