← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:2341

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/329593-25 Datum uitspraak: 24 februari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 11 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 26 november 2025 door het Åklagarmyndigheten (OM) Regio Syd-öst, parket Eskilstuna, Zweden (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] (Zweden), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [detentie-instelling] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 februari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Engelse taal. De raadsman heeft zich ten aanzien van het EAB gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Zweedse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige aanhouding bij verstek van het Arrondissementsparket Eskilstuna tingsrätt van 26 november 2025, zaak B 3452-24. Gelet op het EAB in de Zweedse taal (waar in onderdeel

  1. b)onder 1 slechts de Eskilstuna tingsrätt wordt genoemd) en op het A-formulier (waarin staat dat het nationaal aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door de Eskilstuna District Court), stelt de rechtbank vast dat het bevel tot voorlopige aanhouding is uitgevaardigd door de rechtbank in Eskilstuna, niet door het Arrondissementsparket bij die rechtbank. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Zweeds recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling. Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van Zweden een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Åklagarmyndigheten (OM) Regio Syd-öst, parket Eskilstuna, Zweden, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 februari 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel
  3. e)van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.