← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:1808

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-133418-24 Datum beslissing: 5 februari 2025 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 november 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Osnabück, Duitsland, op 10 oktober 2025 en betreft: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats], thans gedetineerd in Duitsland, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Tussenbeslissing De rechtbank heeft op 13 november 2025 een tussenbeslissing gewezen. Hierin is geoordeeld dat uit de stukken onvoldoende is gebleken dat het verdedigingsrecht van de overgeleverde persoon is geëerbiedigd op het moment dat hij in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over de aanvullende toestemming. Gelet hierop heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek om aanvullende toestemming aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat, om het verdedigingsrecht van de overgeleverde persoon volledig te eerbiedigen, hij dan wel zijn advocaat nogmaals in de gelegenheid zal moeten worden gesteld om opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming. 2Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. Hoorrecht Uit de door de Duitse autoriteiten verstrekte informatie blijkt dat de overgeleverde persoon, in aanwezigheid van zijn advocaat, op 23 januari 2026 door het Amtsgericht Oldenburg is gehoord. In dat verhoor heeft de overgeleverde persoon de mogelijkheid gehad om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken. Terugkeergarantie De overgeleverde persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel voor de feiten waarop het verzoek betrekking heeft opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De rechtbank kan daarom toestemming verlenen voor uitbreiding van de vervolging, wanneer is gewaarborgd dat de overgeleverde persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Staatsanwältin van de Staatsanwaltschaft Osnabrück heeft op 30 oktober 2025 de volgende garantie gegeven: “ Mutual legal assistance in criminal matters with The Netherlands; Extradition of Dutch citizen [opgeëiste persoon], born [geboortedag]-1998, for the purpose of prosecution (…) In addition to the already given guarantee of return regarding the ATM-attack in Großrosseln on 17-04-2024, I hereby assure you that, should the prosecuted person receive a non-appealable and non-suspended prison sentence regarding the ATM-attacks in Insheim on 22-12-2023 and in Kappel-Grafenhausen on 12-01-2024 after he has been extradited from the Netherlands for this ATM-attack as well, he shall be transferred to the Netherlands so that the prison sentence can be served there pursuant to the COUNCIL FRAMEWORK DECISION 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition of judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving a deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 3Beslissing De rechtbank: VERLEENT op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 5 februari 2026 door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. A.M. Timorason en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier. ECLI:NL:RBAMS:2025:9409. Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.