RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/265702-25 Datum uitspraak: 14 januari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 7 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 1 februari 2024 door the Regional Court in Kielce [Sąd Okręgowy w Kielcach], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Polen), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting onderbroken tot de zitting van 14 januari 2026, waar het onderzoek – met toestemming van partijen enkelvoudig – wordt gesloten en direct uitspraak wordt gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable judgement of the Local Court [Sąd Rejonowy] in Ostrowiec Swietokrzyski van 30 juli 2021 (II K 1239/19). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De raadsman heeft naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon kanttekeningen plaatst bij de aanvullende informatie waarin staat dat hij zijn advocaat ook had gemachtigd voor het hoger beroep. Daarnaast is het de vraag of sprake is van een zuivere omzetting, zoals in het arrest Ardic wordt bedoeld. In een andere zaak heeft de rechtbank namelijk geoordeeld dat bij een omzetting van een vrijheidsbeperkende maatregel naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf sprake was van beoordelingsruimte van de rechter. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de omstandigheid van artikel 12, sub b, OLW zich voordoet. De beslissing tot tenuitvoerlegging hoeft niet aan artikel 12 OLW te worden getoetst. De rechtbank overweegt als volgt. Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. Uit de aanvullende informatie van 3 december 2025 blijkt dat er een proces in hoger beroep heeft plaatsgevonden waarbij de zaak ten gronde is behandeld en waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW. De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, maar dat zich de omstandigheid van artikel 12, sub b, OLW heeft voorgedaan. In de aanvullende informatie van 3 en 18 december 2025 staat dat de opgeëiste persoon op de hoogte was het voorgenomen proces en een gemachtigd advocaat had die hem daadwerkelijk heeft verdedigd tijdens het proces. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing. De vrijheidsstraf is aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van the Regional Court in Ostrowiec Świętokrzyski, II Criminal Division van 10 maart 2023 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen omdat de opgeëiste persoon zich niet aan de voorwaarde hield om contact met zijn reclasseringsambtenaar te onderhouden en hij de toegewezen schadevergoeding niet aan het slachtoffer heeft betaald. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023 volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de tenuitvoerlegging niet het gevolg was van de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit, zodat die situatie hier niet aan de orde is. De beslissing tot tenuitvoerlegging van 10 maart 2023 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom, anders dan de raadsman telt, niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Dit betekent dat de rechtbank geen andere beslissing aan artikel 12 OLW hoeft te toetsen dan de veroordeling waarbij de voorwaardelijke straf is opgelegd bij het vonnis in hoger beroep. 4Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: mishandeling. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW Partijen hebben zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon kan worden gelijk gesteld met een Nederlander. De overlevering daarom moet worden geweigerd en de straf moet worden overgenomen. De rechtbank overweegt als volgt. Overlevering van een met een Nederlander gelijk te stellen vreemdeling kan op basis van artikel 6a, eerste en negende lid, OLW worden geweigerd als deze is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen. Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan twee vereisten, te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.