RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10705879 \ CV EXPL 23-12605 Vonnis van 9 januari 2026 in de zaak van de stichting STICHTING NOORDWEST ZIEKENHUISGROEP, gevestigd te [locatie] , eisende partij, gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 november 2025,- de akte van eisende partij. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding en de algemene voorwaarden over te leggen. 2.
- De algemene voorwaarden zijn overgelegd. Eisende partij heeft in het kader van het prijsbeding aangevoerd, kort gezegd, dat gedaagde partij op 2 februari 2019 door een ambulance is binnengebracht op de spoedeisende hulp na een auto-ongeluk. De medische situatie vereiste onmiddellijke interventie, zonder ruimte voor administratieve handelingen of prijsinformatie vooraf. Eisende partij benadrukt dat zij wettelijk verplicht is om spoedeisende zorg te verlenen aan iedereen, ongeacht de verzekeringsstatus. 2.
- Wat eisende partij verder nog heeft aangevoerd komt, voor zover nodig, hierna aan de orde. 2.
- Eisende partij stelt dat gedaagde partij voorafgaand aan de medische behandeling niet is geïnformeerd over de kosten daarvan, maar dat dit onder de gegeven omstandigheden niet mogelijk was. Zij wijst erop dat op grond van de wet op haar slechts een informatieverplichting rust voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Gedaagde partij stond bij binnenkomst geregistreerd met een Duits adres. Na ontslag is gedaagde verwezen naar de balie ‘Kosten en Vergoedingen’, waar een voorschot moet worden betaald en waar standaard informatie wordt verstrekt over de tarieven en betaling. De tarieven van eisende partij zijn terug te vinden op de passantenprijslijst. Kennelijk is gedaagde partij niet langs deze balie gegaan, omdat geen voorschot is betaald. Dat is de eigen verantwoordelijkheid van gedaagde partij, aldus eisende partij. 2.
- Nu eisende partij stelt gedaagde partij niet te hebben geïnformeerd over de (bij benadering te verwachten) prijs van de medische behandeling, wordt het prijsbeding, ondanks dat de passantenprijzen kennelijk op de website staan, als niet transparant aangemerkt, zodat het moet worden getoetst op oneerlijkheid. Dat een prijsbeding niet transparant is, leidt niet direct tot het oordeel dat het beding ook oneerlijk is, maar het is wel een (belangrijk) element binnen die toets. Volgens artikel 3 lid 1 van Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn) wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort of kan verstoren. 2.
- Gelet op artikel 38 lid 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg was eisende partij verplicht om gedaagde partij tijdig en zorgvuldig te informeren over het voor de prestatie in rekening te brengen tarief. Dit artikel is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nader uitgewerkt in artikel 4 en 5 van de Regeling transparantie zorgaanbieders TH/NR-018, waaruit volgt dat eisende partij gedaagde partij had moeten informeren over datgene dat voor hem van belang was om een weloverwogen keuze te maken om zorg te vergelijken en te ontvangen, over tarieven die voor hem van belang waren, of de te leveren prestaties of diensten verzekerd waren en of gedaagde partij zelf een bedrag moest betalen. 2.
- De omstandigheden waaronder de medische behandeling is aangevangen, wegen echter mee bij de beoordeling. Eisende partij heeft voldoende gemotiveerd toegelicht dat het niet mogelijk was om gedaagde partij voorafgaand aan de uitgevoerde medische behandeling te informeren over de kosten daarvan, vanwege de spoedeisende medische noodtoestand op dat moment. Dat neemt niet weg dat zodra informatieverstrekking na de behandeling wél mogelijk was, die op dat moment moet plaatsvinden. Gesteld noch gebleken is dat dit is gebeurd. De enkele verwijzing – kennelijk pas na ontslag – naar de informatiebalie is in dat opzicht onvoldoende, althans te laat. Anders dan waar eisende partij vanuit lijkt te gaan, is het niet de verantwoordelijkheid van de consument, maar van de zorgverlener om actief te voorzien in informatieverstrekking over de prijs voorafgaand aan de behandeling en voor zover dat op dat moment niet mogelijk is, direct op het moment dat dit redelijkerwijs wel mogelijk is. 2.
- Nu eisende partij kennelijk niet deze verplichtingen heeft voldaan, wordt geconcludeerd dat het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen die voor partijen uit de overeenkomst voortvloeien, ten nadele van gedaagde partij aanzienlijk is verstoord. Het prijsbeding wordt dan ook oneerlijk bevonden. Daarbij wordt opgemerkt dat het op grond van artikel 4 van de hiervoor aangehaalde regeling aan eisende partij is om voorafgaand aan de behandeling te controleren of een patiënt daarvoor is verzekerd. 2.
- Nu het prijsbeding oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Dat volgt uit artikel 6 lid 1 van de richtlijn. Als gevolg daarvan kan de onderhavige overeenkomst niet blijven voortbestaan. De vraag is vervolgens of gedaagde partij hiervan uiterst nadelige gevolgen ondervindt en in zijn belangen wordt geschaad, omdat de kantonrechter in dat geval de overeenkomst moet aanvullen (zie onder andere ECLI:EU:C:2020:954). 2.
- Nu eisende partij haar diensten heeft verricht, heeft gedaagde partij in die zin geen belang bij voortbestaan van de overeenkomst. 2.
- Nu eisende partij zich al over de oneerlijkheid van het prijsbeding en (de gevolgen van) eventuele vernietiging van dat beding heeft uitgelaten, zal zij daartoe niet nogmaals in de gelegenheid worden gesteld. 2.
- De vordering wordt op grond van het voorgaande afgewezen. 2.
- Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, die tot op heden worden begroot op nihil. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst de vordering af, 3.
- veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 9 januari
- 991