RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. T.M.A. van Löben Sels zaaknummer: 11877628 WM VERZ 25-16222 beslissing van: 21 januari 2026 func.: 65186 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 21 januari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: AXUS NEDERLAND B.V. [adres] Hoofddorp verder: betrokkene namens wie beroep is ingesteld door: Appjection B.V. mr. [naam 1] verder: gemachtigde welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 9 oktober 2024 en is gericht tegen de beslissing van 29 oktober 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 24 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch te hebben gehoord – ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 21 januari
- Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Namens betrokkene is de heer [naam 2] bij de zitting verschenen en namens gemachtigde, de heer [naam 3] . Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. GRONDEN VAN DE BESLISSING
- Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd op een parkeergelegenheid met een ander doel dan de aangegeven wijze. Deze gedraging is geconstateerd op 5 april 2024 om 21:42 uur op de [locatie] ter hoogte van [huisnummer] te [plaats] .
- Het beroep is tijdig ingesteld.
- Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene de vermeende gedraging niet ontkent, maar zich beroept op de omstandigheden van het geval. Betrokkene was van plan de auto op te laden op de betreffende locatie, maar de laadpaal was defect. Betrokkene is vervolgens op zoek gegaan naar een andere parkeerplaats, maar die was er niet. Redelijkerwijs kan niet worden verwacht dat betrokkene helemaal in een andere wijk ging parkeren. Parkeren op de plek met de defecte laadpaal was de enige realistische optie. Daarnaast was betrokkene in de veronderstelling dat hij op deze manier ter plekke mocht parkeren aangezien betrokkene wel over een elektronische auto beschikt. De omstandigheden van het geval rechtvaardigen de sanctie dan ook niet. Namens betrokkene wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
- Op de zitting heeft betrokkene het beroepschrift nader toegelicht. Betrokkene woont in de buurt van de vermeende pleeglocatie. Toen betrokkene zag dat de laadpaal defect was, heeft hij het telefoonnummer op de laadpaal gebeld. Er is hem vervolgens medegedeeld dat de laadpaal niet op afstand kon worden gereset en dat het twee tot drie maanden kon duren voordat de laadpaal weer zou functioneren. Aan betrokkene is niet medegedeeld dat hij er niet zou mogen parkeren als de laadpaal defect is. Betrokkene verwacht dat als de laadpaal kapot is er een zak over heen geplaatst wordt, zodat hij weet dat hij er niet mag parkeren. Voor een burger is dit een verwarrende situatie.
- Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6610, het beroep ongegrond dient te worden verklaard. De gedraging kan op basis van de verklaring van de verbalisant, die wordt ondersteund door beeldmateriaal, voldoende worden vastgesteld. De sanctie is terecht opgelegd. De gevolgen van de keuze om de parkeerplaats toch te gebruiken, terwijl de laadpaal ervan defect is, dient voor eigen rekening en risico van betrokkene te komen.
- Het volgende wordt overwogen.
- De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Ik verbalisant zag, het voertuig geparkeerd stond op een parkeergelegenheid met aan andere doel dan de aangegeven wijze. Ik zag namelijk dat het genoemde voertuig op een oplaad plaats voor elektrische voertuigen geparkeerd stond. Ik zag dat deze voertuig niet aangesloten was om te laden. Bord E4 m.o.b. [RB leest: met onderbord] opladen elektrische voertuigen. Ik, verbalisant, heb in het genoemde voertuig geen ontheffing waargenomen. Ik zag dat er in de nabije omgeving van het voertuig geen bestuurder aanwezig was. Ik verbalisant, heb gedurende de waarnemingstijd van 7 minuten geen activiteiten waargenomen”. Er zijn foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.
- Het voertuig van betrokkene stond op een parkeerplaats die was bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen terwijl het voertuig niet was aangesloten om op te laden. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht. Dat betrokkene wel de bedoeling had om het voertuig op te laden, maar dit niet kon doen omdat de laadpaal defect was, maakt niet dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft er voor gekozen om zijn voertuig op deze plaats te parkeren en hier geparkeerd te laten nadat hij ontdekt had dat de laadpaal defect was. De parkeerplaats werd daarmee gebruikt voor een ander dan het aangewezen doel. De sanctie is in dat geval niet ten onrechte opgelegd.
- Echter gelet op de omstandigheden waaronder de aan betrokkene verweten gedraging is verricht, dat betrokkene het telefoonnummer op de laadpaal heeft gebeld en heeft gehoord dat de laadpaal langere tijd buiten gebruik zou zijn en het feit dat het onderhavige voertuig een elektrische auto is en betrokkene daar in de buurt woont, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om de opgelegde sanctie te matigen tot nihil. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
- Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu de inleidende beschikking wordt gematigd, is er aanleiding een proceskostenvergoeding toe te kennen.
- Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan (de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Wahv juncto artikel 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat de kosten gemaakt in administratief beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht: - het indienen van beroep bij de kantonrechter en; - het verschijnen op de zitting bij de kantonrechter.
- Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het beroep € 934,
- Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 934,
- Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 233,50 ((2x934) x 0,5 (weging) x 0,25 (Wahv factor)).
- Daarom wordt beslist als volg. BESLISSING De kantonrechter: - verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en stelt, onder wijziging van de inleidende beschikking, de sanctie vast op nihil; - bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd; - kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 233,
- De griffier De kantonrechter Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.