Tussenvonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 81.185577.23 Datum uitspraak: 20 november 2025 Tussenvonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 november 2025 in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, [adres] , [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 november 2025, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M.R. Paardekooper. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan feit 1: het feitelijke leiding geven aan het door [naam B.V.] opzettelijk niet tijdig (laten) doen van bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, namelijk de aangiften voor de omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2018 tot en met het derde kwartaal van 2021 en het vierde kwartaal van 2022, terwijl dat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven; feit 2: het feitelijke leiding geven aan het door [naam B.V.] opzettelijk onjuist en/of onvolledig (laten) doen van bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, namelijk de aangiften voor de omzetbelasting over het eerste tot en met het derde kwartaal van 2018 en het vierde kwartaal van 2021 tot en met het derde kwartaal van 2022, terwijl dat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. De volledige tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit tussenvonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Heropening onderzoek Ter terechtzitting van 6 november 2025 is verdachte niet verschenen. De rechtbank heeft op de terechtzitting vastgesteld dat de betekening van de dagvaarding en oproeping van verdachte tijdig en op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft op grond hiervan verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en het onderzoek ter terechtzitting doen aanvangen. De officier van justitie heeft gerekwireerd en de rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting gesloten en medegedeeld dat op 20 november 2025 uitspraak zal worden gedaan. Op 12 november 2025 heeft mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam zich gesteld als raadsman van verdachte. Per e-mailbericht van diezelfde datum heeft de raadsman de rechtbank geïnformeerd dat verdachte niet op de hoogte was van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, doordat de dagvaarding voor de terechtzitting op 6 november 2025 verdachte niet heeft bereikt. Mr. Sewcharan, de Surinaamse advocaat van verdachte heeft hem niet geïnformeerd over de aanstaande zitting. Verdachte heeft via de media vernomen dat er een zitting had plaatsgevonden. Hij had graag de mogelijkheid gehad om zijn verhaal bij de rechtbank op zitting te doen. Gelet hierop heeft de raadsman de rechtbank verzocht het onderzoek te heropenen en een nadere datum te bepalen voor het voortzetten van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, dan wel een tussenvonnis te wijzen en daarin te bepalen dat de zaak op een nadere zitting verder inhoudelijk behandeld zal worden. 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.