RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/2620 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser ( [gemachtigde eiser] ), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder ( [gemachtigde verweerder] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 17 oktober 2024. 1.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan een betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond? 3. Eiser heeft op 8 september 2023 een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder wegens activiteiten van restaurant [naam restaurant] gelegen aan de [adres] . Op 12 december 2023 heeft verweerder hierop een besluit genomen. Uit het besluit komt naar voren dat er een overtreding is geconstateerd bij restaurant [naam restaurant] op het gebied van geurhinder. Verweerder legt in zijn besluit uit dat hij verwacht dat de geurhinder wordt weggenomen als het afvoerkanaal wordt verhoogd. 4. Restaurant [naam restaurant] heeft vervolgens op 14 februari 2024 een vergunningsaanvraag ingediend voor het verlengen van de afzuigpijp. Verweerder heeft op 9 september 2024 de aanvraag geweigerd. Restaurant [naam restaurant] heeft op 17 oktober 2024 bezwaar gemaakt tegen het weigeringsbesluit. 4. Verweerder heeft in het verweerschrift van 7 mei toegelicht dat de bezwaarcommissie met partijen (restaurant [naam restaurant] en de vertegenwoordiger van het bestuur) heeft afgesproken dat een alternatief plan zal worden ingediend. Verweerder heeft niet bestreden dat hij niet op tijd heeft beslist. Dat maakt dat een belanghebbende beroep kan instellen vanwege het niet tijdig beslissen. 5. Naast de aanvrager kan als belanghebbende bij het niet tijdig beslissen op een aanvraag in beginsel ook degene worden aangemerkt die een belang heeft bij het reële besluit. Daarbij moet gedacht worden aan degene die een wijziging van de juridische situatie nastreeft en niet aan degene die gebaat is bij een afwijzing van de aanvraag en de bestaande situatie wil handhaven. Voor deze laatste verandert de bestaande situatie immers niet zolang niet op de aanvraag is beslist. Dit volgt uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO350 en 12 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4566. 6. Voor deze zaak betekent dit het volgende. Eiser woont boven het restaurant en ervaart overlast op verschillende fronten. Hij heeft daarom om handhaving verzocht. De aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de verlengde afvoerpijp komt voort uit dat traject. Afwijzing van de aanvraag betekent dat de geuroverlast nog altijd voortduurt. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser een rechtstreeks belang heeft bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en bij (een besluit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.