RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11692010 \ CV EXPL 25-6972 Vonnis van 6 november 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VBOT B.V., gevestigd te Zoetermeer, eisende partij, gemachtigde: Medicas B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 30 april 2025, met producties,- het tegen gedaagde partij verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Eisende partij vordert uit hoofde van een met gedaagde partij gesloten onderwijsovereenkomst veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 980,52 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten. 2.
- De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.
- Over de naleving van de informatieplichten heeft eisende partij in de dagvaarding niets gesteld. Reeds hierom kan de vordering niet worden toegewezen (verwezen wordt naar ECLI:NL:HR:2021:1677, rechtsoverweging 3.1.17), nu eisende partij op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig te verstrekken. 2.
- Los daarvan constateert de kantonrechter dat eisende partij bedragen vordert op grond van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst, maar dat deze overeenkomst in het geheel geen prijs staat vermeld, terwijl dat de kern van de prestatie is. Weliswaar staan prijzen vermeld op het inschrijfformulier, maar die komen niet overeen met de prijzen in de factuur. De factuur dateert overigens van 31 januari 2024, terwijl de onderwijsovereenkomst tussen partijen pas daarna tot stand is gekomen. Bovendien heeft gedaagde partij op het inschrijfformulier gekozen voor betaling in drie termijnen, maar het volledige studiegeld is ineens gefactureerd. Termijnbetalingsinstructies zijn niet gegeven. 2.
- Tot slot hanteert eisende partij kennelijk betalingsvoorwaarden van haar nadien ingeschakelde incassogemachtigde. Op welke wijze gedaagde partij daarvan kennis heeft kunnen nemen en/of daarmee akkoord is gegaan, is niet toegelicht. 2.
- Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, komt de vordering vanwege het voorgaande ongegrond voor. De vordering wordt daarom afgewezen. 2.
- De kantonrechter merkt ten overvloede op dat al sinds 1 oktober 2019 geen tussenvonnissen meer worden gewezen om ontbrekende informatie benodigd voor het ambtshalve onderzoek van de kantonrechter op te vragen. 2.
- Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst de vordering af, 3.
- veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 6 november
- 991