← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:8341

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-221418-25 Datum uitspraak: 4 november 2025 UITSPRAAK op de vordering van 29 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rech

Article 110

paragraphs 1 and 2 of the Executive Penal Code, the detainees are held in shared or single cells. The area of the cell per detainee shall be not less than 3 m

  1. The cells at the Lublin Remand Centre provide detainees with an area ranging from 3 m2 to 4.46 m
  2. This area is per one detainee, not including sanitary facilities.

Article 102

point 6 of the Executive Penal Code, prisoners have, in particular, the right to use cultural, educational and sports facilities and activities - the time allowed for exercising this right is approximately one hour.

Article 112

paragraph 1 of the Executive Penal Code, prisoners are entitled to rest necessary for their health, in particular the right to at least one hour of walking. Once a week, prisoners have the opportunity to attend religious services for approximately one hour, and twice a week they can take a bath for approximately 15 minutes. In addition, a detainee has the opportunity to talk to a counsellor and a psychologist - every day as needed, for about half an hour with the counsellor and about half an hour with the psychologist. In addition, detainees have the opportunity to use a payphone in the residential ward. If detainees are interested in above activities, they may spend more than 4 hours outside there [sic] cell.” Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB, omdat de overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Uit de detentiegarantie blijkt niet ondubbelzinnig dat de opgeëiste persoon één uur per dag recht heeft op cultural, educational and sports facilities and activities. Ook lijkt het niet haalbaar dat gedetineerden elke dag een half uur met een psycholoog of psychiater kunnen praten, gezien het geringe aantal psychologen dat in de PI in Lublin werkzaam is. Uit de detentiegarantie blijkt niet dat de opgeëiste persoon tenminste twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Bij elkaar opgeteld lijkt het er eerder op dat hij slechts elf uur per week buiten zijn cel kan zijn. Dit is te weinig. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw de behandeling van de zaak aan te houden voor een korte (redelijke) termijn om te bezien of het individuele gevaar op schending van de grondrechten binnen afzienbare tijd alsnog kan worden weggenomen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan. Uit de aanvullende informatie kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon waarschijnlijk terechtkomt in het detentiecentrum in Lublin, waar hij in een cel zal worden geplaatst met tussen de 3 en 4,46 vierkante meter persoonlijke ruimte. Uit de aanvullende informatie blijkt bovendien dat hij iedere dag een uur kan wandelen en daarnaast iedere dag een uur kan deelnemen aan cultural, educational and sports facilities and activities. Ook kan hij, desgewenst, dagelijks een half uur met een psycholoog spreken. Door het Openbaar Ministerie is aan de Poolse autoriteiten gevraagd hoeveel uur een gedetineerde buiten zijn cel kan zijn als hij aan alle activiteiten deelneemt. Wanneer de aanvullende informatie in samenhang wordt gelezen met deze vraagstelling is het voldoende duidelijk dat de genoemde tijden per dag zijn en niet, bijvoorbeeld, per week. In het licht van recente uitspraken van de rechtbank is dit voldoende. Subsidiair verzoekt de officier van justitie de behandeling van het EAB aan te houden om nadere vragen te stellen over de tijd die de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt op grond van de aanvullende informatie van 8 oktober 2025 vast dat de opgeëiste persoon na overlevering minimaal 3 m2, exclusief sanitair, persoonlijke leefruimte zal hebben in een meerpersoonscel in het Remand Centre in Lublin. Dit betekent dat relevant is hoeveel tijd hij buiten zijn cel kan doorbrengen. Recent heeft de rechtbank aanleiding gezien haar oordeel op dit punt als volgt te preciseren. Het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m2 wordt in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Wanneer de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Met andere woorden: de rechtbank heeft informatie nodig waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen en wat de duur van die activiteiten is, alsmede de omstandigheden waarvan deelname en duur afhankelijk zijn. In de aanvullende informatie van 8 oktober 2025 is dergelijke concrete informatie gegeven. De opgeëiste persoon kan tenminste één uur per dag wandelen. Daarnaast dagelijks kan hij gemiddeld een uur deelnemen aan cultural, educational and sports facilities and activities, kan hij wekelijks een kerkdienst bijwonen en kan hij, als hij dat wil, met een psycholoog of counsellor spreken. Volgens de aanvullende informatie leidt dit ertoe dat, wanneer ervoor wordt gekozen om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, meer dan vier uur buiten de cel kan worden verbleven. Gelet op het voorgaande is de aanvullende informatie, gelezen in samenhang met de door het IRC gestelde vragen waarin is gevraagd naar de activiteiten per dag, voldoende om het algemene reële gevaar van schending van grondrechten voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon in Polen na overlevering staan dus niet in de weg aan het toestaan van de overlevering en de rechtbank ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Lublin (Sąd Okręgowy w Lubllnie), Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 november 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet (OLW). Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ÁG6131232607241È G613123260724 Zie onderdeel e) van het EAB. Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4. Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)). Rechtbank Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311 Rechtbank Amsterdam 26 september 2025, ECLI:RBAMS:2025:7088.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.