RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/329559-25 Datum uitspraak: 24 februari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 2 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 september 2025 door de Hoofdofficier van Justitie van de Rechtbank van Créteil, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat in Hoofddorp, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van 24 september 2025 met parketnummer 24312000014 en instructienummer JIJI21324000033, uitgevaardigd door een onderzoeksrechter bij de rechtbank van Créteil. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden 5.1 Inleiding In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. Het openbaar ministerie heeft op 29 januari 2026 navraag gedaan naar in welke instelling de opgeëiste persoon terecht zal komen. The French Direction of Prison Administration (Ministry of Justice) heeft vervolgens op 4 februari 2026 informatie verstrekt in de Franse taal. Op 6 februari 2026 heeft the Head of the International Criminal Mutual Assistance Office in Frankrijk de aanvullende informatie verstrekt, waarin onder meer het volgende staat vermeld: "(…) The Créteil Judicial Court has informed us that [de opgeëiste persoon] is likely to be imprisoned, upon his arrival in France, in the remand unit of the Troyes-Lavaux Penitentiary. Contrary to what you were initially told, it is no longer planned that he will be imprisoned in the remand units of the Paris la Santé or Osny-Pontoise Prisons. (...) As of 2 February 2026, the occupancy rate of the Troyes-Lavaux remand unit is 87%. It can therefore be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will have an individual space of more than 3m², excluding sanitary facilities, in view of the surface area of the cells in the men's unit, subject to changes in these occupancy rates and the date of [de opgeëiste persoon] 's surrender, which the French authorities are unable to predict. (…)" 5.2 Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd. De verstrekte detentiegaranties nemen het vastgestelde algemene reële gevaar niet weg voor de opgeëiste persoon. Uit de informatie van 4 februari 2026 volgt dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst in de CP Paris la Santé of de CP Osny-Pontoise, waar sprake is van ernstige overbevolking. De detentiegarantie van 6 februari 2026 vermeldt vervolgens dat de opgeëiste persoon in de Troyes-Lavaux Penitentiary zal worden geplaatst. In totaal kan de opgeëiste persoon dus in drie verschillende detentie-instellingen terechtkomen. Ook geven de Franse autoriteiten in de aanvullende informatie uitdrukkelijk aan dat geen garanties kunnen worden gegeven ten aanzien van waar een individu geplaatst zal worden. Met de aanvullende informatie kan dan ook niet worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon in Paris la Santé of Osny-Pontoise zal worden geplaatst. Subsidiair heeft de raadvrouw verzocht om aanvullende vragen te stellen aan de Franse autoriteiten om de garantie te krijgen dat de opgeëiste persoon niet in de instellingen Paris la Santé of Osny-Pontoise zal worden geplaatst. 5.3 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie van 6 februari 2026 het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. In de aanvullende informatie van 6 februari 2026 wordt uitdrukkelijk door de Franse autoriteiten vermeld dat het niet langer de bedoeling is dat de opgeëiste persoon in de Paris la Santé or Osny-Pontoise Prisons zal worden geplaatst, maar in Troyes-Lavaux Penitentiary, waar de bezettingsgraad 87 procent is. Bovendien wordt 3 m2 persoonlijke ruimte gegarandeerd. Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg. 5.4 Oordeel van de rechtbank In tegenstelling tot hetgeen is vermeld in de aanvullende informatie van 4 februari 2026, blijkt uit de aanvullende informatie van 6 februari 2026 dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de Troyes-Lavaux Penitentiary. De Franse autoriteiten hebben in de aanvullende informatie van 6 februari 2026 bovendien het volgende vermeld: “Contrary to what you were initially told, it is no longer planned that he will be imprisoned in the remand units of the Paris la Santé or Osny-Pontoise Prisons”. Gelet hierop toetst de rechtbank dan ook alleen de detentieomstandigheden in de Troyes-Lavaux Penitentiary. De Franse autoriteiten garanderen in de aanvullende informatie van 6 februari 2026 dat de opgeëiste persoon in de Troyes-Lavaux Penitentiary 3 m2 persoonlijke ruimte exclusief sanitaire voorzieningen tot zijn beschikking zal hebben. De rechtbank is daarom van oordeel dat met de gegeven individuele garantie van de Franse autoriteiten het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Nu het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen, staat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aanvullende vragen te stellen. Het verzoek van de raadsvrouw wordt verworpen. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Hoofdofficier van Justitie van de Rechtbank van Créteil, Frankrijk, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 februari 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. ECLI:NL:RBAMS:2025:5749 en ECLI:NL:RBAMS:2025:5751. Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87; zie ook rb Amsterdam 24 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10722.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.