RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-230364-25 (EAB 1) Datum uitspraak: 26 februari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 5 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 augustus 2025 door Sąd Okręgowy (Circuit Court) Warszawa-Praga in Warsaw, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 29 januari 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.N.M. Lousberg, advocaat in Maastricht, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie de gelegenheid te geven aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. Zitting 11 februari 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. N. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling op zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. S.N.M. Lousberg. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak opnieuw aangehouden, omdat de eerder geformuleerde vragen nog niet waren beantwoord. Zitting 17 februari 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling op zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. S.N.M. Lousberg. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van Sąd Rejonowy (District Court) Warszawa-Praga Południe in Warsaw van 13 januari 2015 (met referentie: III K 350/14). Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij het proces dat tot deze veroordeling heeft geleid. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog zeven maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Uit onderdeel f) van het EAB volgt dat in het hiervoor genoemde vonnis van 13 januari 2015 (III K 350/14) de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf is opgeschort onder voorwaarden met een proeftijd van drie jaar, en dat de tenuitvoerlegging van de straf in 2017 is bevolen vanwege het plegen van nieuwe strafbare feiten. Gelet op deze informatie heeft de rechtbank op 29 januari 2026 (in navolging van vragen van de officier van justitie van 28 januari 2026) vragen geformuleerd om duidelijkheid te verkrijgen over deze zogenaamde “triggerende” veroordeling(en). De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft tot op heden niet geantwoord op deze vragen, ondanks de mededeling dat het antwoord op 13 februari 2026 gegeven zou worden. De beslistermijn verloopt binnenkort en maakt het niet mogelijk de zaak nogmaals aan te houden om het antwoord af te wachten. Nu de verzochte informatie ontbreekt is de rechtbank – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. De rechtbank kan vanwege de ontbrekende informatie namelijk niet vaststellen dat de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt. 4Slotsom De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd. 5Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 12 OLW. 6Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy (Circuit Court) Warszawa-Praga in Warsaw, Polen. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. M.C.M. Hamer en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 februari 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.