RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-271312-25 Datum uitspraak: 3 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 22 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 oktober 2025 door de Stedelijke rechtbank te Praag (Městský soud v Praze), Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , nu uit anderen hoofde gedetineerd in [penitentiaire inrichting] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat in Amsterdam. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB (in samenhang gelezen met het A-formulier) vermeldt een aanhoudingsbevel afgegeven op 9 april 2025 door de Stedelijke Rechtbank te Praag met referentienummer 73 T 5/2025. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Tsjechisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Tsjechië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW 5.1 Gelijkstelling Standpunt partijen De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om de opgeëiste persoon gelijk te stellen met een Nederlander om zo, in geval van veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering aan de uitvaardigende lidstaat, die straf vervolgens in Nederland te kunnen ondergaan. Hij beschikt al sedert 1987 over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en woont dus ook al meer dan 10 jaar in Nederland. Recent is een beroep op gelijkstelling in het kader van een ander EAB gehonoreerd. De brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 5 november 2025 bevat geen gegevens die ertoe zouden moeten leiden dat nu anders geoordeeld wordt. Ook nu dient hij gelijkgesteld te worden. De officier van justitie stelt zich eveneens op het standpunt dat het beroep op gelijkstelling van de opgeëiste persoon moet worden gehonoreerd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft op 19 augustus 2025 uitspraak gedaan in een andere overleveringszaak ten aanzien van deze opgeëiste persoon.Daarin is reeds geoordeeld dat de opgeëiste persoon aan alle voorwaarden van artikel 6, eerste lid, OLW voldoet, zodat hij op grond van artikel 6, derde lid, OLW kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. Sedertdien zijn er geen wijzigingen opgetreden in de omstandigheden en het IND-advies van 11 november jl. biedt geen nieuwe gezichtspunten. De rechtbank stelt de opgeëiste persoon gelijk aan een Nederlander. 5.2 Garantie De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan. Bij brief van 9 oktober 2025 heeft the Presiding Judge of senate 73 T, Municipal Court in Prague de volgende garantie gegeven: “If [de opgeëiste persoon] is surrendered from the Netherlands on condition order that he shall be returned to the Netherlands in the event a custodial sentence or detention order is imposed on him in the Czech Republic, the competent authority of the Netherland will be informed of such final decision without undue delay. Furthermore, all necessary cooperation for the enforcement of the decision will be provided, so that [de opgeëiste persoon] is enabled to serve the custodial sentence or detention order in the territory of the Netherlands.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Inleiding Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. Standpunt raadsvrouw De raadsvrouw bepleit dat de overlevering op grond van artikel 13 OLW moet worden geweigerd. Zij voert daartoe aan dat het, in het belang van een goede rechtsbedeling, wenselijk is dat vervolging ter zake van de in het EAB genoemde feiten in Nederland plaatsvindt. De feiten hebben zich grotendeels op Nederlands grondgebied voorgedaan, de bewijsmiddelen bevinden zich overwegend in Nederland, in ieder geval één medeverdachte (zoon van de opgeëiste persoon) verblijft in Nederland en de Nederlandse autoriteiten hebben rechtsmacht. Daarnaast wordt bij een eventuele strafoplegging in Tsjechië geen rekening gehouden met de samenhang van de feiten in de Nederlandse strafzaak (waarin hij recent veroordeeld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.