beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht zaakgegevens : C/13/775390 / JE RK 25-666 datum uitspraak: 22 september 2025 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Amsterdam, betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] ,verblijvende op een geheim adres, hierna te noemen de moeder; [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vader; de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio [locatie] ,gevestigd te Amsterdam,hierna te noemen JBRA. 1Het verdere procesverloop 1.
- De kinderrechter houdt rekening met de (spoed) beslissing van de kinderrechter van 10 september 2025, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Bij deze beschikking is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 10 september 2025 voor de duur van twee weken, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek.
- Op 22 september 2025 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen en gehoord zijn: -de moeder, afwisselend bijgestaan door een tolk Oekraïens en door een tolk Engels; -de vader, bijgestaan door een tolk Oekraïens; -mw. [naam 1] namens de Raad; -mw. [naam 2] namens JBRA.
- De standpunten 3.
- De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden. 3.
- De Raad voert daartoe aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er al langere tijd zorgen zijn over [minderjarige] vanwege de zorgelijke thuissituatie waar geen zicht op is. De zorgen zien op het huiselijk geweld dat in de thuissituatie heeft gespeeld, de spanningen tussen de ouders, het middelengebruik van de vader en het wonen van [minderjarige] op verschillende plekken en de draagkracht van de moeder in verband met de complicaties van haar zwangerschap. Deze zorgen kunnen op korte, middellange en lange termijn gevolgen hebben voor [minderjarige] , ondanks dat er geen duidelijk zichtbare kindfactoren zijn. Het is noodzakelijk dat Spoedhulp wordt ingezet om het beeld van de situatie en de noodzaak van verder ingrijpen helder te krijgen. De vader wil alleen met een rechterlijke maatregel verder meewerken met Spoedhulp. De Raad vindt dat er op dit moment een vermoeden is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] . De voorlopige ondertoezichtstelling is langer nodig in het belang van het kind. 3.
- De moeder heeft onder meer naar voren gebracht dat het een intense periode voor haar is geweest. Nu er meer duidelijkheid is, gaat het beter. De moeder heeft vanuit haar emotie – schriftelijk – gereageerd op het rapport van de Raad. De schrijvers van het rapport hadden zonder dat zij de moeder hadden gezien, onjuistheden over haar geschreven. Hoewel de moeder het er moeilijk mee heeft, ziet zij nu in dat er destijds hulp nodig was en dat de hulp ook nu nog nodig is. Wel stoort het haar dat de hulpverleners vaak wisselen en dat men [minderjarige] niet kent; het is erg bureaucratisch. Hoewel in de echtscheidingsprocedure is beslist dat het huurrecht van de echtelijke woning aan de moeder toekomst, heeft de moeder in overleg met [zorginstelling 1] de echtelijke woning met spoed verlaten en is er een urgentieverklaring voor sociale huisvesting aangevraagd. De woning is ook te duur voor de moeder alleen en zij heeft duurzame huisvesting voor haar en de kinderen nodig. 3.
- De vader heeft onder meer verklaard dat de oorzaak van de crisis niet meer aanwezig is nu hij niet meer met de moeder in één woning woont. De vader komt uit een burn-out en focust zich op zijn werk. Hij vindt hulpverlening niet nodig, ook niet in een vrijwillig kader. Het geeft alleen maar stress. Nu er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging voor het kind is er geen grond voor toewijzing van het verzoek. De wettelijke drempel wordt niet gehaald, aldus de vader. De zorgen die door de Raad worden genoemd kan hij enigszins begrijpen, maar een zorg is niet hetzelfde als een bedreiging. Ook een slechte communicatie tussen ouders vormt geen bedreiging voor het kind. Er is geen inmenging van de overheid nodig. Hij ziet niet in hoe hulpverlening [minderjarige] gaat helpen, het zorgt alleen maar voor meer stress. De vader vreest bovendien dat de bemoeienis van jeugdzorg oneindig zal doorgaan. De vader kan en wil de zorgen wegnemen, hij volgt therapie bij [zorginstelling 2] en de moeder volgt therapie bij [zorginstelling 1] . Het is onduidelijk wat JBRA van ouders verwacht en wat de doelen zijn. Als de moeder vrijwillig hulp wil zal de vader dit steunen, maar hij wil zelf geen hulp. 3.
- JBRA brengt naar voren dat de ouders beiden een intakegesprek met Spoedhulp hebben gehad maar dat de vader pas een vervolggesprek wil als er een maatregel door de rechtbank wordt uitgesproken. Als Spoedhulp betrokken is, doet JBRA een stap terug. Het eindverslag van Spoedhulp wordt na vier weken verwacht. 4De verdere beoordeling 4.
- De kinderrechter is van oordeel dat uit het verzoekschrift en uit de mondelinge behandeling blijkt dat er nog steeds een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW), en dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. 4.
- Op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en van het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat de spoedbeslissing van 10 september 2025 uitgaan de van de destijds beschikbare informatie op goede gronden is genomen. Voorts is de kinderrechter van oordeel dat aansluitend een voorlopige ondertoezichtstelling dient te worden verleend voor de duur van drie maanden. Uit het verzoek van de Raad blijkt een ernstig vermoeden van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] . De zorgen die ten tijde van het afgeven van de spoedmachtiging bestonden, zijn nu nog onverminderd aanwezig. De kinderrechter herhaalt hetgeen in de spoedbeslissing van 10 september 2025 is overwogen. Uit het verzoekschrift blijkt van een jarenlang patroon van conflicten tussen de ouders en signalen van emotionele en fysieke onveiligheid in de gezinssituatie. De ouders hebben goede stappen gezet in de richting van verbetering daarvan door behandeling bij [zorginstelling 2] aan te gaan, maar de recente uitspraak in de echtscheidingsprocedure heeft vooral bij de vader tot veel stress geleid, resulterend in drugsgebruik en onvoorspelbaar en wisselend gedrag van zijn kant. Recentelijk heeft hij onder invloed bij [zorginstelling 2] zeer zorgelijke en dreigende uitspraken gedaan richting de moeder, waarvan door [zorginstelling 2] melding is gemaakt. In verband met ernstige medische complicaties bij haar zwangerschap is de moeder tijdelijk niet in staat gebleken voor [minderjarige] te zorgen, waardoor hij bij de vader verblijft. Er is geen zicht op het huidige functioneren van de vader, de situatie van [minderjarige] en het effect van de recente gebeurtenissen op hem. In deze situatie zijn de zorgen van de Raad over [minderjarige] terecht, en gebleken is dat de hulpverlening niet genoeg toegang tot het gezin heeft gekregen om de veiligheid van [minderjarige] zeker te kunnen stellen. Uit de mondelinge behandeling van heden is naar voren gekomen dat de vader zich enigszins kan voorstellen dat de Raad zorgen heeft, maar dat hij zonder rechtelijke maatregel niet verder met Spoedhulp in gesprek wil en hulpverlening niet nodig vindt. De kinderrechter is van oordeel dat het traject bij Spoedhulp gevolgd dient te worden om de veiligheid van [minderjarige] in kaart te brengen. Aan de hand van het door Spoedhulp uit te brengen advies zal vervolgens door de Raad en JBRA worden beoordeeld wat er nodig is voor ouders en [minderjarige] om de zorgen weg te nemen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat ouders de hulp zullen aangrijpen en hier gebruik van zullen maken. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat aan de grond voor een voorlopige ondertoezichtstelling nog steeds is voldaan (artikel 1:257 BW). Het resterende deel van het verzoek zal daarom worden toegewezen. 4.
- De kinderrechter wijst nogmaals op dat bij de uitvoering van deze voorlopige ondertoezichtstelling rekening zal moeten worden gehouden met de emotionele en fysieke belastbaarheid van de moeder in verband met de complicaties van haar zwangerschap. Daarnaast dient er zo veel als mogelijk rekening te worden gehouden met de werktijden/mogelijkheden van de vader bij het plannen van afspraken. 5
- De beslissing De kinderrechter: 5.
- handhaaft de spoedbeslissing van 10 september 2025 tot heden; 5.
- stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Jeugdbescherming Regio [locatie] , gevestigd te Amsterdam tot 10 december 2025; 5.
- verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 22 september 2025 door mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van J.O. van Saase-Zaagman als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 oktober 2025 Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Amsterdam.