Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2026:3553
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/6319 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 oktober 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan [persoon] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van [persoon] ongegrond verklaard (de bestreden uitspraak). De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de heffingsambtenaar in de persoon van [hefiingsambtenaar] .
Bestreden uitspraak 2. De heffingsambtenaar heeft aan [persoon] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat zijn auto met kenteken [kenteken] op 30 augustus 2025 rond 20.00 uur geparkeerd stond ter hoogte van de [adres] , terwijl daar geen of te weinig parkeerbelasting voor was betaald.
Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheid van het beroep 4. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of het beroep van eiser ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr.E.H. Kalse-Spoon, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 10 april 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht.