RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-340615-25 (EAB 1) Datum uitspraak: 25 februari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 17 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juli 2021 door the Circuit Court in Warszawa - Praga in Warsaw, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] (Polen), van Poolse nationaliteit, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2026, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een verzamelvonnis van the District Court in Legionowo van 14 november 2019 met kenmerk II K 798/19. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 12 januari 2026 volgt dat aan dit verzamelvonnis ten grondslag liggen: - een vonnis van the District Court in Legionowo van 10 mei 2018 met kenmerk II K 612/17; - een vonnis van the District Court Warsawa Praga-Poludnie van 26 juli 2016 met kenmerk III K 321/13. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, zes maanden en dertien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich ten aanzien van het verzamelvonnis van 14 november 2019 en het vonnis van 10 mei 2018 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het vonnis van 22 juli 2016 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd omdat uit onderdeel d), zoals toegestuurd bij de aanvullende informatie van 12 januari 2026, blijkt dat de door de opgeëiste persoon gemachtigde advocaat niet ter zitting is verschenen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om nadere informatie, dan wel een verzetgarantie, op te vragen bij de Poolse autoriteiten. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich ten aanzien van het verzamelvonnis van 14 november 2019 en het vonnis van 10 mei 2018 primair op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon is opgeroepen voor de zittingen. Voor wat betreft het verzamelvonnis van 14 november 2019 heeft de officier van justitie subsidiair het standpunt ingenomen dat kan worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond, omdat de opgeëiste persoon kennelijk afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. Ten aanzien van het vonnis van 22 juli 2016 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon vertegenwoordigd is door een gemachtigd advocaat. Uit onderdeel d), zoals toegestuurd bij de aanvullende informatie van 12 januari 2026, blijkt dat de advocaat slechts op de zitting van de uitspraak niet aanwezig is geweest. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van het verzamelvonnis van the District Court in Legionowo van 14 november 2019 met zaaknummer II K 798/19 De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.