RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-103328-25 Datum uitspraak: 16 oktober 2025 UITSPRAAK op de vordering van 16 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 januari 2025 door the Public Prosecutor at the Judicial Court of Nantes, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëist persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1985, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentie adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De rechtbank verwijst voor de procesgang naar de tussenuitspraak van 25 september 2025 en overweegt daarnaast dat wat daarin is overwogen over de grondslag, inhoud en genoegzaamheid van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en het evenredigheidsverweer, hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. De behandeling van het EAB is na de tussenuitspraak van 25 september 2025 – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 16 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigd raadsvrouw, mr. B.G.M.C. Peters. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tunesische nationaliteit heeft. 3Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Inleiding De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraken van 1 juli 2025, 5 augustus 2025 en 25 september 2025 over de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. Het Openbaar Ministerie heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op de hoogte gesteld van de tussenuitspraak van 25 september 2025 en verzocht binnen de gegeven redelijke termijn in kennis te worden gesteld van eventuele wijzigingen in de detentieomstandigheden die zouden maken dat de opgeëiste persoon niet langer het gevaar loopt te worden blootgesteld aan een mogelijke schending van zijn grondrechten. Vervolgens heeft het Hoofd van het Bureau voor internationale rechtshulp in strafzaken bij brief van 8 oktober 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt: “Kan worden gegarandeerd dat [opgeëist persoon] zal beschikken over een persoonlijke ruimte van minstens 3m2 (exclusief de sanitaire voorzieningen) binnen een meerpersoonscel? Als antwoord hierop kan worden opgemerkt dat de Franse autoriteiten, rekening houdende met de huidige bezettingsgraad in de mannengevangenis van Orléans-Saran, niet kunnen garanderen dat [opgeëist persoon] zal beschikken over een persoonlijke ruimte van 3m2, exclusief de sanitaire voorzieningen. Deze vermelding is onder voorbehoud van een eventuele wijziging van deze bezettingsgraad en van de datum van overdracht van [opgeëist persoon] . Wij verwijzen echter naar de toelichting in de vorige brief, waaruit blijkt dat de betrokkene, indien [opgeëist persoon] dat wenst, toegang heeft tot dagelijkse wandeltijd, culturele en sportieve activiteiten en gezondheidszorg, criteria die bijdragen aan fatsoenlijke detentieomstandigheden.” Standpunt van de raadsvrouw en de officier van justitie Zowel de raadsvrouw als de officier van justitie stellen zich op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Na de tussenuitspraak van 25 september 2025 heeft zich geen wijziging van de omstandigheden voorgedaan. Het eerder vastgestelde individuele gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon is niet weggenomen. Oordeel van de rechtbank Bij de beoordeling van de detentieomstandigheden van voorlopig gedetineerden in de mannengevangenis van Orléans-Saran sluit de rechtbank aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.