vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-197023-25 Datum uitspraak: 6 januari 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen het adres: [adres 1] , nu gedetineerd te: [detentieadres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 december
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. de Krijger, en van wat verdachte en zijn raadsman mr. E. Bruijn, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat hij: Feit 1: in de periode van 16 juni 2025 tot en met 28 juni 2025 in Amsterdam zonder erkenning vuurwapens van categorie II en/of III heeft vervaardigd, heeft getransformeerd en/of in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld en/of heeft verhuurd en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of heeft hersteld en/of heeft beproefd en/of heeft verhandeld en/of heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens en/of de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens of munitie heeft geregeld; Feit 2: in de periode van 16 juni 2025 tot en met 30 juni 2025 in Amsterdam, een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.
- Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. 3.
- Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Verdachte fungeerde als contactpersoon en hij onderhandelde over de verkoop en levering, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk wapens heeft verkocht. Het gaat hier om een poging en dat is niet tenlastegelegd. Tevens betwist de verdediging dat het gaat om echte wapens en dat de wapens echt zijn kan niet worden vastgesteld op basis van de stukken in het dossier. Het kunnen ook nepwapens zijn geweest. Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 3.
- Het oordeel van de rechtbank Feit 1: De rechtbank is van oordeel dat – op basis van de bewijsmiddelen – kan worden bewezen dat verdachte zonder erkenning vuurwapens van categorie II en/of categorie III ter beschikking heeft gesteld en/of heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens. Uit de berichten die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen en uit zijn eigen verklaring volgt dat verdachte de wapens ter beschikking heeft gesteld, heeft verhandeld en dat hij met de potentiële kopers heeft onderhandeld over de prijs en de levering van de wapens. Bewijsoverweging Verdachte heeft verklaard dat hij van een vriend een aanbod heeft gekregen om wapens te verkopen en hij hiervoor geld zou krijgen. De wapens zouden – met uitzondering van de Scorpion – omgebouwde wapens ofwel replica’s van echte wapens zijn. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte heeft gehandeld in echte wapens en zij overweegt hiertoe als volgt. Verdachte heeft wisselend verklaard over de wapens. Zo geeft hij bij de politie aan dat het gaat om replica’s en verklaart hij ter terechtzitting dat het gaat om omgebouwde alarmpistolen. Uit de berichten die zijn aangetroffen op de telefoon van verdachte volgt echter dat hij probeert om ‘ijzer’ te verkopen en hij meermaals zegt dat de wapens ‘orgi’ of ‘orgie’ zijn en niet zijn doorboord. Tevens worden ook het soort dan wel de fabrikant van de vuurwapens in de gesprekken vermeld, onder meer ‘Glock’ en ‘Skorpion’. Verder zegt verdachte tegen potentiële klanten dat de wapens scherp schieten, ze fataal zijn en stuurt hij foto’s van munitie. Het contact van verdachte met de naam ‘ [persoon] ’ zegt tegen verdachte dat degene die een wapen heeft ontvangen niet meer dan twee kogels in het wapen krijgt. Verdachte zegt hierop dat hij het wapen voor de neus van deze derde persoon heeft geladen. Daarbij komt dat de wapens door verdachte worden aangeboden voor prijzen die passen bij echte wapens en niet bij nepwapens. Op basis hiervan acht de rechtbank bewezen dat het in de berichten van verdachte steeds gaat om echte vuurwapens van categorie II en/of III. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte de wapens ook heeft vervaardigd en dat hij daadwerkelijk een wapen heeft verkocht of overhandigd en dus sprake is van voltooide transacties dan wel het regelen van deze transacties. Om die reden wordt verdachte hiervan partieel vrijgesproken. Feit 2: De rechtbank is – gelet op de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte – van oordeel dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Feit 1: in de periode van 16 juni 2025 tot en met 28 juni 2025 te Amsterdam, zonder erkenning vuurwapens van categorie II en/of III heeft ter beschikking heeft gesteld en/of heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens; Feit 2: in de periode van 16 juni 2025 tot en met 30 juni 2025 te Amsterdam, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistoolmitrailleur van het merk Skorpion type vz. 61/Zastava M84, kaliber 7.65 of 9mm kort, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straffen en maatregelen 7.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden die worden geadviseerd door de reclassering. 7.
- Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie geëiste straf moet worden gematigd en aan verdachte een grotendeels voorwaardelijke straf moet worden opgelegd. Verdachte heeft impulsief gehandeld in een korte periode. Hij was makkelijk te traceren omdat hij zijn eigen telefoon gebruikte en heeft dit niet heimelijk gedaan. De reclassering heeft een redelijk positief rapport opgesteld en verdachte kan snel het goede pad op. 7.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het zonder erkenning ter beschikking stellen en verhandelen van vuurwapens en hij heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens. Dat deed hij via Whatsapp alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ook heeft verdachte een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden gehad. In Nederland vindt de laatste jaren veel vuurwapengeweld plaats. Niet zelden heeft dit vuurwapengeweld een dodelijke afloop. Vuurwapens worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een groot gevaar en een aanzienlijke bedreiging voor de samenleving. Het onbevoegd voorhanden hebben van deze wapens maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De persoon van verdachte Uit het uittreksel Justitiële documentatie van 15 september 2025 volgt dat verdachte wel eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 11 december
- Hieruit volgt dat het verdachte ontbreekt aan stabiliteit op de leefgebieden financiën en dagbesteding. Zijn delictgedrag wordt gekenmerkt door een grote samenhang tussen het ontbreken van dagbesteding en financiële problemen. De reclassering ziet de mogelijkheid tot gedragsverandering en vermindering van de kans op recidive door het inzetten van interventies en adviseert dan ook om een straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening. De rechtbank neemt dit advies over. Strafoplegging Gezien de ernst van de feiten kan op hetgeen bewezen is verklaard niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die zien op het voorhanden hebben van vuurwapens. Voor het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen in een woning is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden het uitgangspunt. Voor het ter beschikking stellen of verhandelen van wapens en het onderhandelen over de transacties voor wapens zijn geen oriëntatiepunten en heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Alles afwegende sluit de rechtbank zich aan bij de eis van de officier van justitie en legt zij aan verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden zoals die worden geadviseerd door de reclassering om verdachte te weerhouden om in de toekomst (soortgelijke) delicten te plegen.
- Ten aanzien van het beslag Onder verdachte is volgens de beslaglijst in het dossier het volgende in beslag genomen: 1 STK Telefoontoestel, Omschrijving: PL1300-2025149424-G6676288, Apple; 1 STK Verdovende middelen, Omschrijving: PL1300-2025149424-G6676234 / 498gr, Henneptoppen; De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon verbeurd moet worden verklaard en de verdovende middelen moeten worden onttrokken aan het verkeer. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon terug moet naar verdachte. De rechtbank is van oordeel dat het telefoontoestel aan verdachte toebehoort en verbeurd moet worden verklaard, omdat het bewezenverklaarde hiermee is begaan. De verdovende middelen moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1: handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd Feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Bepaalt dat een gedeelte, groot zes maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen. Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft. Stelt als bijzondere voorwaarden: Meldplicht bij reclassering: veroordeelde meldt zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd tussen 09.00 uur en 12.00 uur bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; Dagbesteding: veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur; Meewerken aan schuldhulpverlening: veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat veroordeelde: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht. Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Beslag Verklaart verbeurd: - 1 STK Telefoontoestel, Omschrijving: PL1300-2025149424-G6676288, Apple; Verklaart onttrokken aan het verkeer: 1 STK Verdovende middelen, Omschrijving: PL1300-2025149424-G6676234 / 498gr, Henneptoppen. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Vaandrager, voorzitter, mr. C. Wildeman en mr. M. Versteege, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 januari
- […] 1 […] […]