Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2026:2664
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12055931 \ CV EXPL 26-617 Vonnis van 13 maart 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUYFJES TRADING B.V., gevestigd te Bussum, eisende partij, hierna te noemen: Duyfjes Trading, gemachtigde: mr. T.A. Knijp, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. H.J. ter Meulen.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.2.
Ten slotte is tussenvonnis bepaald op vandaag.
2De gronden van de beslissing 2.1.
Ingevolge artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) worden door de kantonrechter behandeld en beslist zaken:
2.2.
Duyfjes Trading vordert in de dagvaarding inzage, afschrift of uittreksel van twintig apart genoemde bescheiden, een bedrag van € 1.750,- aan schadevergoeding en negen verklaringen voor recht. Zij legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] in haar hoedanigheid van [functie] van [bedrijf] B.V. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, waardoor zij schade heeft geleden.
2.3.
Naar aanleiding van het verzoek tot uitstel om te concluderen voor antwoord van de gemachtigde van [gedaagde] zijn partijen door de kantonrechter ambtshalve in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over de bevoegdheid van de kantonrechter om van de zaak kennis te nemen. In haar nadere akte stelt Duyfies Trading onder meer: “2.1. Eiser verklaart hierbij definitief, expliciet en onherroepelijk dat de geldvordering in het onderhavige geding is beperkt tot een bedrag van € 1.750,- (…). Eiser zal in dit geding geen hoger geldbedrag vorderen en doet onvoorwaardelijk afstand van het recht om de geldvordering in dit geding in deze procedure te verhogen.
2.2.
Ter uitdrukkelijke verduidelijking : deze beperking betreft uitsluitend het geldelijke verhaal in het onderhavige geding. De inhoudelijke aansprakelijkheidsstellingen uit de dagvaarding van 12 januari 2026 blijven onverminderd en ongewijzigd van kracht . De negen verklaringen voor recht en alle feitelijke en juridische stellingen over de rol, het handelen en de aansprakelijkheid van gedaagde worden gehandhaafd.
2.3. (…) Eiser kiest ervoor het financieel verhaal via andere wegen te effectueren (zie onderdeel 5 hierna) (…)”.
2.4.
Uit deze nadere toelichting en uit de dagvaarding zelf wordt afgeleid dat het belang van de gevorderde verklaringen voor recht van Duyfjes Trading een bedrag van € 25.000,- te boven gaat, terwijl de zaak (voorlopig oordelend) geen aardzaak betreft. Dat Duyfjes Trading in deze procedure afstand doet van het meerdere boven € 1.750,- aan schadevergoeding, is niet voldoende. De kantonrechter is alleen bevoegd de zaak te behandelen als Duyfjes Trading in alle gevallen onvoorwaardelijk van het meerdere afstand had gedaan. Dit heeft zij uitdrukkelijk niet gedaan, zodat ambtshalve wordt geconcludeerd dat de waarden van de gevorderde verklaringen voor recht de grens van € 25.000,- overschrijden. Ingevolge artikel 94 juncto artikel 71 Rv wordt daarom de gehele zaak verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken bij Team Handel en wordt de zaak op de rol van Team Handel ingeschreven. Dat Duyfjes Trading in haar nadere akte heeft aangekondigd dat zij in dat geval de dagvaarding zal intrekken, maakt het voorgaande niet anders. Daarbij wordt opgemerkt dat doorhaling van de zaak ingevolge artikel 246 Rv (ook na verwijzing van de zaak) alleen mogelijk is op gezamenlijk verzoek van partijen.
3De beslissing De kantonrechter:
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
811