RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/196878-25 (EAB I) Datum uitspraak: 12 november 2025 UITSPRAAK op de vordering van 1 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juni 2025 door de onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Litouwen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 10 september 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting 10 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Litouwse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden vanwege uitloop van de zitting en de tolk die niet langer kon blijven. Zitting 18 september 2025 De behandeling van het EAB is vervolgens voortgezet op de zitting van 18 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, en door een tolk in de Litouwse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Tussenuitspraak Bij tussenuitspraak van 25 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst omdat in het tegelijk behandelde EAB II (parketnummer 13/222288-25) nadere informatie moest worden opgevraagd in het kader van de toetsing aan artikel 11 OLW. De rechtbank acht het noodzakelijk in beide overleveringszaken tegen de opgeëiste persoon tegelijk einduitspraak te doen om, indien de overlevering in de andere zaak kan worden toegestaan, te kunnen bepalen aan welk EAB op grond van artikel 26 OLW voorrang moet worden verleend. Zitting 29 oktober 2025 De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, en door een tolk in de Litouwse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak van 24 september 2025 Bij deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de het feit en de Belgische detentieomstandigheden. Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.