RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummers: 11717947 EA 25-605 en 11900180 EA 25-1113 Beschikking van 23 januari 2026 in de zaken van 1 [verzoeker 1] EN [verzoeker 2] , te [woonplaats] ,
(19)(…) Kascommissieverklaring De kascommissieverklaring (bijlage 1) wordt toegelicht. Er zijn geen vragen of opmerkingen. De vergadering gaat over tot stemming. Het besluit wordt unaniem aangenomen (3 voor, 0 tegen). (…) Benoeming kascommissie Voorstel tot benoeming van [belanghebbende 2] en [belanghebbende 1] als leden van de kascommissie. Unaniem aangenomen (3 voor, 0 tegen). Ontslag [verzoeker 1] als bestuurder Het ontslag van [verzoeker 1] als bestuurder van de VvE wordt bekrachtigd. Unaniem aangenomen (3 voor, 0 tegen). Bekrachtiging eerdere besluiten De vergadering bekrachtigt eerdere besluiten, waaronder de opzegging van Twinss, (…), verhoging van de bijdrage, jaarrekening 2024, begroting 2025, en afwijzing MJOP en externe beheerder. Alle besluiten unaniem aangenomen (3 voor, 0 tegen). (…) Gebruik VvE-ruimtes door [verzoeker 3] Voorstellen tot gebruik van de kast op de tweede verdieping (met uitzondering van balkonkussens/parasol) en opslag in de VvE-gang worden verworpen. Verplichtingen tot verwijdering persoonlijke spullen, naambordjes en bloembakken, evenals reiniging trappenhuis en herstel schade worden aangenomen. Kosten kunnen worden verhaald bij niet-naleving. Unaniem aangenomen (3 voor, 0 tegen). (…) 3De verzoeken 3.1. [verzoekers] verzoeken in de procedure met zaaknummer 11717947 \ EA VERZ 25-605, na wijziging, om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: Primair 3.1.1. voor recht te verklaren dat de onder agendapunten 1., 3. en 8. van de notulen genoemde besluiten van de VvE van 23 april 2025 nietig zijn, 3.1.2. de onder agendapunten 3a., 5. en 7. van de notulen genoemde besluiten van de VvE van 23 april 2025 te vernietigen, 3.1.3. een vervangende machtiging te verlenen aan [verzoekers] om: met VvE beheerder VvE-tje een overeenkomst van dienstverlening te sluiten volgens de offerte in productie 27. van [verzoekers] en haar opdracht te geven om een jaarrekening over 2024 en een meerjarenonderhoudsplan (mjop) op te stellen, [bestuurder VvE 1] en [bestuurder VvE 2] te ontslaan als bestuursleden van de VvE en uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel en gelijktijdig [belanghebbende 2] en [verzoeker 1] als bestuursleden in te schrijven bij de Kamer van Koophandel, [naam 2] en [verzoeker 3] te benoemen als leden van de kascommissie, 3.1.4. de VvE te veroordelen tot afgifte van de volledige administratie van de VvE, waaronder doch niet uitsluitend alle (inlog)gegevens van internetbankieren, alle gesloten contracten, alle facturen en kwitanties etc., te voldoen binnen vier weken na datum beschikking, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag vanaf het moment dat de VvE daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00. Subsidiair 3.1.5. de onder 1., 3., 3a., 5., 7. en 8. van de notulen genoemde besluiten van de VvE van 23 april 2025 te vernietigen, 3.1.6. een vervangende machtiging te verlenen aan [verzoekers] om: met VvE beheerder VvE-tje een overeenkomst van dienstverlening te sluiten volgens de offerte in productie 27. van [verzoekers] en haar opdracht te geven om een jaarrekening over 2024 en een mjop op te stellen, [bestuurder VvE 1] en [bestuurder VvE 2] te ontslaan als bestuursleden van de VvE en uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel en gelijktijdig [belanghebbende 2] en [verzoeker 1] als bestuursleden in te schrijven bij de Kamer van Koophandel, [naam 2] en [verzoeker 3] te benoemen als leden van de kascommissie, 3.1.7. de VvE te veroordelen tot afgifte van de volledige administratie van de VvE, waaronder doch niet uitsluitend alle (inlog)gegevens van internetbankieren, alle gesloten contracten, alle facturen en kwitanties etc., te voldoen binnen vier weken na datum beschikking, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag vanaf het moment dat de VvE daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00, 3.1.8. de VvE te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, met bepaling dat wanneer de proceskosten niet binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente verschuldigd zal zijn. 3.2. In de procedure met zaaknummer 11900180 \ VERZ EA 25-1113 verzoeken [verzoekers] om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: 3.2.1. de uitvoering van de naar aanleiding van de agendapunten 1., 3., 4., 5., 7a., 7d., 7e., 7k., 7p. tot en met 7t. genomen besluiten van de vergadering van de VvE van 28 augustus 2025 te schorsen zolang in onderhavige verzoekschriftprocedure nog niet onherroepelijk is beslist, 3.2.2. voor recht te verklaren dat deze besluiten nietig zijn dan wel deze besluiten te vernietigen, 3.2.3. de VvE te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, met bepaling dat wanneer de proceskosten niet binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente verschuldigd zal zijn. 3.3. De VvE verweert zich tegen de verzoeken. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna nader ingegaan. 4De beoordeling Juridisch kader 4.1. [verzoekers] hebben verzocht om nietigverklaring dan wel vernietiging van besluiten van de VvE en het verlenen van een vervangende machtiging van de kantonrechter. 4.2. Volgens vaste jurisprudentie kan in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit op grond van artikel 5:130 van het BW ook een beroep op nietigheid van het betreffende besluit aan de orde worden gesteld (vgl. HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1275). 4.3. Uit artikel 5:124 BW volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 BW wordt de akte van splitsing gelijkgesteld met de statuten. 4.4. Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, voor zover relevant, vernietigbaar wegens (
- a)strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (
- b)strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of (
- c)strijd met een reglement. 4.5. Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. De toetsingsmaatstaf is of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit. 4.6. Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen. Van een redelijk belang zal in het algemeen slechts sprake zijn wanneer een belang van de eisende partij door de niet-naleving is geschaad. De eisende partij zal haar redelijk belang moeten stellen en bij betwisting aannemelijk moeten maken. 4.7. Op grond van artikel 5:121 lid 1 BW kan de rechter op verzoek van een appartementseigenaar vervangende machtiging verlenen voor de vereiste toestemming van (in dit geval) de VvE, indien die toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. Bij de beslissing op een verzoek op de voet van artikel 5:121 BW moet de weigering worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid, die de verhouding tussen de appartementseigenaren beheerst. 4.8. Bij de vraag of zonder redelijke grond toestemming is geweigerd, zijn de omstandigheden van het geval van belang, zodat niet geheel kan worden voorbijgegaan aan de belangen van de verzoeker. Dat betekent dat de belangen van de verzoeker mede bepalen of sprake is van een weigering zonder redelijke grond. Dit staat echter niet gelijk aan een volledig open belangenafweging waarin de individuele wensen van de verzoeker in alle opzichten even zwaar wegen als de belangen en motieven van de overige eigenaren. 4.9. Bij het voorgaande geldt dat een VvE een democratisch instituut is. Besluiten genomen door een meerderheid van eigenaars zijn in principe steeds in het belang van de gezamenlijke eigenaars, ook als daarmee de belangen van een minderheid niet worden gediend. Dit is anders indien de meerderheid haar machtspositie misbruikt of op andere wijze onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van een minderheid. In de procedure met zaaknummer 11717947 \ EA VERZ 25-605 Ten aanzien van het primaire verzoek tot nietigverklaring van onder agendapunten 3., en 8. van de notulen genoemde besluiten van de VvE van 23 april 2025 4.10. [verzoekers] hebben onvoldoende toegelicht op welke gronden genoemde besluiten (om het bestuur niet te ontslaan, en geen externe beheerder en geen nieuw bestuur te benoemen) nietig zouden zijn. Een enkele verwijzing naar formaliteiten uit de splitsingsakte met betrekking tot de benoeming van [bestuurder VvE 1] en/of [bestuurder VvE 2] als bestuursleden en de uitschrijving van [verzoeker 1] als bestuurslid in 2024, is daarvoor onvoldoende. Dat geldt temeer gelet op het feit dat - naar onbestreden is gebleven - geen van de eigenaars zich daartegen destijds heeft verzet. Het had op de weg van [verzoekers] gelegen om aan te geven met welke specifieke wettelijke regels en bepalingen uit de splitsingsakte dan wel het splitsingsreglement de besluiten volgens hen in strijd zijn. Dat hebben zij nagelaten. Besluit agendapunt 1.: vaststelling jaarrekening 2024 en begroting 2025 4.11. Artikel 5:124 lid 3 BW jo. artikel 5:135 BW jo. artikel 2:48 BW bepaalt dat het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering van eigenaars overlegt. Op grond van artikel 2:48 lid 2 BW en artikel 63 lid 2 van de splitsingsakte benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. 4.12. De taak van de kascommissie is om de balans en de staat van baten en lasten te onderzoeken en daarvan verslag uit te brengen aan de vergadering van de VvE. Vast staat dat [naam 2] en [belanghebbende 1] tijdens de vergadering van de VvE van 23 april 2025 zijn benoemd als leden van de kascommissie. Vervolgens zijn [belanghebbende 2] en [belanghebbende 1] tijdens de vergadering van de VvE van 28 augustus 2025 benoemd als leden van de kascommissie en is op basis van hun toelichting de kascommissieverklaring vastgesteld. Voor zover tijdens de vergadering van de VvE van 23 april 2025 geen verslag van de kascommissie is voorgelegd, is dat later tijdens de vergadering van de VvE van 28 augustus 2025 alsnog gebeurd. De stelling van [verzoekers] dat het al ingediende verzoekschrift van 23 mei 2025 hieraan in de weg staat (omdat die procedure daardoor geen doel meer zou hebben), wordt niet gevolgd. 4.13. Ook verder zijn onvoldoende gronden gesteld voor nietigverklaring of vernietiging van dit besluit. Dat [belanghebbende 1] geen opdracht heeft gekregen van de vergadering van de VvE om de jaarrekening over 2024 en de begroting voor 2025 op te stellen, is daarvoor op zichzelf onvoldoende grond. Dat geldt ook voor de stelling van [verzoekers] dat de begroting summier is en niet is voorzien van onderliggende offertes. 4.14. De VvE heeft toegelicht dat de begroting voor 2025 conform de splitsingsakte is uitgesplitst naar “Algemeen” en naar “Appartementen” en dat de reservering is gebaseerd op 0,5% van de herbouwwaarde. Uit het voorgaande volgt dat er geen grond is voor nietigverklaring of vernietiging van de besluiten tot vaststelling van de jaarrekening over 2024 en de begroting voor 2025. Deze verzoeken worden daarom afgewezen. De VvE heeft onbetwist gesteld dat de administratie voor alle eigenaars toegankelijk en controleerbaar was, zodat ook het verzoek van [verzoekers] om de VvE te veroordelen tot afgifte van de volledige administratie van de VvE wordt afgewezen. Besluiten agendapunten 3., 3a., 5. en 7.: niet akkoord gaan met besluiten 4.15. De besluiten van de VvE om niet akkoord te gaan met het voorstel tot benoeming van een externe beheerder, het ontslaan en benoemen van het bestuur, het laten opstellen van een mjob en de benoeming van de heer [verzoeker 3] tot lid van de kascommissie zijn niet gericht op rechtsgevolg, althans hebben geen rechtsgevolg. Er verandert namelijk niets. Deze beslissingen kunnen daarom niet als door de VvE genomen ‘besluiten’ worden vernietigd. De verzoeken om vernietiging van deze besluiten worden daarom afgewezen. Vervangende machtiging voor besluit agendapunten 3. en 3a.: ontslag en benoeming van bestuur en benoeming externe beheerder 4.16. [verzoekers] hebben als grond voor het verlenen van een machtiging ex artikel 5:121 BW gesteld dat zij van mening zijn dat de VvE op dit moment niet goed wordt beheerd en bestuurd en dat de VvE erbij gebaat is dat een externe beheerder orde op zaken stelt en het bestuur van de VvE begeleid zolang dat nodig is. Volgens [verzoekers] vindt er geen controle plaats en is er geen duidelijkheid over de financiële stand van zaken en de manier waarop er gespaard gaat worden voor groot onderhoud. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter echter niet komen vast te staan. Al deze verwijten zijn door de VvE gemotiveerd weersproken. Maar al aannemende dat het bestuur steken heeft laten vallen, geldt bovendien dat het telkens om kwesties gaat die zich voor eenvoudig herstel lenen. Financiële stukken kunnen alsnog van noodzakelijke aanpassingen/correcties worden voorzien en gewenste maar ontbrekende informatie kan alsnog worden verstrekt. Afgezien van [verzoekers] vinden de eigenaars het zonde van het geld om opnieuw een externe beheerder in te schakelen. Voor zover [verzoekers] stellen dat sprake is van misbruik van meerderheidsmacht bij de besluitvorming of besluitvorming zonder geldige volmacht is daarvan niet gebleken. De conclusie is dan ook dat niet worden geoordeeld dat de VvE zonder redelijke grond heeft geweigerd om het huidige bestuur te ontslaan, en een externe beheerder en een nieuw bestuur bestaande uit [verzoeker 1] en [belanghebbende 2] te benoemen, nog daargelaten dat [belanghebbende 2] niet bereid is om plaats te nemen in het bestuur. Vervangende machtiging voor besluit agendapunt 5.: opstellen mjob door externe partij 4.17. Op grond van artikel 14 lid 1 van de splitsingsakte moet er een reservefonds worden gevormd ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten. Dit reservefonds ziet op toekomstig groot onderhoud en onvoorziene uitgaven (vgl. artikel 5:126 BW). Op grond van artikel 14 lid 2 van de splitsingsakte bedraagt de jaarlijkse reservering ten behoeve van het reservefonds (a.) ten minste het bedrag dat door de vergadering is vastgesteld ter uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan of (b.) ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het gebouw. Met het besluit om op basis van ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het gebouw bij te dragen aan het reservefonds voldoet de VvE aan haar verplichting op grond van de wet en de splitsingsakte. De VvE heeft verder voldoende toegelicht dat het gebouw nieuw is en dat garanties nog lopen en daarom met redelijke grond kunnen besluiten tot reservering volgens ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het gebouw. De VvE heeft dan ook met redelijke grond kunnen weigeren om een mjop te laten opstellen door een externe partij. Ook hier geldt dat niet is gebleken dat sprake is van misbruik van meerderheidsmacht bij de besluitvorming of besluitvorming zonder geldige volmacht. Besluit agendapunt 7.: benoeming kascommissie 4.18. Volgens [verzoekers] is de VvE niet gebaat bij benoeming van [belanghebbende 1] als lid van de kascommissie, omdat hij zou menen dat er geen kascommissie nodig is. 4.19. De VvE heeft onweersproken gesteld dat [belanghebbende 1] eerder de opgestelde begroting van een toelichting heeft voorzien en daarmee alsnog heeft getoond zich voor de VvE te willen inzetten. [verzoekers] hebben vervolgens onvoldoende gesteld dat de VvE niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot benoeming van [belanghebbende 1] als lid van de kascommissie en zonder redelijke grond heeft geweigerd om [verzoeker 3] in zijn plaats te benoemen. De verzoeken tot vernietiging van dit besluit en het verzoek om voor de benoeming van de heer [verzoeker 3] een vervangende machtiging te verlenen zijn daarom niet toewijsbaar. Besluit agendapunt 8.: akkoord Huishoudelijk Reglement 4.20. De VvE heeft erkend dat dit besluit niet conform de regels is genomen en beschouwt dit besluit als niet genomen. Gelet hierop hebben [verzoekers] geen belang meer bij hun verzoek tot nietigverklaring dan wel vernietiging op dit punt. 4.21. Op grond van het voorgaande is de conclusie dat de verzoeken van [verzoekers] moeten worden afgewezen. 4.22. [verzoekers] zijn in het ongelijk gesteld en daarom ziet de kantonrechter aanleiding om hen te veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van de VvE worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 609,50 In de procedure met zaaknummer 11900180 \ VERZ EA 25-1113 Ten aanzien van het verzoek tot nietigverklaring van de besluiten van 28 augustus 2025 4.23. [verzoekers] stellen dat zij niet hebben kunnen vaststellen dat op 28 augustus 2025 op de aangegeven locatie en tijd een vergadering heeft plaatsgevonden, maar de VvE heeft voldoende onderbouwd dat de vergadering wel degelijk heeft plaatsgevonden. Omdat [verzoekers] zich voor de vergadering hadden afgemeld, is de vergadering verplaatst naar de woning van [belanghebbende 2] en [bestuurder VvE 1] . [verzoekers] hebben geen andere gronden voor nietigheid van de besluiten gesteld. Besluit agendapunt 1.: kascommissieverklaring 4.24. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat de VvE in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot benoeming van [belanghebbende 1] als lid van de kascommissie en dat de besluiten tot vaststelling van de jaarrekening over 2024 en de begroting voor 2025 in stand kunnen blijven. Bij nietigverklaring of vernietiging van het besluit tot vaststelling van de kascommissieverklaring hebben [verzoekers] dan ook geen belang. De stelling van [verzoekers] dat het al ingediende verzoekschrift van 23 mei 2025 hieraan in de weg zou staan, wordt niet gevolgd. Besluit agendapunt 3.: benoeming bestuur 4.25. [verzoekers] zijn het niet eens met het besluit tot benoeming van een driekoppig bestuur bestaande uit [naam 2] , [bestuurder VvE 2] en [bestuurder VvE 1] . 4.26. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat de VvE niet zonder redelijke grond heeft geweigerd om [bestuurder VvE 2] en [bestuurder VvE 1] als bestuursleden van de VvE te ontslaan. Het al ingediende verzoekschrift van 23 mei 2025 staat hieraan ook niet in de weg. [verzoekers] hebben verder geen gronden gesteld tegen de toetreding van [naam 2] tot het bestuur van de VvE. Besluit agendapunt 4.: benoeming kascommissie 4.27. [verzoekers] zijn het ook niet eens met de benoeming van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als leden van de kascommissie. 4.28. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld het besluit tot benoeming van [belanghebbende 1] als lid van de kascommissie in stand kan blijven. Het al ingediende verzoekschrift van 23 mei 2025 staat ook hieraan niet in de weg. [verzoekers] hebben verder geen gronden gesteld tegen de benoeming van [belanghebbende 2] als lid van de kascommissie. Besluit agendapunt 5.: ontslag [verzoeker 1] als bestuurder 4.29. [verzoeker 1] heeft in zijn e-mail van 14 oktober 2024 meegedeeld dat hij niet zo nodig in het bestuur hoeft te zitten, maar bezwaar maakt tegen de gevolgde procedure. Om die reden heeft de vergadering kennelijk aanleiding gezien om het ontslag van [verzoeker 1] als bestuurder te bekrachtigen. [verzoekers] hebben onvoldoende gesteld voor nietigverklaring of vernietiging van dit besluit. Voor zover het besluit betrekking heeft op de weigering om [verzoeker 1] (opnieuw) te benoemen als bestuurder van de VvE is dit besluit niet gericht op rechtsgevolg. Besluit agendapunt 7a.: opzegging contract met Twinss 4.30. De VvE heeft aangevoerd dat dit punt alleen op de agenda is gezet, omdat [verzoekers] in het verzoekschrift van 23 mei 2025 hebben gesteld dat het contract met Twinss zonder voorafgaand vergaderbesluit is opgezegd. Vast staat dat de samenwerking van de VvE met Twinss in augustus 2024 is beëindigd, nadat ook [verzoeker 1] en [verzoeker 2] daarmee hadden ingestemd. [verzoeker 3] en [verzoeker 4] waren toen nog geen eigenaars. Tegen deze achtergrond is niet duidelijk geworden welk redelijk belang in de zin van artikel 2:15 lid 3 sub a BW [verzoekers] nog hebben bij vernietiging van dit besluit. Gronden voor nietigverklaring hebben zij onvoldoende gesteld. Besluit agendapunt 7d.: reserveren op basis van 0,5% herbouwwaarde in plaats van op basis van mjop 4.31. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat de VvE met redelijke grond heeft kunnen besluiten tot reservering van ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het gebouw. Dit betekent niet dat in de toekomst niet alsnog kan worden besloten tot het laten opstellen van een mjop. Besluit agendapunt 7e: verhoging van de maandelijkse VvE bijdrage met circa 204% 4.32. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat er geen grond is voor nietigverklaring of vernietiging van het besluit tot vaststelling van de begroting voor 2025. Het besluit tot verhoging van de maandelijkse VvE-bijdragen is gebaseerd op de begroting voor 2025. [verzoekers] hebben onvoldoende gronden gesteld voor nietigverklaring of vernietiging van dit besluit. Besluit agendapunt 7k.: verwijdering schoenenrek [verzoeker 3] en [verzoeker 4] 4.33. Op grond van artikel 23 lid 1 van de splitsingsakte mag een eigenaar geen voorwerpen plaatsen op locaties die hiervoor niet zijn bestemd. Het betreft bijvoorbeeld het plaatsen van meubilair op de gemeenschappelijke gang of galerij. Daarvoor is op grond van artikel 23 lid 2 van de splitsingsakte toestemming van de vergadering vereist. Als die toestemming er niet is of wordt geweigerd, moet de betrokken eigenaar die voorwerpen verwijderen. Op grond van artikel 23 is het de bedoeling dat de gemeenschappelijke gangen en galerijen vrij toegankelijk blijven voor alle appartementseigenaars. Door in de gemeenschappelijk gang naast de toegangsdeur van hun woning een schoenenrek te plaatsen, wordt de doorgang belemmerd. [verzoeker 3] en [verzoeker 4] handelen dus inderdaad in strijd met de splitsingsakte. Dat het schoenenrek niet zo groot is en de doorgang niet zou belemmeren, maakt dit niet anders. Dat betekent dat niet geoordeeld kan worden dat dit besluit nietig of vernietigbaar is. Besluiten agendapunten 7p., 7q., 7r., 7s. en 7t. 4.34. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat er geen grond is voor nietigverklaring of vernietiging van de besluiten tot vaststelling van de jaarrekening voor 2024 en de begroting voor 2025. Ook heeft de VvE niet zonder redelijke grond geweigerd om een mjop te laten opstellen door een externe partij, om het huidige bestuur te ontslaan en om geen externe beheerder te benoemen. [verzoekers] hebben onvoldoende gesteld welk redelijk belang in de zin van artikel 2:15 lid 3 sub a BW zij hebben bij nietigverklaring of vernietiging van de bekrachtiging van deze besluiten. 4.35. Op grond van het voorgaande is de conclusie dat de verzoeken van [verzoekers] tot nietigverklaring of vernietiging van de besluiten moeten worden afgewezen. 4.36. [verzoekers] hebben ook verzocht om een voorlopige voorziening bestaande uit het schorsen van de besluiten. Aangezien in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over de verzoeken van [verzoekers] is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding (artikel 223 Rv). 4.37. [verzoekers] zijn in het ongelijk gesteld en daarom ziet de kantonrechter aanleiding om hen te veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van de VvE worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 609,50 5De beslissing De kantonrechter In de procedure met zaaknummer 11717947 \ EA VERZ 25-605 5.1. wijst de verzoeken af, 5.2. veroordeelt [verzoekers] in de proceskosten van € 609,50, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, 5.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, In de procedure met zaaknummer 11900180 \ VERZ EA 25-1113 5.4. wijst de verzoeken af, 5.5. veroordeelt [verzoekers] in de proceskosten van € 609,50, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, 5.6. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wesdorp op 23 januari 2026. 33806