← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:1243

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11828553 \ KK EXPL 25-519 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 22 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak wordt behandeld door mr. J.P.C. van Dam van Isselt, kantonrechter, bijgestaan door mr. D.C. Vink als griffier. Aanwezig zijn: - [eiser] , vergezeld door zijn zus - [gedaagde] . De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd: - de conclusie van antwoord van [gedaagde] , met producties. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1De beoordeling 1.

  1. Tijdens de zitting heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Deze wijziging zal de kantonrechter toestaan. [gedaagde] heeft deze kunnen bestuderen en hij is in de gelegenheid gesteld er op te reageren. [eiser] vordert, na eiswijziging: 1.1.
  2. dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op een vergoeding van de proceskosten die gemoeid zijn met het starten van een bodemprocedure tegen [gedaagde] , de hoogte ervan vast te stellen naar rechterlijke beoordeling; 1.1.
  3. dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, de hoogte ervan vast te stellen naar rechterlijke beoordeling; 1.1.
  4. dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op een schadevergoeding wegens schending van artikel 82 AVG, de hoogte ervan vast te stellen naar rechterlijke beoordeling; 1.1.
  5. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 1.
  6. Het spoedeisend belang wordt gemotiveerd betwist door [gedaagde] . [eiser] stelt dat hij een voorschot nodig heeft om de advocaatkosten te kunnen betalen om een bodemprocedure te starten tegen [gedaagde] . Dit is geen spoedeisend belang. Dit betekent dat [eiser] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen. Toch zal de kantonrechter de vorderingen ook inhoudelijk beoordelen. 1.
  7. De kantonrechter concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Daarvoor is het volgende van belang. 1.
  8. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen. 1.
  9. De stellingen van [eiser] komen er samengevat op neer dat [gedaagde] in zijn bijstand als de advocaat van [eiser] veel en grove fouten heeft gemaakt, waardoor [eiser] schade heeft geleden. [gedaagde] heeft alle afzonderlijke verwijten gemotiveerd betwist en als onderbouwing daarvan onder meer de conclusie van antwoord in de kort gedingprocedure met betrekking tot de ontruiming overgelegd. Ook heeft [gedaagde] de gestelde schade betwist. Gelet daarop is het niet voorshands duidelijk dat de stellingen van [eiser] waar zijn. Dit betekent dat ook niet voldoende aannemelijk is dat [eiser] een vordering op [gedaagde] heeft en dat die vorderingen in een bodemprocedure zouden worden toegewezen. In een kort gedingprocedure is geen ruimte voor nadere bewijslevering of verdere uitwisseling van stukken. Daarom wijst de kantonrechter de vorderingen in deze procedure af. 1.
  10. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - salaris advocaat € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 678,00 2De beslissing De kantonrechter 2.
  11. wijst de vorderingen van [eiser] af, 2.
  12. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 2.
  13. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.P.C. van Dam van Isselt en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.