← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:844

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrechtzaaknummer: AMS 21/486 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit Amsterdam, eiser (gemachtigde: mr. C.A. Madern), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. H. Munk). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering van verweerder om een bestuurlijke boete te herzien. 1.
  2. Met het bestreden besluit van 17 december 2020 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven. 1.
  3. De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2024 op zitting behandeld. Gezien de inhoudelijke samenhang tussen deze zaak en de zaak met zaaknummer 20/5049, heeft de rechtbank de zaken op de zitting gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank
  4. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen belang meer heeft bij een beoordeling van het beroep en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Waar gaat het in deze zaak over?
  5. Bij een onderzoek van toezichthouders van de gemeente Amsterdam zijn toeristen aangetroffen in de woning van eiser. Volgens verweerder heeft eiser zijn woning aan de woonruimtevoorraad onttrokken omdat hij zijn woning zonder vergunning aan toeristen had verhuurd zonder dat bij de gemeente te melden. 4.
  6. Bij brief van 31 augustus 2018 heeft verweerder aan eiser en zijn zoon het voornemen bekendgemaakt aan hen allebei een bestuurlijke boete op te leggen van € 6.000,- wegens het in strijd met artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3.1.2, vijfde lid, van de Huisvestingsverordening verhuren van de woning aan toeristen. De zoon van eiser heeft op 16 september 2018 per e-mail zijn zienswijze gegeven op het voornemen. 4.
  7. Eiser heeft een brief van 8 oktober 2019 van de gemeente Amsterdam ontvangen, waarin verwezen werd naar een betalingsachterstand en een beslissing van de gemeente. Eiser heeft naar aanleiding hiervan telefonisch contact opgenomen met de gemeente en vernomen dat deze betalingsachterstand betrekking heeft op een boetebesluit vanwege het onttrekken van woonruimte. 4.
  8. Eiser heeft zich vervolgens laten bijstaan door zijn gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft na meerdere verzoeken bij de gemeente op 26 februari 2020 een kopie van het boetebesluit ontvangen. Op 18 maart 2020 is namens eiser bezwaar ingediend tegen de opgelegde boete en een verzoek ingediend tot herziening.. 4.
  9. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de opgelegde boete niet-ontvankelijk verklaard en het herzieningsverzoek afgewezen. Herroeping van het boetebesluit en procesbelang
  10. Het beoogde doel van eiser in beroep tegen het bestreden besluit is de herziening of matiging van de opgelegde boete. De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 februari 2025 het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de opgelegde boete gegrond verklaard en de opgelegde boete herroepen. Hiermee is volledig aan het beroep van eiser tegemoetgekomen waardoor eiser naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer heeft bij beoordeling van onderhavig beroep. Op de zitting heeft eiser desgevraagd ook aangegeven geen ander belang meer te hebben bij deze zaak. Om deze reden verklaart de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk. Conclusie en gevolgen
  11. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat bij een beoordeling van het bestreden besluit geen procesbelang meer bestaat. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk.
  12. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte kosten in verband met verleende rechtsbijstand in beroep. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari
  13. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Huisvestingsverordening Amsterdam 2016, geldig tot 1 januari 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.