RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.136.865-25 Datum uitspraak: 18 november 2025 UITSPRAAK op de vordering van 22 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 april 2025 door the District Court of Legnica - III Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag 1] 2002, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van the Regional Court of Lubin van 19 september 2024, met kenmerk: II Kp 683/
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: racketeering en afpersing. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden In haar uitspraak van 5 juni 2024 heeft de rechtbank overwogen dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m2 wordt in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Wanneer de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft daarom navraag gedaan bij de uitvaardigende justitiële autoriteit naar waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en naar de omstandigheden aldaar. In het antwoord van the District Prosecutor in Legnica van 1 oktober 2025 staat onder meer het volgende: “(…) with regard to [de opgeëiste persoon] , please be informed as follows: 1) after the surrender of the person requested by the European Arrest Warrant to the Polish party he will be placed (…) in remand prison which is closest to the place of conducting the proceedings, (…) it means that in this case it is the Detention Facility (…) of Wrocław. 2) in accordance with the regulations in force in Poland a space in a residential cell (multi-occupancy or single) for one prisoner (detainee) is in the amount not less than 3 square meters. (…) and a separated sanitary space. (…). 3) a person placed in the Detention Facility or Penal Institution in the territory of Poland is provided with a possibility, among others, of taking advantage of cultural-educational activities organized on the premises of a given penitentiary unit, and with a right to at least one-hour stroll each day in the yard.” In de aanvullende informatie van de Prosecutor of the Regional Prosecutor’s Office of Lubin van 17 oktober 2025 staat verder onder meer: “(….) with regard to the European Arrest Warrant issued in respect of the suspected person [de opgeëiste persoon] , I stress that in accordance with information from the (…) detention Facility of Wroclaw (…), a person detained temporarily is provided with a possibility of taking use of cultural -educational activities, and religious services, and taking part in various activities in a dayroom and a library – in accordance with the schedule. Additionally, a person detained temporarily is provided with a possibility of one hour walk once a day outside the cell, and a bath twice a week. A person detained temporarily has also a possibility of performing cleaning works within the detention centre and taking up employment. In case when a person detained temporarily would express his desire to participate in all offered activities he may be beyond a residential cell two hours a day and even longer. However, a final number of hours spent outside the cell is highly individualized, it depends on will to participate in optional activities by a person detained temporarily, therefore it is not possible to determine strict hour limits in respect of the suspected person [de opgeëiste persoon] ”. In de aanvullende informatie van dezelfde datum van the Detention Facility in Wrocław staat tot slot: “(…) in respect of [de opgeëiste persoon] , I kindly explain as follows: During the stay in the Pre-Trial Detention Facility (…) of Wrocław, a person detained temporarily is provided with a possibility of taking use of cultural – educational activities, and religious services. Additionally, in the residential ward he may participate in various activities in a dayroom and visit a library (in accordance with the schedule). Apart from the mentioned activities, he is provided with the possibility of one hour walk once a day, and a bath twice a week. (…) Pursuant to applicable legal provisions, a person detained temporarily has also a possibility of performing cleaning works within the detention centre or taking up employment. Theoretically, if a person detained temporarily would express his desire to participate in all offered activities and in performing cleaning works or taking up employment, he may be beyond a residential cell two hours a day and even longer.” Standpunt van de raadsman De raadsman heeft betoogd dat de gegeven detentiegarantie onvoldoende is om het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Het overleveringsverzoek moet daarom worden afgewezen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie voldoende is en dat de detentieomstandigheden daarom niet in de weg staan aan overlevering. Hiertoe heeft de officier van justitie verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank van 29 september
- Mocht de rechtbank tot een andere conclusie komen, dan moet de uitvaardigende justitiële autoriteit nogmaals in de gelegenheid worden gesteld om informatie over de detentieomstandigheden te verschaffen. Oordeel van de rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de door de Poolse autoriteiten gegeven garantie, verstrekt met de aanvullende informatie van 1 en 17 oktober 2025 (op die datum door zowel the Public Prosecutor als de detentie-instelling zelf). De rechtbank is, gelet op de individuele garantie van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten omdat de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte heeft in een meerpersoonscel (exclusief sanitair) en hij niet structureel 23 uur per dag in zijn cel hoeft door te brengen. De detentieomstandigheden staan daarom niet aan overlevering in de weg. 6Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. 7Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the District Court of Legnica - III Criminal Department (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 november
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. ECLI:NL:RBAMS:2024:
- ECLI:NL:RBAMS:2025:
- HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:
- Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.
- Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)).