← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:9401

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummer: AMS 24/5570 Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres, (gemachtigde: [persoon] ) en Waternet, namens de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel Gooi en Vecht, verweerder, (gemachtigde: mr. T. Houkes). Inleiding

  1. Bij besluit van 29 februari 2024 heeft verweerder eiseres een aanslag waterschapsbelasting voor het kalenderjaar 2023 voor de woning aan de [adres] opgelegd. 1.1 Bij uitspraak op bezwaar van 13 augustus 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 1.2 Eiseres heeft tegen deze uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. 1.3 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli
  2. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Standpunten partijen
  3. Eiseres heeft beroep ingesteld, omdat zij van mening is dat in de aanslag waterschapschapsbelasting over 2023 ten onrechte geen verrekening heeft plaatsgevonden. De aanslag had verminderd moeten worden met € 30,31, aangezien zij dit bedrag nog terugkreeg naar aanleiding van een vermindering van de aanslag voor het belastingjaar 2021, vastgesteld bij het besluit van 5 september
  4. Dit is in het bezwaarschrift aangevoerd, maar verweerder heeft hier niet op gereageerd in de uitspraak op bezwaar.
  5. Verweerder heeft in het verweerschrift van 28 november 2024 uiteengezet dat eiseres de aanslag niet inhoudelijk heeft betwist, eiseres wijst enkel op het uitblijven van een uitbetaling van een eerder toegekende vermindering. Verweerder stelt dat het buiten het toetsingskader van de bestuursrechter valt om te oordelen over de invordering of verrekening van belastingen. Tot slot vermeldt verweerder dat het openstaande bedrag op 1 september 2023 al is uitgekeerd aan eiseres op haar (enige) bij Waternet bekende rekeningnummer.
  6. Eiseres heeft hierop gereageerd bij brief van 11 juni
  7. Eiseres verklaart dat de rekening waar verweerder het bedrag naar zou hebben overgemaakt al in 2016 is opgeheven. Sindsdien betaalt zij al jarenlang haar belastingen vanaf een ander rekeningnummer. Dat rekeningnummer zou eveneens bekend moeten zijn geweest bij verweerder, daarom is niet bevrijdend betaald. Eiseres onderbouwt dit op 1 juli 2025 met stukken van de opgeheven bankrekeningen en afschriften van haar huidige betaalrekening, waaruit blijkt dat zij vanaf die rekening de afgelopen jaren waterschapsbelasting heeft betaald. Beoordeling door de rechtbank
  8. In deze procedure dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verweerder bij bovengenoemde aanslag rekening had moeten houden met het uitblijven van een eerdere verrekening.
  9. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Nu eiseres tijdig in bezwaar en beroep is gegaan tegen de aanslag van 29 februari 2024, is eiseres in beginsel tegen een appellabel besluit in beroep gegaan.
  10. De rechtbank stelt echter vast dat de enige beroepsgrond van eiseres niet is gericht tegen de vastgestelde aanslag, maar tegen het verrekenen van deze aanslag met het door verweerder nog aan eiseres verschuldigde bedrag.
  11. Op grond van artikel 123, tweede lid, van de Waterschapswet (Wsw), voor zover van belang, geschieden de heffing en invordering van waterschapsbelastingen met toepassing van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 (IW 1990).
  12. Op grond van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, AWR kan slechts beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld, indien het een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking betreft. Er is hiermee sprake van een zogenoemd gesloten stelsel van rechtsbescherming.
  13. Op grond van artikel 24 IW 1990 is verweerder bevoegd aan de belastingschuldige uit te betalen bedragen te verrekenen met van de belastingschuldige te innen bedragen. Een beslissing van verweerder om al dan niet over te gaan tot verrekening van terug te geven bedragen met openstaande aanslagen wordt, blijkens de tekst van artikel 24 IW 1990, niet vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, AWR.
  14. Omdat sprake is van een gesloten stelsel van rechtsbescherming brengt het ontbreken van een voor bezwaar vatbare beschikking met zich dat geen bezwaar en beroep openstaat tegen (het uitblijven van) verrekeningen van verweerder.
  15. De bestuursrechter is gelet op het voorgaande niet bevoegd over het onderhavige geschil te oordelen. Op grond hiervan zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren. Dat betekent dat de rechtbank ook niet kan oordelen over de vraag of er sprake is van een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar. Als eiseres een oordeel wenst over de rechtmatigheid van de beslissing tot verrekening, kan zij een vordering bij de burgerlijke rechter instellen.
  16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025 door mr. K.M.A. van der Heijden, rechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan op www.rechtspraak.nl via “Formulieren en inloggen”.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.