← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:30

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/5711 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. N. Velthorst), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de bijstandsuitkering van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de bijstandsuitkering mocht intrekken. 1.
  2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de bijstandsuitkering van eiseres mocht intrekken. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
  3. Met het besluit van 25 juni 2024 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres per 20 juni 2024 ingetrokken. 2.
  4. Met het besluit van 31 juli 2024 heeft het college de bijstandsuitkering vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 ingetrokken. 2.
  5. Met het besluit van 1 augustus 2024 heeft het college de bijstandsuitkering herzien over de periode vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 en de te veel ontvangen bijstand van € 27.634,86 van eiseres teruggevorderd vanwege inkomsten uit werk. 2.
  6. Met het bestreden besluit van 28 augustus 2025 heeft het college de bezwaren van eiseres tegen de drie besluiten gedeeltelijk gegrond verklaard. Het besluit van 25 juni 2024 blijft zoals het is. Het besluit van 31 juli 2024 heeft het college ingetrokken. Het besluit van 1 augustus 2024 heeft het college herzien en het college vordert nu een bedrag van € 8.614,01 terug van eiseres. 2.
  7. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.
  8. De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld bij de buurtrechtbank in Venserpolder . Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. Totstandkoming van het bestreden besluit
  9. Eiseres ontvangt sinds 11 april 2021 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder op grond van de Participatiewet (PW). In verband met arbeidsre-integratie heeft het college eiseres per brief opgeroepen voor een gesprek op 28 mei
  10. Eiseres is niet verschenen. Vervolgens is een rechtmatigheidsonderzoek gestart en is eiseres opgeroepen voor een gesprek op 20 juni
  11. Eiseres is ook niet verschenen op dit gesprek. 3.
  12. Op 20 juni 2024 is de bijstandsuitkering van eiseres vanaf 20 juni 2024 opgeschort met het persoonlijke bezorgde besluit op het uitkeringsadres, [adres] , omdat zij niet is verschenen op de gesprekken van 28 mei 2024 en 20 juni
  13. Met dit besluit is eiseres nog een keer opgeroepen voor een gesprek op 24 juni
  14. Eiseres heeft ook aan deze oproep geen gehoor gegeven. 3.
  15. Met het besluit van 25 juni 2024 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres vanaf 20 juni 2024 ingetrokken. Dit besluit is naar de bewindvoerder van eiseres verstuurd. Vervolgens heeft eiseres op 25 juni 2025 met de gemeente gebeld en aangegeven dat zij de afspraken heeft gemist omdat zij haar post niet heeft gecontroleerd en ze nu pas de uitnodigingsbrieven open heeft gemaakt. 3.
  16. Op 11 juli 2024 heeft eiseres een nieuwe aanvraag voor een bijstandsuitkering gedaan. Naar aanleiding van deze aanvraag is eiseres opgeroepen voor een gesprek op 16 juli 2024, maar zij is wederom niet verschenen. Vervolgens is telefonisch contact met eiseres opgenomen om een nieuwe afspraak in te plannen voor 19 juli
  17. Eiseres is verschenen bij deze afspraak en zij heeft verklaard over haar activiteiten op haar instagrampagina, waarbij zij wimperbehandelingen tegen contante betalingen aanbiedt bij een kapsalon in [plaats] . Doordat deze activiteiten inmiddels zijn gestopt heeft het college eiseres weer een bijstandsuitkering toegekend vanaf 11 juli
  18. 3.
  19. Vervolgens heeft het college met het besluit van 31 juli 2024 de bijstandsuitkering van eiseres vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 ingetrokken. Het college heeft met het besluit van 1 augustus 2024 de bijstandsuitkering herzien, de teveel ontvangen bijstand berekend op € 27.634,86 en dit bedrag teruggevorderd vanwege inkomsten uit werk. 3.
  20. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 25 juni 2024, 31 juli 2024 en 1 augustus
  21. Met het bestreden besluit van 28 augustus 2025 heeft het college de bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard. Het besluit van 25 juni 2024 blijft zoals het is. Dit betekent dat volgens het college de uitkering vanaf 20 juni 2024 op juiste gronden is ingetrokken. Het besluit van 31 juli 2024 heeft het college ingetrokken vanwege het ontbreken van een grondslag voor dit besluit. Het bezwaar tegen het besluit van 1 augustus 2024 heeft het college gedeeltelijk gegrond verklaard. Het college heeft de bijstandsuitkering van eiseres herzien over de periode vanaf 1 oktober 2022 tot en met 31 mei 2023 en over die periode ingetrokken. Na verrekening van de proceskostenvergoeding vordert het college nog een bedrag van € 8.614,01 terug van eiseres omdat zij te veel bijstand heeft ontvangen. Beoordeling door de rechtbank Intrekking
  22. Eiseres voert aan dat het college ten onrechte bij het standpunt blijft dat het recht op bijstand vanaf 20 juni 2024 moet worden ingetrokken. Het college had niet mogen volstaan met het versturen van de uitnodigingen voor gesprekken naar het adres van eiseres, maar had deze (ook) moeten verzenden naar het adres van haar bewindvoerder. Het niet reageren op de uitnodigingen kan eiseres niet worden tegengeworpen. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat als haar bewindvoerder eerder op de hoogte was geweest, zij eerder dan op 11 juli 2024 een nieuwe uitkering had kunnen aanvragen, en eiseres dus ook een kortere periode zonder uitkering had gezeten. 4.
  23. De rechtbank is van oordeel dat het college niet verplicht was de uitnodigingen van de gesprekken van 28 mei, 20 juni en 24 juni 2024 aan de bewindvoerder van eiseres te sturen. Uit vaste rechtspraak van de hogere beroepsrechter volgt dat het voor risico van de betrokkene komt als zij de voor haar bestemde en op de gebruikelijke wijze bezorgde post niet heeft ontvangen. In dit geval is dat niet anders. Eiseres heeft verklaard dat zij haar post wel heeft ontvangen maar niet heeft geopend waardoor zij niet wist dat zij was uitgenodigd voor een gesprek. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar niet mogelijk was om haar post te openen. Eiseres is zelf verantwoordelijk voor het adequaat afhandelen van haar post en van haar mag verwacht worden dat zij haar post opent. Dat zij onder bewind staat, maakt dit niet anders. Daarbij acht de rechtbank het verder van belang dat de uitnodigingsbrieven juist zijn geadresseerd. Uit het dossier volgt niet dat eiseres (bij haar aanvraag) expliciet heeft aangegeven dat de post naar de bewindvoerder moet worden gestuurd. Evenmin is gebleken dat de bewindvoerder hierom heeft verzocht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college eiseres haar bijstandsuitkering vanaf 20 juni 2024 mocht intrekken. Evenredigheid
  24. Op zitting heeft de gemachtigde van eiseres nog aangevoerd dat gelet op de evenredigheid, een brief die indirect over inkomen gaat, via de bewindvoerder moet worden verzonden. De financiële gevolgen van het niet verschijnen op een gesprek zijn aanzienlijk voor eiseres. 5.
  25. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de uitkomst van de genomen besluiten anders zouden zijn geweest als de uitnodigingsbrieven (ook) naar de bewindvoerder van eiseres waren gestuurd. Eiseres had wellicht eerder een nieuwe aanvraag kunnen indienen voor een bijstandsuitkering, want deze werd nu pas op 11 juli 2024 ingediend terwijl de opschorting sinds 20 juni 2024 gold. Dit betreft een periode van ongeveer drie weken. Op zitting heeft eiseres toegelicht dat zij in die weken kon rondkomen van haar spaargeld om de vaste lasten te betalen, zoals de huur en de boodschappen. Van een onevenredig nadeel is het de rechtbank in dit geval niet gebleken. Daarbij komt dat het college het besluit van 25 juni 2024 wél aan de bewindvoerder had gestuurd, maar dat de aanvraag voor een nieuwe uitkering niet direct daarna is gedaan, maar pas op 11 juli
  26. Het is dan niet aannemelijk geworden dat de aanvraag eerder was gedaan als het college de uitnodigingen voor de gesprekken ook aan de bewindvoerder had gestuurd. Conclusie en gevolgen
  27. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 januari
  28. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3083.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.