RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/754800 / HA ZA 24-870 Vonnis van 5 november 2025 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht LETS PRINT MANAGEMENT OÜ, te Tallin (Estland), eisende partij, hierna te noemen: Lets Print, advocaat: mr. J.G. Crozier, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht OÜ PRINT BEST, te Viljandi (Estland), gedaagde partij, hierna te noemen: Print Best, advocaat: mr. O.G. Trojan. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 juni 2025, waarbij Print Best in de gelegenheid is gesteld om te reageren op productie 20 van Lets Print; - de akte uitlaten met producties van Print Best;- de antwoordakte tevens akte houdende wijziging van eis met producties van Lets Print; - de antwoordakte wijziging eis en akte uitlaten producties van Print Best. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Dit vonnis in het kort 2.1. In het tussenvonnis van 11 juni 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat tussen partijen sprake is van een duurovereenkomst die in elk geval deels op de bepalingen van de schriftelijke overeenkomst gestoeld is en dat Print Best een schadevergoeding moet betalen omdat zij tekort is gekomen in de nakoming van de exclusiviteitsbepaling in de overeenkomst en omdat zij de opzegtermijn van zes maanden niet heeft gehanteerd. Print Best dient ook bij wijze van schadevergoeding een klantenvergoeding te betalen. Print Best is in de gelegenheid gesteld om te reageren op een boekhoudkundige opstelling van Lets Print (productie 20). 2.2. De rechtbank kan aan de hand van de overgelegde producties en de toelichting daarop niet vast stellen op welke klantenvergoeding Lets Print recht heeft en welke schade zij heeft geleden wegens niet in acht nemen van de opzegtermijn. Die vorderingen worden daarom afgewezen. De verklaring voor recht in verband met schending van de exclusiviteit wordt toegewezen met verwijzing van de zaak naar de schadestaat procedure. Ook het beroep op opschorting van betaling van de facturen van Print Best wordt toegewezen. De vordering tot verrekening wordt afgewezen. 3Het geschil 3.1. Lets Print vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. Print Best veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding in verband met het niet hanteren van een redelijke opzegtermijn van a. Primair € 730.065,94, althans € 306.160,80, althans € 153.080,40, althans € 76.540,20, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 31,10%, al dan niet als niet-privatieve lasthebber van Bal Media ten aanzien van het deel van de gederfde winstmarge (zijnde 8,08%) dat ziet op de verkoop van de betreffende orders door Bal Media aan eindafnemers; b. subsidiair € 540.389,69, althans € 226.618,07, althans € 113.309,03, althans € 56.654,52. uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 23,02%; c. meer subsidiair een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2023; II. Print Best veroordeelt tot vergoeding van de door Lets Print geleden schade in verband met de schending van de exclusiviteit, nader te bepalen, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid; III. voor recht verklaart dat Lets Print een rechtsgeldig beroep op opschorting heeft gedaan en Lets Print niet gehouden is tot betaling van de facturen zolang de gronden voor opschorting voortduren; IV. voor recht verklaart dat Lets Print de door haar geleden schade mag verrekenen met de door haar opgeschorte betalingen van de facturen; V. Print Best veroordeelt tot betaling een klantenvergoeding althans een schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking, ter hoogte van: primair € 182.832,35, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 31,10%, al dan niet als niet-privatieve lasthebber van Bal Media ten aanzien van het deel van de gederfde winstmarge (zijnde 8,08%) dat ziet op de verkoop van de betreffende orders door Bal Media aan eindafnemers; subsidiair € 135.331,21, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 23,02%; meer subsidiair een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2023; VI. Print Best veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, VII. Print Best veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4De verdere beoordeling Verzoek terugkomen bindende eindbeslissing 4.1. Print Best heeft in de akte van 23 juli jl. betoogd dat de vordering van Lets Print tot betaling van een klantvergoeding moet worden afgewezen, omdat daartoe geen aanleiding bestaat. Voor zover Print Best de rechtbank verzoekt terug te komen op haar bindende eindbeslissing dat het betalen van een klantenvergoeding op grond van de redelijkheid en billijkheid op zijn plaats is (r.o. 5.17), geldt het volgende. 4.2. Op een bindende eindbeslissing in een tussenvonnis kan slechts onder bijzondere omstandigheden worden teruggekomen, te weten wanneer sprake is van (kort gezegd) een alsnog gebleken juridisch of feitelijk onjuiste grondslag, om te voorkomen dat de rechter op een ondeugdelijke grondslag einduitspraak zou doen. Daarvan is sprake als de rechter, na een dergelijke heroverweging, inziet dat zijn uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn. Print Best heeft onvoldoende concrete stellingen aangevoerd waaruit dit blijkt. De enkele omstandigheid dat Print Best naar eigen zeggen geen voordeel heeft gehad van het klantenbestand van Lets Print volstaat niet. Evenmin is anderszins van bijzondere omstandigheden gebleken. Het verzoek van Print Best wordt afgewezen. Hoogte schadevergoeding 4.3. Lets Print heeft het standpunt ingenomen dat haar gemiddelde omzet over de jaren 2018 tot en met 2020 € 588.085,44 per jaar bedraagt en ter onderbouwing daarvan heeft zij een overzicht van de orders die zij in die periode bij Print Best heeft geplaatst overgelegd (productie 20). Op grond van die gegevens heeft Lets Print betoogd dat de klantenvergoeding € 105.208,48 bedraagt (één jaar brutowinst (marge)) en de schadevergoeding wegens het niet hanteren van een redelijke opzegtermijn € 350.000. 4.4. Nadat Print Best bij akte heeft gereageerd op productie 20 – en heeft betoogd dat uit productie 20 niet blijkt hoeveel winst Lets Print op de orders heeft behaald – heeft Lets Print haar eis vermeerderd en de klantenvergoeding en schadevergoeding berekend aan de hand twintig orders die zij bij Print Best heeft geplaatst. Lets Print heeft voor vijf orders uit 2021, tien orders uit 2022 en vijf orders uit 2023 de volgende stukken overgelegd: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.