← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:7533

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11731866 \ CV EXPL 25-7918 Vonnis van 26 september 2025 in de zaak van AIM4MEDIA B.V., gevestigd te Wadenoijen, gemeente Tiel, eisende partij, hierna te noemen: Aim4media, gemachtigde: mr. R.A. Stoks, tegen [gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ), wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 mei 2025, met producties; - de conclusie van antwoord, met producties; - het instructievonnis van 20 juni 2025; - de dagbepaling mondelinge behandeling. 1.
  2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 augustus
  3. Namens Aim4media is [naam] (indirect grootaandeelhouder/bestuurder) verschenen, bijgestaan door mr. D.E.M. Ghijssen. [gedaagde] is in persoon verschenen. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht - Aim4media aan de hand van spreekaantekeningen - en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. Aim4media is een onderneming die zich bezighoudt met advisering en ondersteuning op het gebied van informatietechnologie. [gedaagde] exploiteert een uitzendbureau die zich onder meer bezighoudt met het uitzenden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. 2.
  6. Partijen hebben op 13 oktober 2022 een overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat Aim4media het volgende gaat uitvoeren voor [gedaagde] : “PAKKETTEN: TOTAL MARKETING CRM (…) Online Afspraken Planner (…) Review Planner (…) Studio werkzaamheden Koppelen website aan Total Marketing CRM Inrichting afspraken module Jobboard Online sollicitatie Plaatsen content op de website Bedrijfsvideo Fotosessie Copywriting Marketing ondersteuning Campagne ontwikkeling Campagne Management Leadgeneratie Inrichten funnel automatische leadopvolging Lead distributie” 2.
  7. Aim4media heeft drie facturen gestuurd aan [gedaagde] , gedateerd 24 november 2022, 31 december 2022 en op 31 januari 2023, zulks voor totaal € 3.622,
  8. [gedaagde] heeft de facturen onbetaald gelaten. 2.
  9. Op 10 januari 2023 heeft [gedaagde] aan Aim4media een e-mail gestuurd waarin ondermeer staat: “(…) Daar buiten heb ik nog steeds geen toegang tot de mail en het begint me echt te belemmeren. Ik wil zo snel mogelijk dat het terug naar siteground gaat zodat ik me werk kan verrichten.” 2.
  10. Op 13 december 2023 heeft [gedaagde] Aim4media per e-mail verzocht om een betalingsregeling te treffen, waarna Aim4media op 14 december 2023 een voorstel voor een betalingsregeling heeft gedaan. 2.
  11. Op 14 december 2023 heeft [gedaagde] de volgende e-mail gestuurd aan Aim4media, voor zover relevant: “Dit jaar is heel turbulent geweest. Problemen gehad met een gigantische klant die 500 miljoen omzet en hard mee opgeschaald is die uiteindelijk nooit de volle pot heeft betaald en daardoor heel erg hard in de problemen gekomen met schulden en lonen. Probeer alles langzamerhand op te pakken en niet failliet te gaan, ben nu betalingsregelingen aan het sluiten met iedereen inclusief je incasso. (…)” 2.
  12. Aim4media en haar gemachtigde hebben [gedaagde] meerdere malen gesommeerd het openstaande bedrag te voldoen. [gedaagde] heeft niet betaald. 3Het geschil 3.
  13. Aim4media vordert – kort gezegd – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 3.622,74, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, € 487,27 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 3.
  14. Aim4media legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen hebben een overeenkomst gesloten en Aim4media heeft op grond hiervan diverse diensten geleverd aan [gedaagde] waarvoor [gedaagde] betaling is verschuldigd. Aim4media verlangt nakoming van de overeenkomst. 3.
  15. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Aim4media, met veroordeling van Aim4media in de kosten van deze procedure. 3.
  16. [gedaagde] stelt – kort gezegd – dat Aim4media niet alle overeengekomen werkzaamheden heeft verricht. Hiermee is Aim4media tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst, wat [gedaagde] het recht geeft om betaling op te schorten of deze te matigen. Ook heeft [gedaagde] al € 500,00 voldaan. Ten slotte volgt uit de toepasselijke algemene voorwaarden dat betaling pas is verschuldigd als alle overeengekomen diensten zijn geleverd. Dit is niet het geval. 3.
  17. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  18. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] gehouden is om de facturen van Aim4media te betalen of dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting op kon schorten. 4.
  19. [gedaagde] stelt dat de wanprestatie van Aim4media uit het volgende bestaat: de hosting is niet goed, de CRM-koppeling, het jobboard en de landingspagina’s zijn niet online geplaatst, de contentcreatie is niet volledig, de fotoshoot is niet uitgevoerd en SEO-SEA-campagnes en lead nurturing zijn niet gestart. Aim4media stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden naar behoren zijn uitgevoerd en dat [gedaagde] nooit, althans pas in deze procedure, heeft geklaagd over de uitgevoerde werkzaamheden of het niet uitvoeren van werkzaamheden. 4.
  20. Het meest verstrekkende standpunt wat Aim4media inbrengt tegen het verweer van [gedaagde] is dat [gedaagde] niet tijdig heeft geklaagd. De klachtplicht is geregeld in art. 6:89 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [gedaagde] kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij Aim4media terzake heeft geprotesteerd. Als de prestatie niet aan de overeenkomst voldoet, moet [gedaagde] daarover dus op korte termijn bij Aim4media klagen. De vraag wat een “bekwame tijd” is, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Hierbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Onder andere weegt mee of nadeel wordt geleden door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. De klachtplicht beschermt de schuldenaar tegen te late en daardoor moeilijk te betwisten klachten. 4.
  21. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd. De overeenkomst was voor drie maanden gesloten, van 1 november 2022 tot en met 31 januari
  22. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde] voor het eerst op 10 januari 2023 heeft geklaagd dat hij geen toegang had tot zijn e-mail. Op vragen van de kantonrechter kon [gedaagde] ter zitting niet nader toelichten of en wanneer hij ten aanzien van de overige punten heeft geklaagd, voorafgaand aan deze procedure. Ook toen hij berichtte betalingsproblemen te hebben wegens het uitblijven van betaling door een grote klant heeft hij niets over het opschorten of niet hoeven betalen van de openstaande facturen gezegd. Als [gedaagde] niet tevreden was met de uitgevoerde werkzaamheden van Aim4media, mocht van hem worden verwacht dat hij dat tijdig bij Aim4media zou melden en de gelegenheid zou bieden de niet nagekomen onderdelen van de overeenkomst nog na te komen. Dat heeft hij niet eerder dan bij conclusie van antwoord gedaan. 4.
  23. Aim4media heeft bovendien gemotiveerd betwist dat er sprake is van enige wanprestatie aan haar zijde. Aim4media was niet verantwoordelijk voor de hosting en het e-mail account omdat daarover niets was opgenomen in de overeenkomst. Aim4media heeft aangeboden om de hosting via een dochterbedrijf van [gedaagde] over te nemen. Deze overstap is uiteindelijk niet doorgezet, nadat [gedaagde] had verzocht zijn hosting terug te zetten naar zijn oorspronkelijke host, Siteground. Dat vervolgens de e-mail account van [gedaagde] is afgesloten door Siteground, komt omdat [gedaagde] de rekening van Siteground niet had betaald. Aim4media staat hier buiten en heeft [gedaagde] bovendien gewaarschuwd dat hij de gegevens op zijn account goed moest opslaan. Dat hij geen toegang had tot zijn e-mail komt onder de geschetste omstandigheden voor rekening en risico van [gedaagde] zelf. Aim4media heeft ook de overige klachten van [gedaagde] gemotiveerd weersproken. Aim4media heeft daarbij aangetoond dat de werkzaamheden met betrekking tot de CRM-koppeling en het jobboard conform de overeenkomst zijn uitgevoerd. Dat die koppeling [gedaagde] ook daadwerkelijk leads heeft opgeleverd is door [gedaagde] niet weersproken. De landingspagina’s zijn volgens Aim4media ook voorbereid, maar zijn uiteindelijk niet online gezet, omdat Aim4media geen toegang meer had tot de website van [gedaagde] . De fotoshoot is niet uitgevoerd, omdat [gedaagde] deze op een laat moment had geannuleerd. Dit ligt in de risicosfeer van [gedaagde] . Ook heeft [gedaagde] niet weersproken dat de SEO-campagne en de nurturing zijn uitgevoerd. Uit de overeenkomst volgt Aim4media, dat eventuele SEA-campagnes pas vanaf de vierde maand zouden worden ingezet. Er rustte op Aim4media geen verplichting om deze campagne uit te voeren. [gedaagde] heeft op de gemotiveerde betwisting dat sprake was van de wanprestatie geen concrete feiten aangedragen die zijn stelling onderbouwen dat tekortschieten van Aim4media opschorting van de betaling van de facturen rechtvaardigde. De conclusie op grond van het voorgaande is dan ook dat de verweren van [gedaagde] worden verworpen en de gevorderde hoofdsom opeisbaar is en kan worden toegewezen. 4.
  24. Voor zover [gedaagde] stelt dat uit de toepasselijke algemene voorwaarden volgt dat hij pas hoefde te betalen nadat alle overeengekomen diensten zijn uitgevoerd, heeft Aim4media er terecht op gewezen dat in de bepalingen waar [gedaagde] naar verwijst dit niet staat. In de betreffende bepalingen is een geheel andere regeling opgenomen. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan dit verweer van [gedaagde] . 4.
  25. [gedaagde] stelt dat hij op 13 maart 2024 een bedrag van € 500,00 heeft betaald aan Aim4media en legt hiertoe een afschrift van de transactie over. Nu Aim4media deze betaling niet heeft betwist, zal de kantonrechter dit bedrag verrekenen met de hoofdsom. Dat betekent dat ten aanzien van de eerste factuur een bedrag van € 707,58 (€ 1.207,58 - € 500,00) verschuldigd is. 4.
  26. Aim4media vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit Buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 487,
  27. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal de vordering worden toegewezen. 4.
  28. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Aim4media worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 123,16 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.246,66 4.
  29. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  30. veroordeelt [gedaagde] om aan Aim4media te betalen een bedrag van € 707,58, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, te rekenen vanaf 29 november 2022, tot de dag van volledige betaling, 5.
  31. veroordeelt [gedaagde] om aan Aim4media te betalen een bedrag van € 1.207,58, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, te rekenen vanaf 12 januari 2023, tot de dag van volledige betaling 5.
  32. veroordeelt [gedaagde] om aan Aim4media te betalen een bedrag van € 1.207,58, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, te rekenen vanaf 12 februari 2023, tot de dag van volledige betaling 5.
  33. veroordeelt [gedaagde] om aan Aim4media te betalen een bedrag van € 487,27 aan buitengerechtelijke kosten, 5.
  34. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.246,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  35. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
  36. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025, in aanwezigheid met de griffier mr. S.H.I. Hoestra. 61289 HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593, r.o. 5.6.1.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.