RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-318072-25 Datum uitspraak: 3 maart 2026 UITSPRAAK op de vordering van 24 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 november 2025 door de Advocaat-generaal bij het Hof van Beroep Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen, feitelijk verblijfsadres: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 februari 2026 in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L. Palanciyan, advocaat te Amsterdam. De raadsman heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrest van het hof van Beroep Antwerpen van 31 oktober 2024 - C6 kamer, met kenmerk: 2019/PGA/1511 (Griffienummer: 1419/24). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 40 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1027 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Uit het EAB volgt dat de omstandigheid zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW zich voordoet. De opgeëiste persoon was op de hoogte van het voorgenomen proces en heeft een door hem gekozen advocaat gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren en die advocaat heeft tijdens het proces zijn verdediging gevoerd. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is dus niet van toepassing. 5Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: racketeering en afpersing Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 6Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft geen beroep gedaan op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, OLW, omdat hij er de voorkeur aan geeft te worden overgeleverd aan België. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of zij artikel 6a OLW zal toepassen. 7Artikel 11 OLW: Belgische detentieomstandigheden Inleiding Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. Het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken – Centrale autoriteit, heeft bij brief van 9 januari 2026 de volgende detentiegarantie verstrekt voor de opgeëiste persoon: 1In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden? [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Brugge.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.