ECLI:NL:RBAMS:2026:3614
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 11785756 CV EXPL 25-9358 vonnis van: 10 april 2026 fno.: 515 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BALVERSBC B.V., gevestigd te Bergharen, gemeente Wijchen, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, nader te noemen: Balversbc, gemachtigde: mr. M.P.M. Riep, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EASYHOTEL B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 1] 3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats 2], gedaagden in conventie, eisers in reconventie, nader te noemen: [gedaagden], gemachtigde: mr. E. Doornbos.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Namens Balversbc is [naam] verschenen, vergezeld door mr. A. Beekwilder namens de gemachtigde. Voor [gedaagden] zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , verschenen, vergezeld door de gemachtigd. [gedaagden] is in persoon verschenen. Partijen zijn gehoord, namens Balversbc heeft de gemachtigde spreekaantekeningen voorgedragen en hebben partijen vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
1.1.
Op 16 mei 2024 is namens Balversbc aan [gedaagde 2] een overeenkomst van opdracht verzonden. In de overeenkomst is opgenomen dat de opdrachtnemer in opdracht van de opdrachtgever, in de overeenkomst aangeduid als Beheer [adres], vertegenwoordigd door [gedaagde 2] en [gedaagde 3], diensten zal verlenen op het gebied van projectmanagement/bouwbegeleiding ten behoeve van de verbouw van het pand aan de [adres].
1.2.
In de overeenkomst is een honorarium voor Balversbc overeengekomen van € 95,00 per uur exclusief BTW en als reiskosten 50 cent per kilometer. Er is opgenomen dat tweewekelijks zal worden gefactureerd en een betaaltermijn van 14 dagen.
1.3.
Op 9 juni 2024, 4 oktober 2024 en 7 december 2024 heeft Balversbc facturen aan [gedaagden] verzonden. Deze facturen zijn door [gedaagden] voldaan.
1.4.
Op 17 februari 2025 heeft Balversbc aan [gedaagden] een factuur verzonden voor € 1.638,04, inclusief BTW voor de werkzaamheden in de weken 1 tot en met 7 van 2025.
1.5.
Op 26 maart 2025 is door de gemeente Kampen aan Balversbc een brief verzonden, met als onderwerp: verzoek om aanvulling. In de brief is meegedeeld, voor zover hier van belang: “Toevoegen bouwactiviteit (technisch) Na telefonisch overleg op 25 maart met Balversbc is afgesproken dat ook de bouwactiviteiten technisch worden toegevoegd aan deze aanvraag. Deze zal anders na het verlenen van de bouwactiviteit (=planologische beoordeling) alsnog moeten worden aangevraagd.
Gezien het feit dat voor de beoordeling van het planologische gedeelte ook nog een vooroverleg in behandeling is, is daarom besloten om in deze aanvraag ook de technische beoordeling aan het Bbl (voorheen bouwbesluit) te doen.
Hierdoor ontbreken nog wel de volgende gegevens om te kunnen beoordelen of uw aanvraag voldoet aan de landelijke regelgeving en wat de gevolgen zijn voor de fysieke leefomgeving.
De volgende gegevens ontbreken of zijn onvolledig Bouwactiviteit (technisch ) (…) Bouwactiviteit (omgevingsplan)
Dit kunt u doen tot en met 23 april 2025. (..)”
1.6.
Bij e-mail van 16 april 2025 is namens [gedaagden] door de gemachtigde het volgende aan Balversbc bericht, voor zover hier van belang: “U bent recent op basis van een (..) overeenkomst van opdracht werkzaam geweest voor cliënten aangaande de verbouwing van een door hen gekocht pand in Kampen. Het was uw rol en verantwoordelijkheid zorg te dragen voor het realiseren van de juiste bouwtekeningen, het begeleiden van de aanvraag voor de benodigde omgevingsvergunningen en het tot stand komen van een overeenkomst met een of meer aannemers. Helaas hebben cliënten moeten constateren dat de wijze waarop u invulling geeft aan de overeenkomst van opdracht – voorzichtig gesteld – onder de maat is. (..)Voor nu zeg ik de overeenkomst van opdracht formeel per direct op. (..) De nog openstaande facturen zullen ook niet worden voldaan. (..)”
1.7.
Namens Balversbc is bij e-mail van 12 mei 2025 gereageerd en is aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke kosten en rente.
Vordering en verweer In conventie en in reconventie 2. Balversbc vordert hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 1.638,04 inclusief BTW uit hoofde van de openstaande factuur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van verzuim tot aan de dag van betaling en vermeerderd met € 245,71 aan buitengerechtelijke incassokosten. Ten slotte vordert Balversbc hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de kosten van dit geding. Zij stelt daartoe, kort weergegeven, dat zij op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor [gedaagden] heeft uitgevoerd, die onbetaald zijn gebleven. De afspraken zijn gemaakt met [gedaagden 2 en 3] in privé en Beheer. Voorts zijn [gedaagden 2 en 3] eigenaar van het pand in [plaats] en de overeenkomst is ook namens hen opgezegd door de gemachtigde, aldus Balversbc. Voor de factuur van 17 februari 2025 gold een betalingstermijn van 14 dagen, zodat [gedaagden] vanaf 4 maart 2025 in verzuim zijn geraakt.
Beoordeling In conventie en in reconventie 6. Gelet op de samenhang tussen de stellingen en de vorderingen in conventie en in reconventie is er aanleiding deze gelijktijdig te beoordelen.
Gesteld noch gebleken is dat Balversbc daartoe niet in staat zou zijn geweest. Het is [gedaagden] zelf geweest die op 16 april 2025 de overeenkomst tussen partijen heeft opgezegd en het daarmee Balversbc onmogelijk gemaakt voor aanvulling richting de gemeente zorg te dragen. Van blijvende onmogelijkheid zoals [gedaagden] heeft gesteld, was dan ook nog geen sprake. Voor zover [gedaagden] heeft verwezen naar de e-mail van de architect van 2 september 2025, is dit onvoldoende. Balversbc heeft gemotiveerd en inhoudelijk verweer gevoerd tegen hetgeen door de architect, ruim vijf maanden na de opzegging van de overeenkomst door [gedaagden], is aangevoerd. Daar is door [gedaagden] verder niet meer inhoudelijk op gereageerd, noch is op dit moment een voldoende concreet bewijsaanbod gedaan.
De conclusie is dat door [gedaagden] niet is aangetoond dat Balversbc haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen. Voor schadevergoeding als gevorderd is dan ook geen grond.
BESLISSING De kantonrechter:
In conventie: veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan Balversbc van € 1.638,04 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 4 maart 2025 tot aan de voldoening en € 245,71 aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Balversbc tot op heden begroot op: -griffierecht: € 385,00 -exploot: € 362,77 -salaris: € 432,00 -------------- totaal: € 1.179,77 inclusief eventueel verschuldigde btw; veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw; veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien [gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III en VIII voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde;
In reconventie wijst de vordering af; veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het geding aan de zijde van Balversbc gevallen, tot heden begroot op € 432,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw; verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.