← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:8944

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.234.544-25 Datum uitspraak: 18 november 2025 UITSPRAAK op de vordering van 17 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 september 2025 door het Amtsgericht Landshut, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1979, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in het [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L. van Tiggelen, advocaat in Heerlen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Duitse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd door het Amtsgericht Landshut op 5 september 2025 met dossiernummer Gs 3742/

  1. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De opgeëiste persoon heeft gevraagd de overlevering afhankelijk te maken van de door de Duitse autoriteiten gegeven terugkeergarantie van 2 oktober
  2. Hoewel hij de laatste jaren vooral in Duitsland is geweest, wil hij nu in Nederland zijn leven opbouwen. Hij heeft namelijk familie in Nederland waar hij het contact mee wil herstellen. De opgeëiste persoon heeft de afgelopen jaren in Duitsland (en deels ook in Nederland) een zwervend bestaan gehad in verband met drugsproblematiek, die hij – naar zijn zeggen – niet zonder de steun van zijn familie kan oplossen. De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon geen zodanige binding heeft met Nederland dat het in zijn belang is om hier te resocialiseren. Subsidiair kan de overlevering afhankelijk worden gemaakt van de gegeven terugkeergarantie. De rechtbank kan niet vaststellen dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft niet onderbouwd dat het centrum van zijn belangen in Nederland is gevestigd. De opgeëiste persoon heeft geruime tijd in Duitsland verbleven en heeft ook deze nationaliteit. De laatste keer dat hij in Nederland ingeschreven stond was in 2011 en ook momenteel staat de opgeëiste persoon niet ingeschreven in Nederland. Uit niets blijkt dat hij na 2011 wel in Nederland gewoond heeft. Uit het strafblad van de opgeëiste persoon blijkt bovendien dat hij vanaf 2004 tot 2023 diverse malen tot gevangenisstraffen in Duitsland (en niet in Nederland) is veroordeeld, waarbij ook “socio-justitiële voorwaardelijke veroordelingen” zijn opgelegd. Resocialisatie na afloop van een eventuele straf kan dan ook beter in Duitsland plaats vinden. Dat de opgeëiste persoon familie in Nederland zou hebben waarmee hij het contact wil herstellen is onvoldoende om voldoende binding met Nederland aan te nemen. De rechtbank zal daarom de overlevering niet afhankelijk maken van de terugkeergarantie. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Landshut (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 november
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.