← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:8496

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/351549-24 Datum uitspraak: 29 oktober 2025 UITSPRAAK op de vordering van 21 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtban

Article 112

§ 1 of the Executive Penal Code, a convicted prisoner exercises his right to rest, which is indispensable to keep healthy, especially the right to go for at least one-hour walk and to sleep 8 hours a day. Walks are available for inmates outdoors and they last an hour. Notwithstanding, with the consent of the administrative authority, an inmate is allowed visits and to use a pay phone, as well to consult with a psychologist and a supervisor (when needed) or to participate in cultural and educational activities. Except for a walk, the above activities are not usually cyclical, hence it is impossible to estimate an average daily time span during which an inmate spends his time outside the residential cell. It is also worth mentioning that no penitentiary actions are taken towards temporary arrested prisoners which are intended to eliminate causes of committed crimes in view of the presumption of innocence. Therefore, the offer of activities for such a group of inmates is limited which has a direct bearing on the time spent outside the residential cell." In aanvulling hierop heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 21 oktober 2025 de volgende informatie verstrekt: “(…)

Article 135

§ 2 of the Executive Penal Code, in each custodial institution there is a lending library with books and the press available for the convicted and there is a possibility to use audio-visual devices in day rooms and residential cells. When using the devices, the convict must not disturb the established order in the penal institution. In the Detention Centre in Białystok, using the book collection of the penal institution is organised in the following manner: books are brought to a residential cell on the basis of the order placed by an inmate. An inmate does not leave his residential cell. In the Detention Centre in Białystok there are no separate social rooms or sport facilities where an inmate may spend his time every day. Temporarily arrested prisoners may participate in cultural and educational activities in common rooms situated in the residential divisions for approximately 2 hours a week. Sports activities take place in the common rooms within the above timeframes.

Article 112

§ 1 of the Executive Penal Code, a convicted prisoner exercises his right to rest, which is indispensable to keep healthy, especially the right to go for at least one-hour walk and to sleep 8 hours a day. Walks are available for inmates outdoors and they last an hour. Notwithstanding, with the consent of the administrative authority, an inmate is allowed visits and to use a pay phone, as well to consult with a psychologist and a supervisor. The above activities are not usually cyclical, hence it is impossible to estimate an average daily time span during which an inmate will spend his time outside the residential cell.

Article 73

of the Executive Penal Code, the Director arranges the internal agenda of a penal institution, in which he specifies, inter alia, times dedicated to sleep, work, studying, cultural and educational activities, sports activities and individual activities of a temporarily arrested person, times and a place of meals provided by the administration of a detention centre, times, a place and the manner of walks and baths, days, times, a place and the agenda of visits, the rules of using a payphone, days, times and a place of worship, religious meetings and religion classes. The administration of the Detention Centre in Białystok may not grant an absolute guarantee that a temporarily arrested person will be able to spend at least 2 hours daily outside the residential cell.” Stanpunten van de raadsman en de officier van justitie De raadsman stelt zich op het standpunt dat de nadere aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten nog altijd geen garantie bevat dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel zal verblijven. In de aanvullende informatie wordt slechts vermeld dat activiteiten voor ongeveer twee uur per week worden aangeboden. Bovendien staat niet vast dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk aan de activiteiten zal kunnen deelnemen. Daarnaast vinden alle activiteiten plaats binnen de cel, aangezien er geen gemeenschappelijke ruimtes zijn die dagelijks kunnen worden gebruikt. De rechtbank moet daarom geen gevolg geven aan het EAB. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat zich binnen de in de tussenuitspraak van 11 september 2025 gestelde redelijke termijn geen wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De aanvullende informatie van 8 en 21 oktober 2025 is onvoldoende. De rechtbank overweegt daartoe als volgt In de tussenuitspraak van 11 september 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat, als de Poolse autoriteiten niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, de rechtbank informatie nodig heeft waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, wat de duur van die activiteiten is, én de omstandigheden waarvan deelname en duur afhankelijk zijn. De aanvullende informatie van 8 en 21 oktober 2025 bevat dergelijke informatie niet. Op basis van de aanvullende informatie kan de rechtbank dan ook niet vaststellen hoeveel tijd en onder welke omstandigheden de opgeëiste persoon dagelijks buiten zijn cel zou kunnen verblijven. Voor de opgeëiste persoon is alleen gegarandeerd dat hij één uur per dag kan wandelen en verder kan uit de aanvullende informatie worden afgeleid dat hij daarnaast ongeveer twee uur per week kan deelnemen aan activiteiten. Dit is onvoldoende om het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Er is niet concreet gemaakt welke verdere activiteiten er worden georganiseerd en met name hoe vaak die plaatsvinden, hoelang die duren en welke voorwaarden er zijn voor deelname daaraan, en wat dat concreet voor de opgeëiste persoon betekent. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de aanvullende informatie niet heeft geleid tot een wijziging in de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW. De gegeven redelijke termijn in de zin van artikel 11, vierde lid, OLW is inmiddels verstreken. De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW en zal op grond van artikel 11, vierde lid, juncto artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 5Slotsom De rechtbank zal met toepassing van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg geven aan het EAB. 6Toepasselijke wetsartikelen Artikel 11 OLW. 7Beslissing GEEFT geen gevolg aan het EAB. VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de overleveringsdetentie. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 oktober 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2025:7088.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.