RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. J.M.B. Cramwinckel zaaknummer: 11877549 WM VERZ 25-16210 beslissing van: 14 januari 2026 func.: 65186 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 14 januari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: Leaseplan Nederland N.V. [adres] Almere (verder: betrokkene) voor wie beroep is ingesteld door mr. M. Lagas van Appjection B.V. (verder: gemachtigde) welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 19 december 2024 en is gericht tegen de beslissing van 12 november 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 4 juni 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep - na gemachtigde telefonisch gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 14 januari
- Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Namens gemachtigde is de heer [naam] bij de zitting verschenen. Gemachtigde heeft geen aanvullingen op het beroepschrift tijdens de zitting. Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. GRONDEN VAN DE BESLISSING
- Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, 18 km per uur harder is gereden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1). Deze gedraging is geconstateerd op 17 mei 2024 om 12:40 uur op de Rijksweg A2, rechts bij hmp 33.7 te Ouderkerk aan de Amstel, gemeente Ouder-Amstel.
- Het beroep is tijdig ingesteld.
- Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht niet op ambtseed is. Verder stelt gemachtigde dat betrokkene meent dat het meetmiddel zijn ijking heeft verloren en dat daarmee getwijfeld dient te worden aan de meting. Gelet hierop had een ijkrapport deel moeten uitmaken van het dossier. Nu dit stuk niet in het geding is gebracht, kan niet met zekerheid worden gesteld dat de juiste snelheid is weergegeven. Gemachtigde verzoekt de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
- Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat uit het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3187 blijkt dat een ijkrapport geen deel hoeft uit te maken van het dossier. Verweerder verzoekt de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren.
- Het volgende wordt overwogen.
- Het verweer van gemachtigde dat niet kan worden aangenomen dat de in het zaakoverzicht vervatte verklaring van de verbalisant op ambtseed of ambtsbelofte is afgelegd, is juist. Dit neemt echter niet weg dat de vaststelling dat een gedraging is verricht, ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd (vgl. het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7299).
- De gedraging is langs elektronische weg geconstateerd en digitaal vastgelegd. De snelheid is vastgesteld met een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel, zijnde een mobiele radar, te weten Multaradar CT, Jenoptik. De geconstateerde snelheid bedroeg 122 km/u. Er is een correctie op de gemeten snelheid toegepast overeenkomstig de richtlijnen. De werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid bedroeg 118 km/u, waar de toegestane snelheid maximaal 100 km/u bedraagt, zodat sprake is van een overschrijding van 18 km/u van de maximum toegestane snelheid ter plaatse. De gedraging is tevens vastgelegd op een foto, waarop het kenteken van het motorvoertuig duidelijk waarneembaar is. Gelet hierop kan als vaststaand worden aangenomen dat de gestelde gedraging met het motorvoertuig, waarvan het kenteken op naam van betrokkene is gesteld, is verricht.
- Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de gebruikte meetapparatuur stelt de kantonrechter het volgende voorop. De radarsnelheidscontrolemeter is opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie. Daarin is bepaald dat voor het gebruik van de radarsnelheidscontrolemeter een verklaring van een onderzoek moet zijn afgegeven door het Nederlands Meetinstituut NMi N.V. waaruit blijkt, dat het apparaat voldoet aan de eisen als vermeld in de bijlage behorend bij deze regeling (artikel 1 onder a juncto artikel 2, tweede lid). Die eisen zijn opgenomen in de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie. Gelet hierop stelt de kantonrechter vast dat het in deze zaak gehanteerde meetinstrument op basis van toetsing aan de daarvoor geldende wettelijke normen is toegelaten, zodat in beginsel mag worden uitgegaan van de betrouwbare werking daarvan.
- De kantonrechter stelt vast dat hetgeen gemachtigde naar voren brengt, bij het ontbreken van enige onderbouwing, geen (gerede) twijfel doet ontstaan omtrent de betrouwbaarheid van het door de ambtenaar gebruikte meetmiddel. De enkele mededeling dat het ijkrapport ontbreekt is daartoe niet voldoende. Andere documenten, zoals een NMI-verklaring of een ijkrapport, hoeven geen deel uit te maken van het dossier. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft.
- Hetgeen is aangevoerd vormt geen reden om te twijfelen aan de vaststelling van de gedraging. De sanctie is terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
- Gelet op de uitkomst van de procedure wordt voor een toekenning van een proceskostenvergoeding, zoals namens betrokkene is verzocht, geen aanleiding gezien.
- Daarom wordt beslist als volgt. BESLISSING De kantonrechter: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af. De griffier De kantonrechter Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.