RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/765283 / HA RK 25-65 Beschikking van 31 juli 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: [gemachtigde verzoeker] , tegen HOIST FINANCE AB, gevestigd in Amersfoort, verwerende partij, hierna te noemen: Hoist Finance, gemachtigde: [gemachtigde verweerder] . 1De zaak in het kort 1.
- [verzoeker] heeft twee negatieve BKR-registraties op zijn naam staan voor leningen uit 2015 en
- Beide BKR-registraties kloppen volgens [verzoeker] niet. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat die BKR-registraties worden verwijderd. Ook wil [verzoeker] een aantal stukken hebben van Hoist Finance, die verantwoordelijk is voor de actuele registraties bij het BKR. Hoist Finance vindt dat er geen reden is om de BKR-registraties te verwijderen. 1.
- Omdat [verzoeker] een consument is en onder andere aanvoert dat de leningsovereenkomsten waar de BKR-registraties op zien niet voldoen aan de regels voor consumentenkredieten, moet de rechtbank dat onderwerp eerst beoordelen. De uitkomst van de toets van de leningsovereenkomsten aan de regels voor consumentenkredieten kan gevolgen hebben voor de geldigheid van de leningsovereenkomsten en in het verlengde daarvan de daarop gebaseerde BKR-registraties. De rechtbank heeft daarvoor nog onvoldoende gegevens en geeft Hoist Finance de gelegenheid om hierop een toelichting te geven en daarbij behorende stukken aan te leveren. [verzoeker] mag daar vervolgens op reageren. De rechtbank neemt in deze beschikking dus nog geen beslissing op het verzoek. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van [verzoeker] van 11 maart 2025 met bijlagen, het verweerschrift van Hoist Finance met bijlagen, en de mondelinge behandeling van 6 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die in het dossier zitten. 3De feiten 3.
- In het BKR-register staan op naam van [verzoeker] met als aanbieder Hoist Finance twee kredieten geregistreerd: contractnummer [nummer 1] , met een achterstandscodering sinds 13 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 16 maart 2017, en contractnummer [nummer 2] , met een achterstandscodering sinds 28 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 6 september
- 3.
- Hoist Finance heeft twee ondertekende leningsovereenkomsten op naam van [verzoeker] overgelegd: - “ “overeenkomst Persoonlijke Lening (Verkoop op afstand)” met Santander voor een bedrag van € 5.000, ondertekend op 28 oktober 2015 met contractnummer [nummer 1] , (hierna: de persoonlijke lening), en - “ “overeenkomst huurkoopfinanciering” met Santander in verband met de aanschaf van een auto, met een krediet van € 4.999, ondertekend op 24 juni 2016 met contractnummer [nummer 2] (hierna: de autolening). 4Het verzoek en het verweer 4.
- [verzoeker] verzoekt samengevat dat de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: de BKR-registratie voor het krediet met contractnummer [nummer 1] verwijdert, Hoist Finance beveelt om stukken over te leggen, waaronder de kredietovereenkomst, de algemene voorwaarden, de 14-dagenbrief en specificaties van incassokosten, en Hoist Finance veroordeelt in de proceskosten en de wettelijke rente daarover. 4.
- Het verzoek van [verzoeker] ziet alleen op het hiervoor genoemde contractnummer (de persoonlijke lening). Op de zitting heeft [verzoeker] stellingen ingenomen over de onjuistheid van de BKR-registratie van de autolening. Uit de toelichting van [verzoeker] dat zijn belang bij verwijdering is dat hij last heeft van de BKR-registraties in verband met het krijgen van een nieuwe hypotheek leidt de rechtbank af dat [verzoeker] wil dat beide BKR-registraties verwijderd worden. Ook Hoist Finance is daar kennelijk vanuit gegaan door in haar verweerschrift beide contracten te bespreken. De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] verder ook zo behandelen. De rechtbank kan zelf geen BKR-registraties aanpassen en begrijpt het verzoek van [verzoeker] zo dat hij wenst dat Hoist Finance veroordeeld wordt om de BKR-registraties te verwijderen. 4.
- [verzoeker] vindt onder andere dat de BKR-registraties onrechtmatig zijn, omdat Santander zich bij het aangaan van de gestelde leningsovereenkomsten niet aan de informatieverplichtingen heeft gehouden die gelden bij consumenten(kredieten). De overeenkomst met contractnummer [nummer 2] heeft [verzoeker] niet ondertekend, zodat er geen grondslag voor deze BKR-registratie bestaat. [verzoeker] betwist dat de leningen zijn overgenomen door Hoist Finance. Als de rechtbank vindt dat de registraties wel rechtmatig zijn, dan moeten deze op grond van een belangenafweging worden verwijderd. [verzoeker] zijn financiële situatie is stabiel en hij heeft het krediet met contractnummer [nummer 1] volledig terugbetaald. 4.
- Hoist Finance verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. De BKR-registraties zijn in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving tot stand gekomen. [verzoeker] heeft de openstaande vorderingen nog steeds niet volledig voldaan, zodat verwijdering van de BKR-registraties niet aan de orde is, ook niet op grond van een belangenafweging. 5De rechtbank heeft meer informatie nodig 5.
- [verzoeker] is een consument. Op de kredietovereenkomsten zijn daarom de bepalingen van Titel 7:2A van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Op grond van artikelen 7:59 en 7:60 BW moeten kredietgevers geruime tijd voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst de in die bepalingen voorgeschreven informatie verstrekken. In artikel 7:61 BW zijn voorwaarden opgenomen over de totstandkoming van de kredietovereenkomst en welke informatie in de kredietovereenkomst moet staan. Ook artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) is van toepassing op de totstandkoming van de kredietovereenkomsten. Kredietgevers moeten op grond van deze bepaling de kredietwaardigheid van consumenten die zich voor een lening melden toetsen. Het doel van de kredietwaardigheidstoets is om consumenten te beschermen tegen overkreditering. De rechtbank moet op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie toetsen of bij de totstandkoming van de kredietovereenkomsten is voldaan aan voornoemde bepalingen. Als blijkt dat sprake is van schending van informatieplichten en/of de kredietwaardigheidstoets, dan kan dit leiden tot vernietiging van de kredietovereenkomsten. 5.
- Hoist Finance heeft dit onderwerp in haar stukken en op de zitting nog onvoldoende toegelicht. De rechtbank stelt Hoist Finance daarom in de gelegenheid om zo mogelijk onderbouwd met stukken toe te lichten op welke wijze zij of haar rechtsvoorgangers heeft/hebben voldaan aan de hiervoor genoemde wettelijke bepalingen en wat daar in deze procedure het gevolg van moet zijn. [verzoeker] krijgt vervolgens de gelegenheid hierop te reageren. Voor beide partijen hanteert de rechtbank een termijn van vier weken. 5.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 6De beslissing De rechtbank 6.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 augustus 2025 voor het indienen van een akte door Hoist Finance als bedoeld onder 5.
- van dit vonnis, waarna [verzoeker] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen, 6.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. W.B. Fonville, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli
- Voluit: Bureau Krediet Registratie, hierna steeds BKR. Voluit: Santander Consumer Finance Benelux B.V., hierna steeds Santander.